Zevenhuizen is in de 12e en 13e eeuw ontstaan - zoals zoveel
dorpen in het Groene Hart - als ontginningsnederzetting, waarbij
gedacht moet worden aan twee of drie bewoningskernen. De oudste
verkavelingsrichting was oostwaarts vanuit de Rotte, waar ter
plaatse van het Koornmolengat vermoedelijk de "zeven huizen"
gesitueerd moeten worden. De dorpskern kwam uiteindelijk meer in
oostelijke richting te liggen, langs de weg van Nieuwerkerk naar
Moerkapelle. Met de bouw van de voorloper van de huidige dorpskerk
werd daar in het eerste kwart van de 15e eeuw begonnen.
De oudste vermelding van een parochie dateert uit 1276.
Aanvankelijk waren de heren van Brederode en later die van Egmond
beleend met de ambachtsheerlijkheid. Via huwelijken en verkoop kwam
de heerlijkheid in de 17e eeuw in niet-adellijke handen.
Het rechtsgebied had ongeveer de omvang van wat van 1991-2009 de
gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle was. De buurtschap in de
zuidwestelijke hoek van het ambacht werd vroeger met Swanlase
verlaat of Sootgesverlaat aangeduid en is sinds de
buitengebruikstelling van deze sluis in 1740 bekend als Oud
Verlaat. In het laatste kwart van de 20e eeuw werd een gedeelte van
het grondgebied afgestaan aan Rotterdam voor de wijken Zevenkamp en
Nesselande. In 1991 werd Zevenhuizen samengevoegd met
Moerkapelle tot de gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle en in 2010 die
ging die gemeente weer op in de gemeente Zuidplas.
Tot ongeveer het einde van de zeventiende eeuw heeft aan de
westzijde van de Dorpsstraat, ter hoogte van de hervormde kerk, het
Zevenhuizense bos gelegen, behorend bij het huis ter Duyn of
Verduyn. Dit bos was een waar vogelparadijs, bekend tot buiten de
grenzen van Holland; het strekte zich uit in de richting van de
Rotte.
De bevolking nam in de loop van de eeuwen toe, van ca. 400 inwoners
rond 1500 (in 88 huizen) tot 1330 (in 218 huizen) in 1796. Een
melding van ca. 2500 dorpelingen (in 459 huizen) in het eerste
kwart van de 18e eeuw moet misschien als onjuist worden
aangemerkt.
In 1851 woonden in het dorp 1780, in 1880 2335 personen. Het
aantal inwoners bedraagt momenteel ongeveer 7000.
Evenals in andere dorpen in de omgeving, was in Zevenhuizen
aanvankelijk de turfwinning de belangrijkste bron van inkomsten,
die veel werkgelegenheid bood, o.a. in de scheepvaart. Als gevolg
van de vervening ontstonden in de loop van de 17e eeuw dermate
grote veenplassen, dat plannen voor droogmaking werden gemaakt.
Nadat het gebied van Moerkapelle in het midden
van de 17e eeuw was afgesplitst van Zevenhuizen, bleven er twee
waterstaatkundige eenheden over, van noord naar zuid: de Catges- en
Swanlase polder. Het westelijk deel van de Catgespolder werd in
1734 drooggemalen en stond voortaan bekend als de Tweemanspolder.
In de jaren 1757-1759 volgde het grootste gedeelte van de Swanlase
polder; deze droogmakerij werd als Eendragtspolder aangeduid. Ten
oosten van Noord- en Zuideinde lag de Zuidplas, die pas rond 1840
werd drooggelegd. In 1944 zetten de Duitsers de Tweemanspolder en
een groot deel van de Eendrachtspolder onder water.
Door de droogmakerijen kreeg de bedrijvigheid in Zevenhuizen een
sterk agrarisch karakter, met de nadruk op akkerbouw. Deze
situatie, met eengedeeltelijke verschuiving naar (glas)tuinbouw, is
tot ver in de 20e eeuw blijven bestaan. Geleidelijk nam het aantal
ambachtslieden af en werd op bedrijfsterreinen kleinschalige
industrie toegestaan.
Sinds enkele decennia is Zevenhuizen, door de ligging bij Rotterdam
en Den Haag, ook als forensendorp aan te merken. Daarnaast bieden
de Rottemeren uitgebreide recreatiemogelijkheden.
Archieven:
Literatuur:
Websites: