De naam Willige Langerak verwijst naar de gelijknamige zelfstandige gemeente welke in 1943, tijdens de Duitse bezetting, is opgegaan in de gemeente Lopik.In 1970 is de dorpskern, grenzend aan de oostelijke omwalling van Schoonhoven, alsmede de landerijen ten oosten daarvan tot halverwege de Tiendweg, bij Schoonhoven gevoegd om in het open gebied ten noorden van de Tiendweg een nieuwe woonwijk te stichten. Dit aan Schoonhoven toegevoegde gedeelte wordt nu Schoonhoven-Oost genoemd, als onderscheid met de naam van het nog onder Lopik vallende gedeelte, het buurtschap Willige Langerak.Nieuwe kernvorming in het buurtschap is op de T-kruising Tiendweg - Floris IV-weg zichtbaar, onder andere door het nieuwe buurthuis 't Wilgegat in de voormalige school en een klein natuurmuseum, maar kerkelijk en in de algemene beleving van de bevolking wordt de oude dorpskern met zijn eeuwenoude dorpskerk en het voormalige jachthuis van de ambachtsheer, tevens gemeentehuis nog steeds als centrum ervaren.
Rond het ontstaan van de heerlijkheid Willige Langerak is nog veel onzeker. Ontgonnen in het laatst van de 12e eeuw en wordt pas in 1272 voor het eerst in akten genoemd. Bij de verkoop van een watergang door Herberen van der Lede aan Wouter van Goye en Frederik van Zevender blijkt dat Willige Langerak reeds een parochiekerk bezat, hetgeen wijst op een zekere bevolkingsdichtheid. De archieven van de ontginning af tot 1272 bevatten echter geen melding van dit land. Twee jaar later wordt in een andere akte, betrekking hebbend op de uitwatering van Cabauw en (Willige) Langerak, Wouter van Goye genoemd als heer van het gebied. De laatste die met de rechten van de heerlijkheid was bekleed is ambachtsvrouwe Pauline Le Fevre de Montigny Bisdom van Vliet, die in 1923 is overleden. In 1811 is Willige Langerak samengevoegd met Jaarsveld, dit was echter van korte duur omdat na vijf jaar bij K.B. van 29 juni 1816 de samenvoeging weer werd opgeheven. Later zijn op voorstel van G.S.van Utrecht in 1857 de gemeenten Cabauw en Zevender aan Willige Langerak toegevoegd, een toestand die zou voortduren tot de opheffing van de gemeente door samenvoeging met de gemeente Lopik in 1943. In 1632 telde het dorp 283 inwoners en in 1811 was dit opgelopen tot 329 inwoners. In bijna twee eeuwen was het inwonersaantal nauwelijks toegenomen. In 1943 bij de opheffing van de zelfstandige gemeente (incl. Zevender en Cabauw) waren er 931 ingezetenen.
In Willige Langerak zijn de sporen van de strijd tegen het water nog uitdrukkelijk aanwezig. Zo zijn langs de Lekdijk zes hardstenen dijkbewakingspalen bewaard gebleven, verzamelplaatsen voor het dijkleger in tijden van hoge waterstanden. Op de paal werd daartoe een lantaarn geplaatst. Men verzamelde zich in de boerderij achter de paal dat als wachthuis diende. De palen dateren van halverwege de 19e eeuw. Een ander in het landschap zichtbaar element is een restant van de dijkdoorbraak in 1596 ten oosten van de Graaf Floris IV-weg, een grote wiel, ontstaan door uitspoeling van de grond. De sporen van de dijkdoorbraak van 1726 zijn niet meer te herkennen in het landschap. Verder is karakteristiek voor de ruimtelijke hoofdstructuur de ligging van de boerderijen aan de voet van de Lekdijk. Opmerkelijk is ook de bebouwing langs de Tiendweg evenwijdig aan de Lekdijk. In de meeste polders zijn de tiendwegen altijd onbebouwd gebleven. De grootste aantasting van de structuur nabij de oude dorpskern is de aanleg van de provinciale weg met viaduct in 1955 dwars over de Montignylaan, waarvoor een aantal kleine boerderijen moest worden gesloopt.
Willige Langerak telt drie rijksmonumenten, de Nederlands Hervormde kerk, het voormalige Jachthuis van de Ambachtsheer, beiden aan de Montignylaan en de !8e eeuwse boerderij Tiendweg 44. Zoals reeds is aangegeven is de kerk al vermeld in 1272. Na de reformatie duurde het nog tot 1652 voordat de gemeente een eigen predikant kreeg. Nog steeds heeft de gemeente een zelfstandige predikantplaats. Deze was vanaf 1980 parttime bezet, maar werd in 1996 weer volledig. Sinds 1970 is de kerkelijke gemeente Willige Langerak wel onderdeel van twee burgerlijke gemeenten, te weten Lopik en Schoonhoven.
Auteur: L.J. van den Boogert
Websites:
Literatuur:
Archieven: