Gouwe
De rivier de Gouwe is sinds mensenheugenis de voornaamste aan- en afvoerroute voor mensen en produkten. Oorspronkelijk was de Gouwe een veenriviertje dat ontsprong ter hoogte van Hazerswoude. Het riviertje de Gouwe had vele bochten en de namen Nesse, Kromme (N)Esse (Waddinxveen), Nes (Boskoop), Grote en Kleine Nes (bij Gouda) herinneren hier nog aan. Onder het bewind van Graaf Willem I (Graaf van Holland 1203 - 1222) wordt de Gouwe doorgetrokken tot de Rijn. De Gouwe was onderdeel van de scheepvaartverbinding tussen Dordrecht, Amsterdam en Haarlem.
Jan Dorrekenskade
De Jan Dorrekenskade was en is de grens tussen de Hoogheemraadschappen van Schieland en Rijnland. Deze kade liep van de Gouwe tot aan de Donderdam. Naast de Jan Dorrekenskade liep een sloot. In de Dorpstraat was een ophaalbrug en de sloot zette zich langs de Kleikade voort tot aan de Donderdam. Bij de Gouwe was een zogenaamde overtocht met een windas om schepen over de Gouwekade te tillen. Door het intensieve turfbaggeren werd al het land omgezet in water. De Jan Dorrekenskade was links en rechts ingesloten door de enorme Zuid- en Noordplas. Hierdoor werd het nog makkelijker de Gouwe te bereiken.
Huijbertsverlaat
De Overhaal of Overtocht aan het eind van de Jan Dorrekenskade was rond 1544 vervallen en niet bruikbaar. In 1551 verleende Keizer Karel V toestemming om een sluis met twee deuren maken op het erf van het huis Souburg. In de 17e en 18e eeuw was er een populaire sluiproute om de tolrechten geheven in Gouda te ontlopen. Schepen komende uit Rotterdam -via de Rotte- over de Donderdam, langs de Jan Dorrekenskade, bereikten het Huijbertsverlaat en kwamen zo in de Gouwe. Het Sluisje heeft nog tot 1962 bestaan.
Donderdam
Aan het einde van de Jan Dorrekenskade (nu Kleikade) lag de Donderdam. Aangelegd door schout en timmerman Joris Adriaenszn. Donder in 1628. Hier werden schepen over de dam getrokken (Overtoom) van de ene vaart in de andere en later van de ene plas in de andere. De Donderdam was een belangrijk onderdeel van de sluiproute van Rotterdam naar Amsterdam om de Goudse tolrechten te ontlopen.
Coenecopervaart
In de steden was enorme behoefte aan brandstof voor bv de bierbrouwerijen. Rond Waddinxveen werd enorm veel turf gewonnen en met schepen (turfeikers) vervoerd. De Turfmarkt en de Turfsingel in Gouda herinneren nog hieraan. Om de afvoer van turf vergemakkelijken werd een kanaal gegraven: de Coenecopervaart. Deze vaart begon in Coenecoop (vlakbij Zevenhuizen) en eindigde in de Gouwe, ten zuiden van de Jan Dorrekenskade.
Beurt- of marktschippers
De aanwezigheid van veel water en de toenemende handel zorgen voor een steeds drukker scheepvaartverkeer. De beroepsvaart zal eeuwen tot aan de dag van vandaag het beeld op de Nederlandse wateren bepalen. Tussen marktplaatsen ontstaat een steeds drukker verkeer. In het begin is het nog een ongeregelde 'wilde' vaart, maar spoedig ontstaat een geregelde vaart. De oude betekenis van varen is gaan: zich ergens naar toe begeven. Uit varen komt het woord veer. Een beurtveer betekent dat de schippers om beurten varen en op geregelde tijden. De Heer van St. Huijbertsgerecht, Noord-Waddinxveen of Zuid-Waddinxveen stelde de beurtschippers aan en ook werden er reglementen en prijzen bepaald.
Uit de archieven blijkt dat de functie van beurtschipper vaak in de familie blijft. Bekende namen uit de vorige eeuw zijn:
Auteur: C. Verlooij
Archiefbronnen:
Overige bronnen: