Het Aardrijkskundig Woordenboek van A.J. van der Aa en
de kaart van J. Kuyper geven samen een beeld van Woubrugge
halverwege de negentiende eeuw. Het door Kuyper getekende gedeelte
van dat beeld geeft de negentiende eeuwse werkelijke situatie weer.
Voor sommige gemeenten geldt zelfs dat de grenzen sinds die tijd
vrijwel ongewijzigd zijn gebleven.
De beschrijving die Van der Aa geeft van de negentiende-eeuwse
situatie kunnen we eveneens beschouwen als correct. Dan kan niet
altijd gezegd worden van de historische gegevens die in de
beschrijvingen zijn opgenomen. De tekst moet daarom worden
beschouwd als de interpretatie van de negentiende-eeuwse
amateur-historicus. Voor een juist historisch overzicht is het
nodig ook andere bronnen te raadplegen.
Klik
hier voor nadere informatie over Van der Aa en Kuyper.
De tekst is, met aanpassing van de spelling, zoveel mogelijk in de
oorspronkelijke stijl overgenomen. Een enkele fout in de tekst is
stilzwijgend verbeterd. Aanvullingen en opmerkingen zijn tussen
haakjes met een n.b. opgenomen.
WOUBRUGGE, gemeente in Rijnland, provincie Zuid-Holland,
arrondissement Leiden, kanton Woubrugge; palende noord aan de
gemeente Alkemade en Rijnsaterwoude, oost aan Ter Aar en Oudshoorn
en Gnephoek, zuid aan Oudshoorn en Gnephoek en Koudekerk, west aan
Leiderdorp; terwijl de kleine gemeente Hoogmade, daarin van drie
zijden geënclaveerd ligt.
Deze gemeente bestaat uit de Oudendijkse en Boepolder, de
Plaspolder, de Vlietpolder, de Doespolder, de Voorofsepolder, de
Piespolder, de Frederikspolder en de Kooipolder, benevens gedeelten
van de Vierambachtspolder, de Bospolder, de Rode polder, de
drooggemaakte Veenderpolder en de Zwetpolder; bevat het dorp
Woubrugge, de gehuchten Groenewoud, de Hoek van Roelofarendsveen,
de Woudsedijk, Ofwegen en het Lageland. Zij beslaat, volgens het
kadaster, een oppervlakte van 2.259 bunder 33 vierkante roeden 72
vierkante ellen, waaronder 2.237 bunder 55 vierkante roeden 70
vierkante ellen belastbaar land; telt 171 huizen, bewoond door 281
huisgezinnen, uitmakende een bevolking van ruim 1.400 inwoners, die
meest in de landbouw en de veeteelt, alsmede in handel in boter en
kaas, hun bestaan vinden. Men heeft er een korenmolen en een
scheepmakerij. Vroeger had men er nog een scheepmakerij, doch deze
heeft in het jaar 1831 opgehouden te bestaan.
De hervormden, die er ongeveer 1.000 in getal zijn, onder welke 300
lidmaten, maken een gemeente uit, welke tot de classis van Leiden,
ring van Alphen, behoort. In deze gemeente is reeds zeer vroeg de
reformatie gepredikt. Volgens getuigenis van sommigen werd alhier
allereerst gepreekt door Jan Arendszoon, mandenmaker van Alkmaar,
of Petrus Gabriël, een Vlaming, nadat de eerste predikatie bij
Amsterdam, buiten de Haarlemmerpoort, geschied was. Hiertoe gaf
gelegenheid, dat hij van Amsterdam naar Delft, door Heer
Jacobswoude, reisde.
Jan de Bakker, anders, volgens een Latijnse benaming Joannes
Pistorius, pastoor der kerk van Heer Jacobswoude, was de eerste
onder de Hollanders, die de leer van Luther omhelsde en daarom ook
de marteldood standvastig onderging. Hij werd, 15 september 1525 te
's Gravenhage, levend verbrand. De eerste, die in deze gemeente het
leraarambt heeft waargenomen, is geweest Nicolaas Simons, die in
het jaar 1579 herwaarts kwam, en in het jaar 1588 naar Woerden
vertrok. Gedurende de dienst van Joannes Heenk, hier gekomen in
1797 en overleden in 1840, is Hoogmade van 1808 tot 1817 hiermee
verenigd geweest. Het beroep is een collatie van de eigenaren van
de heerlijkheid.
De rooms-katholieken, die men er ruim 210 telt, behoren tot de
statie van Hoogmade.
De 5 Israëlieten, die er wonen, behoren tot de ringsynagoge van
Alphen.
Men heeft in deze gemeente één school, waarop de kinderen van het
dorp en die van de Hoek van Roelofarendsveen, gemiddeld ten getale
van 120, onderwijs ontvangen, maar die uit de overige gedeelten van
de gemeente gaan in het naburige Rijnsaterwoude of te Hoogmade ter
school.
Deze gemeente is een heerlijkheid onder de naam van Esselijkerwoude
en Heer Jacobswoude.
Het dorp Woubrugge, Woudbrugge of Wouwbrugge ligt 21/2 uur oost ten
noorden van Leiden, 1 uur noord ten westen van Alphen, aan de
Woudwatering, welke, dit dorp doorstromende, het in twee delen,
Woubrugge Oostzijde en Woubrugge Westzijde, verdeelt. Het dorp is
zeer net, hoewel niet groot, en in de kom zindelijk bestraat. De
huizen, die er 106 in getal zijn, bewoond door 970 inwoners staan
in een goede orde in twee rijen ter weerszijde van de Woudwatering,
alleraangenaamst en wegens de drukke binnenlandse scheepvaart, zeer
gelegen en geschikt voor alle neringen; doch onder al het aangename
en vermakelijke van het dorp, moet het tevens als een grote last
worden aangemerkt, dat de bewoners van de ene zijde niet naar de
andere kunnen komen, zonder, met een, daarvoor gereed zijnde
schouw, over de Woudwatering te worden overgezet; zodat die gene,
welke aan de zijde van het rechthuis wonen en zich ter kerk willen
begeven, en weder zij, die, van de zijde der kerk, op het rechthuis
moeten zijn, altoos moeten overvaren. Dan deze last wordt door het
aangename van de scheepvaart en de daaraan verbonden zijnde
neringen rijkelijk vergoed.
De stichting van Woubrugge is niet op eens, maar allengs begonnen
en aanzienlijker geworden; de reden daarvan was, dat toen omtrent
Heer Jacobswoude de meeste landen uitgeveend waren, de bewoners
naar elders vertrokken om een bestaan te zoeken, waartoe de streek
langs de Woudwatering wel het meest gezocht werd, en aldus ook van
tijd tot tijd bebouwd is geworden; daarbij kwam, dat ingevolge
vergunning door dijkgraaf en hoogheemraden van Rijnland, 20
augustus 1505, aan de heer van Warmond en Woude verleend, tot
kennelijk wederzeggen, werd toegestaan, om de brug, Woubrugge
genaamd, liggende over de Woudwatering, weg te nemen, waardoor de
scheepvaart alzo zeer veel vermeerderen moest en waarom velen zich
toen hier, zo tot het drijven van neringen als anderszins, nog meer
kwamen vestigen. Bovendien verkreeg deze buurt door het stichten
van een kerk, tussen de jaren 1650 en 1660, al de voordelen van een
welgelegen dorp, zodat men de tijd van het ontstaan van dit dorp
van toen af rekenen mag; terwijl daarna, door het gehele verval van
Heer Jacobswoude, de kerkbuurt allengs zal zijn aangegroeid.
Men heeft er een zeer goed gemeentehuis, waarin tevens de zittingen
van het kantongerecht worden gehouden. Daarin is een gijzelkamer of
overblijfsel van een gevangenis.
In vroegere tijden stond de kerk op Heer Jacobswoude, doch die
vervallen geraakt zijnde, heeft men goedgevonden op het
tegenwoordige dorp Woubrugge een kerk te bouwen, dat een fraai,
enigermate langwerpig, doch ruim gebouw is, hetwelk geheel op zijn
eigen muren rust, zonder door enig pilaarwerk ondersteund te
worden, zijnde naar men wil, de enige in ons koninkrijk van die
bouworde of grootte, welke in dat opzicht de Nieuwe Kerk te
's-Gravenhage evenaart. Uit het midden van het dak rijst een schone
toren, waarin uur- en slagwerk en een klok hangt, en welke, evenals
de kerk, met leien gedekt is, gevende alzo door haar uiterlijke
vertoning aan de kerk en zelfs aan het dorp een zeer goed aanzien.
In het jaar 1794 is door de toenmalige ambachtsvrouw, vrouwe
Jacomina Anthonia Terwen, douairière Vingerhoed, een fraai orgel
aan deze kerk geschonken. De pastorie die nabij de kerk staat is in
1841 herbouwd.
Er is mede een hervormd wees- en armenhuis, waarin ruim een
dertigtal personen worden verpleegd.
De kermis valt in omstreeks 15 september.
Het wapen dezer gemeente bestaat in een veld van azuur, met een
fasce, vergezeld van drie liggende halve manen, alles van
goud.
WOUBRUGGE OOSTZIJDE, dat gedeelte van het dorp Woubrugge, in Rijnland, provincie Zuid-Holland, arrondissement en 23/4 uur oost ten noorden van Leiden, kanton en 1 uur noord ten westen van Alphen, hetwelk aan de oostzijde van de Woudwatering gelegen is en waar het gemeentehuis staat. Men telt er 55 huizen en ruim 470 inwoners.
WOUBRUGGE WESTZIJDE, dat gedeelte van het dorp Woubrugge, in Rijnland, provincie Zuid-Holland, arrondissement en 23/4 uur oost ten noorden van Leiden, en 1 uur noord ten westen van Alphen, hetwelk ten westen van de Woudwatering ligt en waar de kerk en het schoolgebouw staan. Men telt er 51 huizen en ongeveer 490 inwoners.
WOUBRUGGE, kanton, provincie Zuid-Holland, arrondissement
Leiden; palende noord aan het Haarlemmermeer en het Noorhollandse
kanton Nieuwer-Amstel, oost aan de Utrechtse kanton Loenen en
Maarssen, zuid aan de kantons Woerden en Alphen, west aan de
kantons Leiden en Noordwijk.
Dit kanton bevat de volgende 8 gemeenten: Woubrugge, Koudekerk,
Hoogmade, Alkemade, Rijnsaterwoude, Ter Aar en Vrijhoeven,
Nieuwveen en Zevenhoven en beslaat, volgens het kadaster, een
oppervlakte van 12.341 bunder 6 vierkante roeden 34 vierkante
ellen, waaronder 10.233 bunder 30 vierkante roeden 30 vierkante
ellen belastbaar land. Men telt er 1.293 huizen, bewoond door 1.991
huisgezinnen, uitmakende een bevolking van 14.700 inwoners, die
meest in de landbouw, veeteelt, boter en kaashandel en veenderij
hun bestaan vinden.
Literatuur: