In het kwartaaltijdschrift 'De Negentiende Eeuw' stond in het voorlaatste nummer (2008-4) een artikel 'Van Schollevaarseiland tot Naardermeer' van mevrouw dr. Leen Dresen van de Radboud Universiteit Nijmegen. De ondertitel luidde: 'Veranderende toekomstbeelden over het verdwijnen van de natuur uit Nederland, 1860-1900'. De bijdrage bevatte veel wat in regionale publicaties - ook in deze rubriek - al eens aan de orde was over dat eiland in de Wollefoppenpolder, rond de grens van Zevenhuizen, Nieuwerkerk en Capelle op den IJssel. Het artikel plaatste het verdwijnen ervan van rond 1870 echter wel in een breder kader.
De vogelkundige dominee Nozeman liet bij een bezoek van hem aan dat eiland rond 1770 al een mooi plaatje maken. (Verondersteld wordt dat hijzelf rechts in het bootje staat!) De Leidse museumdirecteur prof. H. Schlegel zorgde in zijn boek 'Vogels' uit 1861 voor nieuwe afbeeldingen.
In de zomer van 1864 deed de Utrechtse hoogleraar en redacteur Pieter Harting in het 'Album der Natuur' verslag van een bezoek dat hij op 14 mei 1864 aan het Schollevaarseiland bracht. Bij het Rijnspoor-station van Nieuwerkerk wachtte een oude visser hen als gids op. Een half uur lopen en een half uur varen met drie roeiboten bracht het studentengezelschap bij het vogeleiland. De gids vertelde hen daarbij dat de vogeldichtheid niet meer was zoals vroeger. De laatste schollevaar had hij drie jaar geleden gezien…. De oude pachter van het eiland had eenzelfde verhaal. Hij verkocht zelf in het voorjaar wekelijks in Rotterdam veel jonge vogels en eieren voor de consumptie en Harting vond de teruggang dus geen wonder. Befaamd en ook in deze rubriek al eerder geciteerd is dat deze biologen met een pistoolschot met los kruit een groep vogels (vooral reigers) mooi in een zwerm lieten opvliegen, alleen om ze beter te zien. Harting schreef over het Schollevaarseiland op: "Het is een der vele plekken, waar de mensch, door eigenbelang gedreven, misbruik heeft gemaakt van zijne overmagt. En mogt het eerlang op nieuw, door uitmaling der plas, een deel uitmaken van eenen vruchtbaren polder, dan zal het nog slechts in de herinnering bestaan dergenen, die het in den vroegeren toestand gekend hebben." Met het droogmalen van de plassen tussen Nieuwerkerk en Kralingen verdwenen het eiland en de vogels inderdaad tegen 1874, toen de polder Prins Alexander klaar was. (De naam bleef wel direct bewaard in een Schollevaarsetocht en -weg.) Rond 1880 werd een kolonie moerasvogels gemeld in de Horstermeer (benoorden Utrecht). Landschapsschilder Willem Roelofs schreef daarover in 1880 in 'Eigen Haard' en memoreerde daarbij het verdwijnen van de vogels van het Schollevaarseiland: "…waar vroeger aalscholvers, verschillende reiger- en eendensoorten woonden, weiden nu vette melkkoeien en woldragende schapen." Toen ook dat Horstermeer werd leeggemalen nam men aan dat de vogels verkasten naar het Naardermeer. Het idee dat het om dezelfde lepelaars of hun nakroost ging was van de bekende Jac.P. Thijsse. Hij suggereerde dat in 'Het intieme leven der vogels', in 1906 in Haarlem uitgegeven.
Er bleef op z'n tijd over het Schollevaarseiland geschreven worden, ook toen er niemand meer was die het uit eigen herinnering kon doen. In 2005 is in deze rubriek aangehaald hoe druk in 1805 de Nieuwerkerkse commissie financiën het had met de premies voor gevangen oude schollevaars en weggenomen schollevaarseieren. (In 1804 was op de Nieuwerkerkse secretarie voor 1086 schollevaars zes stuivers uitbetaald en voor 860 eieren vier duiten.) Schollevaars vingen veel vis, die mensen dan niet meer konden vangen, en vandaar de in 1795 ingevoerde regeling, die trouwens node wordt gemist in de 23 pagina's tellende publicatie van de universitair docent wetenschapscommunicatie.
En in Capelle plakte men intussen soms maar een t achter de naam schollevaar of de daarnaar vernoemde weg. Zelfs noemde men een stukje eenvormige 'natuur naar eigen ontwerp' nota bene het Schollebos…. Aan de Burg. Van Dijklaan daar kwam een beeld van een aalscholver met een vis in de bek op een meerpaal als sokkel. (Momenteel mankeert het beeld weer, terwijl zo'n vogel toch niet wegvliegt.) Gedroeg veelvraat Capelle zich trouwens zelf niet als een rovende aalscholver door de 'vis' van de naam Schollevaar zo te annexeren? Het eiland lag namelijk voor het grootste deel in de toenmalige gemeente Zevenhuizen!
Mijn Plaats