Het water rondom Gouda was vóór de negentiende eeuw van
redelijke kwaliteit. Door de bevolkingsgroei en de industrialisatie
nam de vervuiling van het oppervlaktewater toe en dat had directe
gevolgen voor de volksgezondheid.
In 1842 had stadsarts W.F. Büchner zijn beruchte analyse
gepubliceerd, maar directe maatregelen bleven uit tot 1868, toen er
een cholera-epidemie uitbrak. De ellende die dit veroorzaakte,
bracht het stadsbestuur ertoe een publieke watervoorziening te
scheppen in de vorm van een waterschuit, die een eind
stroomopwaarts water uit de Hollandsche IJssel naar de stad
bracht.
Riolering en waterleiding, dat werden de wapens in de handen van
het gemeentebestuur waarmee het de onhygiënische wantoestanden ging
bestrijden.
In 1868, in welk jaar er weer cholera was uitgebroken, werd steeds
meer vers IJsselwater beschikbaar gesteld. En in 1872 kreeg de
Markt de eerste riolering, terwijl de smerigste zijlen al in 1868
waren overkluisd. Een tweede epidemie, in 1871, eiste de levens van
145 Gouwenaars. Opnieuw greep het stadsbestuur in. Nu werd het
water gereinigd door toevoeging van ijzerchloride en
koolzuurhoudende soda. Dit water werd in grote tonnen aan de
bevolking verkocht voor een cent per emmer. Een dergelijk bedrag
was voor veel inwoners te hoog, waardoor de consumptie van vervuild
grachtenwater gewoon doorging. De verstrekking van schoon
drinkwater in grote tonnen kreeg echter wel een vervolg. In 1873
werden de eerste twee vaten met gezuiverd water op het stadserf
geplaatst. Tien jaar later was het aantal gemeentelijke vaten
opgelopen tot 72, die op verschillende plaatsen in de stad
stonden.
In 1882 werd de Goudsche Waterleidingmaatschappij opgericht. Aan de Schielandse Hoge Zeedijk werd een terrein ingericht voor de inname, de zuivering, de opslag en het transport van het water. Er kwam een watertoren met hoogreservoir die was uitgerust met een door stoomkracht aangedreven pompinstallatie. Het drinkwaterleidingbedrijf werd op 3 december 1883 feestelijk geopend. Na veel problemen werd in december 1884 de waterleiding in gebruik genomen. Zij was oorspronkelijk een particuliere onderneming; de gemeente had indertijd geen geld zelf de exploitatie op zich te nemen. Het duurde enige tijd voordat alle Gouwenaars het leidingwater wilden drinken: het was niet gratis, IJsselwater wel en bovendien vonden velen dat 'levend water' meer smaak had. Desondanks groeide het aantal abonnees in het eerste jaar van 165 tot 764. In 1921 schakelde de maatschappij van oppervlaktewater over op grondwater. Om dit op te pompen werden in totaal 22 putten geslagen. Maar alvorens dit water voor consumptie geschikt was, moest het een uitgebreide behandeling ondergaan. Het schone water werd opgeslagen in reinwaterkelders en vervolgens in het leidingennet gepompt.
De waterleidingmaatschappij werd in 1956 overgenomen door de
gemeente Gouda. Rond dezelfde tijd begon het grondwater te
verzilten. Omdat het teveel aan zout niet voldoende kon worden
geëxtraheerd, liet de gemeente een nieuw pompstation bouwen in
Bergambacht. Bij dit dorp in de Krimpenerwaard verrees eveneens een
nieuw zuiveringsbedrijf. Een transportleiding verzorgt sindsdien
het vervoer van water naar Gouda. De voormalige
waterleidingterreinen aan Schielands Hoge Zeedijk verloren hun oude
bestemming, behalve de watertoren die nog een rol in de
waterdistributie kon blijven vervullen.
De toren, gebouwd naar een ontwerp van J. Schotel, gebouwd in
neo-romaanse stijl, is drieëndertig meter hoog en heeft een
waterreservoir van 300 m3. De plaats van het reservoir en de
lekvloer zijn aan de buitenzijde aangegeven door horizontale,
gemetselde banden. De toren heeft een laag, achthoekig puntdak met
een lantaarn als bekroning.
Het waterleidingbedrijf Hydron heeft in 2003 de watertoren in Gouda
verkocht Een verbouwing was niet nodig, de begane grond van de
toren en het bijgebouw konden meteen in gebruik worden
genomen.Verder heeft het waterleidingbedrijf Hydron de grond links
en rechts van de toren verkocht ten behoeve van woningbouw. De
toren heeft de status van rijksmonument. De open bassins hebben tot
in de jaren zeventig dienst gedaan als zwembad. Met de bouw van de
Tobbe was ook dit hoofdstuk afgelopen.
Auteur: drs. H.M. van der Linde
Archieven:
Literatuur: