Een vorm van liefdadigheid die uniek is voor Holland was het stichten van een hofje. Gouda telde er in de loop van de tijd minstens 25, de oudste vermelding dateert van 1449. Het principe was als volgt: aan de straatzijde werden een of twee huizen aangekocht of gebouwd om te verhuren ten bate van de exploitatie van het hofje. Daarachter werd een bleekveld of binnenplaats aangelegd - met waterpomp en plee voor gezamenlijk gebruik - en een aantal eenvoudige huisjes, met of zonder verdieping. Het beheer werd in de middeleeuwen gevoerd door de Heilige Geestmeesters. Na de Reformatie veranderde die bestuursfunctie. Het toezicht vertrouwde men voortaan toe aan regenten of kerkgenootschappen. De diaconie van de Hervormde gemeente beheerde er zelfs drie: het Jongkindshofje aan de Zeugstraat, het Swanenburgshofje aan de Groeneweg en het Vrijthofje aan de Oosthaven. Deze huisjes waren bestemd voor bewoning door 'weduwen en vrijsters van onbesproken gedrag en de gereformeerde religie toegedaan'.
De komst van bejaardentehuizen luidde het einde in van de hofjes. In 1938 werd het Oudevrouwenhuis aan de Kleiweg gesloopt, de bewoonsters verhuisden naar het nieuw-gebouwde Huize Juliana. In 1950 kocht de diaconie een stuk land aan de Nieuwe Gouwe OZ, hier opende op 29 januari 1956 het bejaardenhuis 'Gouwestein' zijn deuren. De hofjes werden nu geleidelijk aan verkocht. De bewoonsters verlieten hun onderkomen en namen hun intrek in een comfortabeler appartement in een bejaardenhuis.
Veel hofjes zijn verdwenen, wat dat betreft is Gouda slordig met dit unieke bezit omgegaan. Aan de Nieuwehaven stonden er zeven, waarvan slechts één hofje is gespaard, van enkele andere zijn nog sporen aanwezig. Tussen de huisnummers 272 en 296 staat op de gevelsteen onder het familiewapen te lezen: Hofje Letmaet Fondatie van SA (saliger) Christina Ghysberts, weduwe wylen meester Floris Henricken Letmaet anno 1625'. Een brede gevel met in het midden een ruime toegangspoort markeert het hofje van Cincq (nummer 246-270), dat nu particulier wordt bewoond. Een poortje tussen de huisnummers 126 en 148 met het opschrift 'Fondatie van Maria Tams 1657' herinnert aan het 'Lutherse hofje'. Van een ander hofje verhuisde het poortje naar de grachtzijde van de Peperstraat. Onder de halve cirkel met het familiewapen en het jaartal 1657 staat te lezen: 'Fondatie van Hendrick en Helena Jans Thart. Een van de grootste hofjes stond van 1649 tot 1913 aan de zuidzijde van de Nieuwehaven: het Hofje van Arent Bosch. Boven de ingang van een meubelzaak aan de Zeugstraat (nummer 6a en 30) herkent men nog sporen van het Jongkindshofje (1702), een fundatie van de notaris Adriaan Jongkind, die in 1700 is overleden. Knus ligt het Swanenburgshofje (1692) aan de Groeneweg, daarin is de interkerkelijke Stchting Christelijke Hulpverlening (SCH) gevestigd. Aan de Lange Groenendaal staat boven een bakstenen poortje 'Baartje Sanderserf' (1687). Een verdwenen hofje dat niet onvermeld mag blijven was het schilderachtig gelegen Hofje van Buytenwech aan de Raam (1614). Aan de vijftien huisjes zijn er later nog vijf toegevoegd. Het Oranje Hofje aan de Raam was geen hofje van barmhartigheid, maar een woonerfje.
Auteur: H. van Dolder - de Wit
Archieven:
Literatuur:
Websites: