tba112a
tba112b

Zevenhoven en Noorden aan het einde van de achttiende eeuw volgens Van Ollefen en Brouwer

Lieve van Ollefen werd geboren in Amsterdam op 13 oktober 1749. Van Ollefen was een bekend broodschrijver die veel geschreven heeft in opdracht van uitgevers en boekverkopers. Hierdoor heeft hij een zeer uiteenlopende productie gehad. Zo schreef hij als poëzie bijvoorbeeld het in 1784 verschenen De wereld is geen tranendal in vier zangen. Daarin werd betoogd dat een vroom christen op aarde veel genieten mag. De Synode van Amsterdam veroordeelde het stuk als "hoogst schandelijk". Hij schreef werken met een pedagogische bedoeling en vervaardigde stukken voor het toneel, soms met een politieke strekking, zoals Het revolutionaire huishouden, in mei 1798 toen hij gevangen zat. Het handelde over de emancipatie der vrouw. Zijn bekendste werk is het met R. Bakker uitgegeven De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver. Hoe de werkverdeling tussen Bakker en Van Ollefen is geweest, is niet duidelijk.

Van Van Ollefen wordt gezegd dat hij een veelzijdig man was, maar iemand "bij wie de diepte gewoonlijk in de breedte verloren ging". Hij overleed in het werkhuis in zijn geboorteplaats op 16 juni 1816.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver verscheen tussen 1791 en 1811. Het werd uitgegeven door H.A. Banse in de Stilsteeg in Amsterdam. Het werk bestaat uit verschillende delen. Deel VIII beschrijft de dorpen in Rijnland. Het titelblad van dit deel vermeldt als auteur alleen Rs. Bakker. Een heruitgave van het werk verscheen in 1976 bij de Europese Bibliotheek in Zaltbommel.

De bekende ovale gravures voor De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver  werden gemaakt door Anna Catharina Brouwer. Van haar is weinig bekend. Waarschijnlijk was zij een dochter van Cornelis Brouwer, die in Amsterdam plaatsnijder was. Hij graveerde boekillustraties, portretten en historieprenten. Anna Brouwer maakte de gravures in de periode 1793-1801. De gedichtjes onder de gravures zijn waarschijnlijk van de hand van Van Ollefen. 

Bron: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek II (Leiden 1912) 257, 259; en VIII (Leiden 1930) 1236. 

Anna Brouwer heeft met haar graveerpen de achttiende-eeuwse werkelijkheid nauwkeurig weergegeven. Datzelfde geldt waarschijnlijk voor de door Van Ollefen gemaakte beschrijvingen van de situatie van dat moment in de dorpen. Dit kan niet altijd gezegd worden van de historische gegevens die in de beschrijvingen zijn opgenomen. Voor een meer correcte historisch beschrijving is het daarom nodig ook andere bronnen te raadplegen.

In onderstaande transcriptie is de oorspronkelijke stijl ongewijzigd. Opmerkingen over het geschrevene zijn tussen haakjes met een n.b. opgenomen.

 

DE AMBACHSTHEERLIJKHEEDEN VAN ZEEVENHOVEN EN NOORDEN

Het schynt dat Noorden voorheen eerst op zig zelve staande Ambachtsheerlykheid is geweest,  doch thans vinden wy hetzelve en wel zeedert den Jaare 1724, (zo andere willen, al van veel vroeger dagen) in twee deelen verdeelt; naamlyk in Zeevenhoven, met de Zeevenhoofschen Buurt, en het Noorder gedeelten van Noorden, en het ander gedeelte van Nieuwkoop en Noorden met het Zuider gedeelte van hetzelve. Het Noorder gedeelte is een Ambachtsheerlykheid, staande onder het Crimineel Bestuur van Bailluw en Welgebooren Mannen van Rhynland; het Zuider gedeelte staat onder den Bailluw en Welgebooren Mannen van Nieuwkoop zo dat deze thans niets meer uitmaken dat na een Ambachts of Hooge-Heerlykheid gelukt, zo als ook nader door het Uitvoerend Bewind des Bataafsche Volks, by Publicatie van dato 17 November 1798, omtrent de verdeeling der Ringen, Departementen en Hoofdplaatsen, ten opzichte der Grondvergaderingen, gesteld werd Zeevenhoven en Noorden,  en Nieuwkoop en Noorden, en ook alzo door haar de Bewooners van Noorden, by eider plaats voor een gedeelten zyn Ingelyft geworden, alwaaromme de Volkstelling van den Jaare 1795 zulks meede aantoond. Wy dus dit alzo vindende, rekenen ons uit dien hoofde verpligt hetzelve alzo te volgen; wy zullen dus Zeevenhoven en de Noordsche Buurt van Noorden gecombineert beschryven, doch een en ander op zig zelve zo veel mooglyk ook op zich zelve bezien, even zo als door ons by Nieuwkoop meede gedaan werd en alzo gaan wy dan over ter beschouwinge van deszelfs.

LIGGING

Zeevenhoven en Noorden, waar van den Tegenwoordigen Staat op Bladz. 285 van het 6 Deel zegt: "Zeevenhoven dat met de Zeevenhovensche en Noordsche Buurten, en een gedeelten van Noorden een zelve Ambachts Heerlykheid uitmaakt, is het Oosterlyke Rechtsgebied onder het Bailluwschap van Rhynland, grenzende ten Zuiden en ten Oosten aan het Sucht van Utrecht, namelyk ten Zuiden aan de Proostdy van St. Jan, en ten Oosten aan dat gedeelte van het Sticht, dat naast aan Amstelland paalt." Wy vinden op een der naauwkeurige kaarten aangeteekend, dat het ten Noorden heeft Mydrecht en Wilnis, beide Stichts-grondgebied, van welke het door de Cromme Meyer werd gescheiden, gelyk meede door dezelve Cromme Meyer de scheiding ten Oosten van Wilnis gemaakt werd, en van het zogenaamde Westveen, ten zuiden van Agttienhoven en Nieuwkoop, gescheiden wordende van Agttienhoven door den Noordschen Dyk en van Nieuwkoop door de Zeevenhovensche Weg en Dyk. Voorts vind men ten Noordwesten door denzelve Dyk van Nieuwveen, en ten Noordwesten met het Toepad, de scheiding, van de Proostdy van St. Jan.

De Kerk van Zeevenhoven legt voorts 7912 Roeden van de Stad Leyden, 1085 van de Kerk van Noorden, 1035 van Nieuwveen en 1603 Roeden van Nieuwkoop, de aart en substantie der gronden was voorheen alles Veengrond, waar door men een menigte plassen en waters hier voorheen vond, welke genoeg bekent zyn onder de naam van de Zeevenhovensche Plas, want in den Jaare 1745 waren er voor de drie Polders, uit welke het bestond, den Agterdyksche Polder geheel verveent,en de Voordyksche Polder voor drie-vierde meede weg, zo dat er toen naauwlyks zo veel overbleef dat er één Beest opgewyd kon worden, dan dit kan echter naderhand weder zeer schoon Land opleveren, wanneer het word droog gemaakt, zo als te Mydrecht reeds gedaan is. Het is voorts een zekere waarheid dat alle deeze Plassen een gemakkelyke geleegenheid geven om de Turf uit Nieuwkoop en Nieuwveen te vervoeren, waar door het overgebleevene van Dorp en Ambacht nog in order blyft, daar anders hetzelve denkelyk al geheel weg geweest konde zyn: hier uit zien myn Leezers dus genoeg, dat de geleegenheid thans niet al te voordeelig, hoe wel zeer gemakkelyk te water is.

NAAMSOORSPRONG

Deezen aangaande hebben wy weinig moeiten die opte speuren; wy zullen door dezelve hier meede te deelen, weder aan de Oudheeden van ons Vaderland eenig ligt kunnen byzetten. Op de Reis kaart der Roomsche Keyseren door Coenraad Peutinger vervaardigt, staan by de daarop aangeteekende Plaatsen, nevens ieder Plaats zekere merkteekens gemeld, waarvan mr. Simon van Leeuwen in zyn korte Beschryving der Stad Leyden, Bladz. 6 aldus zegt;

"By alle welke Plaatzen een zeker goed gevoegt is, van de Manse en de schatbaare Hoeven, onder dezelve Plaatsen behoorende, daar ook het getal van III dat is de drie Keizers Mansen, ofte Hoeven bekent staan.", waarna denzelven op Bladz. 15 aldus voordgaat: "in den Jaare 800 was Leyden verdeelt in drie wyken, lager vervolgt hy: "in dit eerste, Leyden had het Klooster van Egmond eene Manse en een Derde en de St. Maartens van Utrecht in het zelven twee Manse ofte wooningen, zo als te zien is, in den Blaffaard van de inkomsten van St. Maartens Kerk van Utrecht van den Jaare 800; by Willem Heda, in het leven van Dilbaldus, waar van eene ofte elke Manse, was een wooning met twaalf Morgen Land daar aan. Wy vinden voorts elders nog aangeteekent dat Keizer Lodewyk dienaangaande een wet gaf van  den volgende inhoud: "Indien ergens eene Kerk gesticht wordt, mits noodzakelyk, en van elders niet gegoed zynde, zo willen wy volgens 't bevel van onzen Heer, en Vader (Karel de Groote) dat aan dezelfve door de vrye Luiden, die daar het woord Gods hooren, zullen gegeven worden een Mansus van 12 Bunderen Bouwlands, op dat daar een Priester mogen bestaan, en de Godsdienst verrigt werden, weigert het volk daar in te bewilligen dat de Kerke weder afgebroken werden."

Deeze Mansus of Landen welke aan zo eene Kerk behooren waaren vry alle Belastingen en Diensten om reden dezelve ten onderhoud der Priesters diende, zo als Karel de Groote zulks had ingevoerd. Wy zouden zeer breed over de Maten der ouden wegen dezer Landen kunnen uitweyden, maar daar zulks in het 2de Deel van de Rymkronik van Meelis Stoke, door den doorkundige B. Huydecooper, van Bladz. 590 tot 613 zeer uitvoerig verhandelt werd, slaan wy dit over, en komen alzo van dezelve op het punct om uit de oudheeden den Naam van Zeevenhoven afteleiden.

Wy zien dan uit van Leeuwen, dat de aantekeningen op de Reyskaart van de Roomsche Keizeren, van den Jaare 562 na Christus Geboorte, als andere gedaan, beteekend zo veele Hoeven Lands, als aan dezelve Keizeren schatbaar waren, en welke Hoeven bestonden uit een Wooning met 12 Morgen Lands; van elders melden wy dat, den Keizer Lodewyk ordonneerde, dat iedere Kerk zo dezelve geen andere Goederen bezat, aan dezelve door de Gemeenten een Mansus van 12 bunderen Bouwlands moest bezorgt worden: de meeste schrijvers noemen nu meede zo een Mansus een Hoeve Lands, waardoor wy dan grond krygen om te gelooven, en ook zeker vaststellen, dat of aan de Kerk van Zeevenhoven, zeeven zulke Hoeven zullen hebben behoort of anders het geen nog meer zeker is, dat de Roomsche Keizers of andere Vorsten na haar hier ter Plaatze zeeven schatbare Hoeven zullen hebben bezeeten, want op den 3 April 1396 gaf Hertog Albrecht van Beyeren een Handvest, waarby hy bepaalden dat alle schatbaare Goederen, geleegen in den Ambachte van Zeevenhoven, schotbaar zoude blyven voor wie het ook koopen mogt; gelyk ook nog dat indien eenig goed 't welk niet schotbaar was, verkogt werdende aan schotbaare Luiden, meede schotbaar zoude werden, en ten eeuwige dagen blyven zou. Waar uit wy dus kunnen afleiden dat hier zeven schotbaare Hoeven geweest zullen zyn.

Nu weeten wy dat van het woord Hoeven door Letterverandering gekomen is Hof, Hooven, Hofsteeden ofte welk Buitenplaatsen zo wy het gemeen neemen: dan men moet dezelve onderscheide kunnen: een Buitenplaats is zodanig een goed 't welk alleen bevat de noodige Gebouwen, en Beplantingen: een Hofsteede, daarenteegen is voorzien van een Heerewooning en aanhoorende Landen, waar van de waare benaaming dan eigenlyk zyn moet Hofsteede, de Steede of Wooning, van een Hoeve Land of meer, zo dat Hof van Hoef is afgeleid.

Zeevenhoven heeft dan van ouds Zeevenhoeven genaamt geweest, welke naam denkelyk door Letterverzetting in Zeevenhoven verandert zal zyn en waar meede wy alzo den Oosprong des Naams voor beweezen houden.

Den Naam van Noorden is niet anders, dan na de gelegenheid als strekkende zig van Nieuwkoop Noordwaards op naar Zeevenhoven.

STICHTING EN GROOTTE

Aangaande het eerste daarvan vinden wy geene aanteekeningen hoegenaamd; de Ligging en den oorsprong des Naams doet ons denken, dat het zeer oud is; de Ligging aangaande, wyl de gronden hier doorgaands Veenen waren en het dus te denken is, dat hier al vroeg een Bosch zal zyn geweest, 't welk met de Boomstorting is weggeraakt of zou men zulks kunnen opmaaken, daaruit, dat de Roomsche Keyzeren voorheen hier schootbaare Landen hadden. Dat het oud is bewyst het Handvest van Hertog Albregt van Beyeren, van den Jaare 1396 reeds aangehaalt, dan wie daar van de Stigters zyn, zien wy nergens gelyk meede niet van Noorden gemeld.

Van de Grootte geeft van Leeuwen niets op, zo min als het Geapprobeerde Regelement voor Rhynland, ons oude Manuscript, heeft 1117 Morgen 500 Roeden, waardoor de Betaaling aan Verponding, van eene somma van 600 Ponden 17 Schellingen 6 Deniers. Uit deeze en de volgende begrooting kan men nagaan, hoe veel Landen hier ontgrond zyn geworden, te meer nog daar de vroegere Lysten der Verpondingen bepaalen, dat de grootte geweest is 1117 Morgen 500 Roeden, zo dat de in den geheelen omtrek 1000 Morgen verveent is geworden, accordeerende door den Tegenwoordigen Staat met ons oude Manuscript, en daar wy voorens reeds de verveende Polders genoemd hebben, zullen wy dit nu niet heraalen; er doet zig veel hoop op, dat alle deeze verveende Plassen eerland zullen worden droog gemaakt, vermits ons door een daaromtrent woonend Burger verzekert is, dat er reeds een Plan daaromtrent gemaakt werd.

Het getal van Huizen was in den Jaare 1732, niet vermindert, wy vierden er toch 193 Huizen aangetekend, welke in de Verponding waren aangeslagen, en dan nog 16 Huisjes aan het Ambacht behoorende, te zamen 209 zynde 31 meer als in den Jaare 1632, wanneer het getal slechts 158 Huizen was. De Kerkbuurt is zeel wel na de wyze der Veendorpen bebouwt, staande aldaar de meest Woningen en voorts in de Zeevenhovensche en de Noordsche Buurten, alle welke Huizen en Gebouwern in de Jaare 1795 en 1798 bewoont wierden, door 646 Zielen, welke beschreeven zyn, by het Departement van den Texel, de 7de Ring, op de Hooftplaats Noorden; en zulks ingevolge Publicatie aan het Uitvoerend Bewind des Bataafsche Volk, van dato 17 November 1798.

WAPEN

Van Zeevenhoven is een rood Schild met een dubbelde goude Arend.

Van Noorden vinden wy, een wapen betreffende, geen melding gemaakt.

KERKELIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN

Wanneer op Zeevenhoven een Kerk gesticht is, daar van vinden wy geene aantekeningen hoe genaamt, maar dezelve zal zeker almeede zeer oud van datum zyn, ten minste de geleegenheid, zo na aan het Bisdom van Utrecht, als aan de bezitting der Proosdy van St. Jan, geeft ons aanleiding zulks te denken. Van wat bouwing dezelve was weet men meede niet, zo min als welke Priesters daar in den dienst hebben verricht, dit weet men echter dat dezelve toegewyd was aan St. Jan den Dooper. Wy kunnen niet nalaaten de volgende aanteekening wegens de Kerkbezoekingen van de Kerk van Zeevenhoven in den Jaare 1576 gedaan, hier in te lassen, wy leezen daar zo als van Rhyn, in zyn beschryving van het Bisdom van Utrecht, Bladz. 471 aantoond. Daar zyn geen Kerkelyke Bedieningen, geene Broederschappen. De Kerk heeft ook geene inkomsten behalve dat ze volgens zeker contract 't welk altyd duurt, jaarlyks 20 Gulden trekt, daar tegen is ze een Lyfrent schuldig van 24 Gulden, dewelke uit de gemeente moet Ingezameld werden. De Pastoor welke geen goede naam heeft op het stuk van de Kuisheid, doch een oud man is, heeft niet meer dan 40 Gulden aan inkomsten die zeker zyn. De Synodaale Ordonnatien, en de Decreeten van de Kerk Vergadering van Trenten had hy niet. Zo is hy dan vermaant, zich van dezelve binnen eenen Maand tyd te voorzien, en zyne Gemeenten in de gronden des geloofs vlytig te onderrichten. 

De Vaten tot de Sacramenten behoorende, en de Doopvont waren in een goede staat.

De koster trekt van ieder huis, vyf stuyvers behalven dat heeft hy niets.

Het tegenwoordig Kerkgebouw, 't welk niet extra groot is, maar voor de Gemeente ruimte genoeg bevat, is zeer wel onderhouden, binnen verdeelt in behoorlyke Gestoeltens- en Zitplaatsen, Predikstoel, Doophek enz. voor dezelve is een fraaye vierkante Tooren, boven de Klokkezolder, met een Lystwerk gedekt, waarboven een schoone spits opgaat, met Uur- en Windwyzers voorzien, en binnen met Uurwerk en Klok; het Kerkhof is meede in een goede order, zo ook de Wooningen van den Predikant en Schoolmeester.

De Remonstrantsche Kerk staat binnen het Dorp, is een wel onderhouden en met de nodige vereischtens geschikt gebouw, en bevat een goede ruimte, aan dezelve is de Predicantswooning aangebouwt.

Aan de weg na Nieuwveen staat de Roomsche Kerk, zynde een ruim luchtig en wel aangelegen Gebouw, dienende tegelyk voor die van Nieuwveen, zynde met Beelden en verdere Kerkcieraaden voorzien, als Altaar, Doopvonte, Communiebank en verder vereischtens aan dezelve is meede de wooning van den Heer Pastoor annex gebouwt, werdende deeze en de andere beide genoemde Kerken, zeer goed onderhouden.

De Kerk van Noorden by Nieuwkoop zullende beschryven, gaan wy over tot ons artikel

WAERELDLIJKE GEBOUWEN

Daarvan moeten wy vooreerst noemen, het DorpsRaadhuis, zynde een zeer schoon Gebouw, staande binnen het Dorp, in hetzelve werden de vergaderingen van byzondere Collegien van Gerechten gehouden, Reekeningen gedaan, en alles verrigt wat het Burgerbestuur betreft: voor de Pase werden alle de Decreeten enz. afgeleezen, en op een Bord voor hetzelve geplaast, zynde aangeplakt. Het Rechthuis meede binnen den Dorpe staande, is een schoone Herberg.

DE KERKELIJKE REGEERING

is voor de Gereformeerde Kerk bestaande uit den Predicant behoorende onder de Eerwaarde Classis van Woerden en Overrynland, zynde zedert den Jaare 1760 den Eerwaarde Hemmo Heins met 3 Ouderlingen en 3 Diaconen, welke de Kerkenraad uitmaaken, geadsisteerd.

De Kerk werd onderhouden met alle verdere aanhoorende Gebouwen, onder het opzigt van vier Kerkmeesters, als drie van Zeevenhoven, en een van Blokland, een Buurt Hier naby, doch onder het Stigt van Utrecht geleegen, om reden dezelve hier Kerkelyk behooren, haare dooden begraven, en een vierde in de kosten van onderhoud enz. dragen.

De Remonstrantsche Gemeente  werd bestuurt door een Predicant 2 Ouderlingen 2 Diaconen en 2 Kerkmeesters. De Roomsche staan onder het Bestuur van den Heer Pastoor, voor den Arme met Armeesters, en voor de Kerk met Kerkmeesters, zo wel over Zeevenhoven als Nieuwveen, wordende als Pastoor opgegeeven den Eerwaarde Joannes Bauning, zedert den Jaare 1780 behoorende onder het Aartspriesterschap van Holland.

WAERELDLIJKE REGEERING

Zeevenhoven behoort met het Noordergedeelten van Noorden,  heden nog Crimineel den Bailluw en Welgeboore Mannen van Rhynland en zyn daarby meede van hier op den Tour, Welgeboore Mannen by dat Collegie beschreven,

Het Water- en Heemraadschap heeft Zeevenhoven niets gemeen met Rhynland, staande hetzelve onder het Waterschap van Woerden.

Wat de Ambagtsheerlykheid aangaat, dezelve heeft zig reeds van ouds al verdeelt in de Ambagtsheerlykheid van Zeevenhoven en in die van Noorden, den daar om welke reeden vinden wy niet gemeld, de Ambachtsheerlykheid van Noorden, van Zeevenhoven gesplitst wierd, zo ging het Noorder gedeelten aan Zeevenhoven, en het Zuider gedeelte aan Nieuwkoop, waaromme ook de Heeren altoos genoemt werden Ambachtsheeren van Zeevenhoven en Noorden en Nieuwkoop en Noorden; alzo heeft den Stad Haarlem deeze Ambachtsheerlykheid in den Jaare 1724 mede gekogt, uit de geweezene Graaflyke Domeinen en wel voor een zomma van vyftien duizend Guldens, welke genoemde Stad, dien ten gevolge, ook altoos een sterfheer voor dit grondgebied aansteld.

De bestuuringe van Ambachts-zaaken, was weleer op Zeevenhoven en Noorden, zeer bizonder, men had hier een Collegie van Schout en Ambachtsbewaarders, en Schepenen een zo als ordinaair plaats had, maar hier was bovendien ook nog een ander Collegie, bestaande uit zestien Leden, welke zig bevoegde Gebuuren noemde, deze dienden voor hun leven lang, ten waare dezelve om gegronde redenen ontslagen werden: zonder het oordeel of advies van deeze Leeden vermogen de Ambachtsbewaarders, volgens ordonnantie van de Staaten van Holland en West Friesland, van dato 21 July 1659 geene Contracten aangaan, met ander Dorpen of Plaatsen, geen Processen voeren, geen nieuwe werken besteeden, nog ook geene de minste onkosten maaken waardoor de omslagen, en andere gewoone lasten kunnen bezwaart worden; wanneer nu den Schout en Ambachtsbewaarders, het noodig vinden, doen zy deeze bevoegde Gebuuren, agt dagen te vooren oproepen; wanneer het een Dorp of Ambacht aangaat, dan vergaderen  er 13 Leden met den Schout en Ambachtsbewaarders, doch Zevenhooven en Noorden zamen aangaande, dan vergadert het volle Collegie van 16 Leden, met den Schout en Ambachtsbewaarders, op het Raadhuis, en raadpleegen aldaar te zamen over het voorgestelde, is 't zaken dat de bevoegde Gebuuren het goedvinden, dan werden Ambachtsbewaarders met de uitvoering belast, anders egter werd dit door haar verboden.

De verdere werkzaamheden van dit Collegie bestaan in het maaken van omslagen, zo voor de lasten van het Dorp als van de Ambachten, de Gaaringen en Invorderingen daarvan te doen, de nalaatige by wyze van Executie te vervolgen, en verder de Rekeningen van zommige zaaken om de twee Jaaren, en van andere om het Jaar af te doen, welke Rekeningen in het openbaar voor den Volks werden gedaan, op het Raadhuis met open deuren en vensteren, naa voorafgaande afleezingen in de Kerken van Zeevenhoven en Noorden en ook voor het Raadhuis, ten einde een ieder den daartoe bepaalden tyd weeten mag.

Zedert den Jaare 1795, vind men hier nu meede een Collegie van een Municipaliteit, met Schout en Schepenen, en alle benoodigde ondergeschikte Persoonen.

VOORRECHTEN EN VERPLICHTINGEN 

Zyn hier veele en aanzienlyk zo in het Kerkelyke als Burgerlyke.

In het Kerkelyke heeft de Kerkenraad het recht by vacature van een Predicant, om na welgevallen Predikanten te gaan hooren, en voorts een Nominatie te maaken van twee of meer Persoonen, deeze Nomintatie gemaakt zynde werd den Schout daarvan kennis gegeeven, en de Genomineerde verzogt op de proef te prediken, wanneer den Schout en twee nabuurige Predikanten verzogt werden by het doen van het Beroep te adsisteeren, en alsdan alle mans ledemaaten van Zeevenhoven, meede opkoomen, en met meerderheid van stemmen de beroeping gedaan werd; hierna werd dit beroep, (voordat de Kerk van den Staat gescheiden was) aan den Ambachtsheer ter Ab- of Improbatie gezonden.

De Bewooners van het Blokland zyn verpligt, ofschoon dezelve onder het Sitgt van Utrecht woonen, om in de lasten van onderhoud van Kerk, Pastorye en Kosters Wooning, een vierde in de lasten te draagen, haare Dooden op Zeevenhoven te begraven en een Kerkmeester aldaar te benoemen, ook mogen meede de Mans-leedemaaten by de beroeping van den Predikant adsisteeren.

Aangaande de Beroeping van den Remonstrantsche Predikant, dezelve geschied alhier op gelyke wyze, behalven dan hier geen nabuurige Predicanten by tegenwoordig zyn, en dat nooit de Heeren, daarop eenig recht van Ab of Inprobatie hadden; de Kerkenraad en Gemeente, een Beroep gedaan hebbende, werd daarvan aan de Societeit, of de Algemene Vergadering van Remonstrantsche Predikanten kennis gegeeven: dan daar zelve maar eenmaal in het Jaar vergaderen, zo werd daarvan deoor de Kerken gelyk deeze, welke het vermogen van uitvoering hebben aan de respectieve Predikanten, een of meer Beroepingsbrieven rondgezonden, en daarop alzo de goedkeuring van het Beroep gevraagd, doch voor Kerken die onvermogend zyn om die kosten te kunnen draagen, werden ten dien eenide Jaarlyks op de algemeene Vergadering een Bezorger benoemt, welke als dan de stem voor de geheele Societeit, in zoo een geval, uitbrengd.

Den Schout en Ambachtsbewaarders hadden de begeeving van de Amten, een Schoolmeestger, Koster en Voorzanger.

In het Burgerlyke, had den Ambachtsheer, de aanstelling van Schout, Ambachtsbewaarders, Schepenen, Secretaris en Boode, en alle verdere ondergeschikte Collegien, gelyk meede van alle Ambten en bedieningen, het recht van Tienden, Visscheryen, enz. van welke voorrechten zommige zyn afgeschaft, en andere zedert 1795 nog continueren.

Op den 8 April 1396, verleende Hertog Albregt van Beyeren een Handvest, waarby de Inwooners van Zeevenhoven, vergund werd, om Borgen te worden voor doodslag of questingen, welke eenige van hun Famielle of nabestaande gedaan hadden, en dat dezelve niet meer ter betering van zo een doodslag als Famielje of Maaggeld zouden betaalen dan vyf Schellingen en voor een questing slechts twee en een halve Schelling.

Gelyk meede by een ander Handvest van dezelfde dato aan haar verleend werd, dat alle schotbaare Goederen, voor altoos schotbaar werden gemaakt, en die goederen welke vry waaren en aan schotbaare Lieden, werden verkogt, meede ten eeuwigen dagen schootbaar zouden zyn.

In den Jaare 1629, hebben Schout, Ambachtsbewaarder, en Schepenen van Zevenhoven en Noorden, met communicatie en overleg van de Gemeene Buuren, een ordonnnantie, gemaakt ten opzichte van de Visscherye, en dezelve aan den Bailluw en Welgeboore Mannen ter Approbatie gezonden, welke dezelve op den 8 January 1631 in een Keuze veranderd hebben, waarby verboden werd, dat niemand oud of jong, met eenige Schaakels of Zeegens onder de beide Ambachten zal mogen Visschen, en wel van den 12 April tot op St. Jacob ieder Jaar - gelyk meede niemand eenig Polderwater aan anderen buiten de Ambachten woonende mogt verhuuren - dat geen andere dan Inwooners in eenig water van den Ambachten mogt Visschen, ook in geen anders water, -- Item met geen Hengelroeden, of verboden Vischtuig, op zekers daartoe by ieder Articul bepaalde boetens; welke ordonnantie behalve door den Schout door 18 byzondere Persoonen op den 17 February 1629 geteekent is, en vervolgens, na dat dezelve in een Keure was verandert, afgeleezen en aangeplakt is geworden.

Als een byonder voorrecht bezitten de bevoegde gebuuren het recht dat dezelve by een of meer vacatuuren in het verkiezen der Leeden van niemand afhangelyk waren, doende altoos de verkiezing zelve, maar daarentegen zyn dezelve ook verpligt haare Reekeningen niet alleen voor den Gerechte, maar meede ten overstaan der Gemeenten te doen. Alle deeze opgenoemde zo Kerkelyke als Burgerlyke Voorrechten en  Verpligtingen, zyn nog in volle kracht, zo verre dezelve door geene Decreeten van den Landen, verandert of vernietigd zyn.

BEZIGHEEDEN

Zyn hier zeer veel, doch voornaamlyk werd het bestaan hier gemaakt door de ontgrondingen en verveeningen der Landen; dan hoeveel dezelve heden ook nog zyn, zo verminderen die egter van tyd tot tyd, en zo voortgaande zullen dezelve binnen weinig Jaaren geheel ophouden, zynde de vermindering der verveeningen oorzaak dat de Huizen en deszelfs Inwooners hier almeede merkelyk geringer worden.

Behalve de ordinaire Neeringen en Handwerken ten platte Landen noodig, vind men hier verscheide voornaamen Smits, waar van in den Jaare 1755 het getal meer als 30 Meesters of Baazen beliep, wiens bestaan voornaamlyk afhing van het maaken van arbeiders, en Keuken gereedschappen, onder dezelve waaren vyf Baazen, dewelke Eggemaakers werden genoemd, en wiens voornaame Beezigheid bestond in het maaken van Snymessen en Houweelen, als meede ander tuig en gereedschap voor de Groenlandsche Vischerye, dan deeze leiden in de tegenwoordige dagen in welke onze Visscherye geheel stil staat, zeer veel, zo dat hier in het Hoofdbestaan thans de Veenderye en andere particulier Smeederyen afmaakt.

GESCHIEDENISSEN

Zo kunnen wy hier omtrent niets meededeelen, wyl wy geen berichten hoe genaamd daar van hebben kunnen bekoomen; de lotgevallen des Ambachts zyn in den Jaare 1672 zeer bezwaarlyk geweest, wyl op dien tyd de Franschen zig alhier te Land bevonden, en eenige derzelven, zig naa Nieuwkoop begaave, alwaar zy een onaangenaame viziete afleiden, waar van by Nieuwkoop en Noorden breder te zien is.

BIJZONDERHEEDEN

Hier van kunnen wy geen andere noemen, dan alleen de aangetoonde zo Kerkelyke als Waerldlyke Gebouwen, de byzondere oude en schoone Voorrechten enz.

REISGELEGENDHEEDEN

Zyn van hier veele, dan alleenlyk particulieren, met Turf en andere Vaartuigen, dagelyks op Amsteldam en ander Plaatzen, en op de Marktdagen op Amsteldam, Leyden en andere Steeden en van daar terug een Marktschuit.

HERBERGEN EN LOGEMENTEN 

Zyn er hier verscheiden: de voornaamsten is het Rechthuis.

 

 



Reactie plaatsen




bijlage of video toevoegen





Houd mij op de hoogte van reacties op mijn inzending

Ik ga akkoord met de voorwaarden

* Verplicht invullen

Zoeken

Plaats

Steden en dorpen

Terug naar

Steden en dorpen

Molen De Roode LeeuwOud-katholieke kerk Sint Jan BaptistHet Lazaruspoortje GoudaGouderak