De naam Waddinxveen is mogelijk afgeleid van een persoonsnaam;
een andere verklaring is een aanduiding voor water, afgeleid van
wadde.
De oudste vermelding van de naam Waddinxveen dateert uit 1233 en
beschrijft de omvang van een gebied dat ter ontginning wordt
uitgegeven, langs de Gouwe, ongeveer vanaf de Dorrekade tot de
Nesse. Dit is de kern van het latere ambacht Zuid-Waddinxveen. Elf
jaar later wordt iets ten noorden hiervan het gebied Poeliën (of
Peuliën) ter ontginning beschikbaar gesteld, als apart
rechtsgebied: de kern van het latere ambacht Noord-Waddinxveen. In
de 13e eeuw ontstaan nog vier andere ambachten op het grondgebied
van de huidige gemeente Waddinxveen: Groensvoorde, het gerecht van
Zevenhuizen, het Hubertsgerecht en Snijdelwijk. In de 14e eeuw
blijkt de kerkelijke parochie Waddinxveen alle zes ambachten te
omvatten; de stichting van de eerste kerk zal rond 1400 hebben
plaatsgevonden, aan de zuidzijde van de Kerkweg. Later is "het
gerecht van Zevenhuizen" tot het ambacht Bloemendaal gaan behoren,
zodat dat dorp zich voor een klein gedeelte aan de westzijde van de
Gouwe uitstrekte. Juist op dat gebied werd de kerk uitgebreid, die
voortaan als parochiekerk van Waddinxveen en Bloemendaal werd
aangeduid.
De gezamenlijke waterhuishouding noodzaakte de ambachten ten noorden van de Kerkweg tot samenwerking. Eind 15e eeuw is al sprake van Noord-Waddinxveen, maar Noord- en Zuid-Waddinxveen - een situatie die (met een onderbreking van 1812 tot 1817) tot 1870 zou duren - worden ook vaak samen aangeduid als Waddinxveen. De in 1870 ontstane gemeente Waddinxveen omvatte ook grondgebied ten oosten van de Gouwe: het voormalige ambacht Bloemendaal; voorts een gebied in het zuiden: de ambachten Broek, Tuil, 't Weegje en Broekhuizen. Deze overige ambachten waren in 1818 samengevoegd tot de gemeente Broek c.a.In 1870 werd van Bloemendaal al een klein gedeelte aan Gouda toegevoegd, in 1964 gevolgd door een veel groter gebied. Aan Boskoop werd in 1895 en later in 1964 grondgebied afgestaan, in 1964 ook aan de gemeente Reeuwijk.
Het grondgebied van Waddinxveen valt onder hoogheemraadschappen:
Rijnland en Schieland; de Jan Dorrekenskade is al eeuwen lang de
landscheiding (grens) tussen deze twee waterstaatkundige
gebieden.
Ook de geschiedenis van Waddinxveen wordt voor de periode tot de
18e eeuw voor een belangrijk deel gekenmerkt door het turfgraven en
turfsteken. In Noord-Waddinxveen ontstond hierdoor de Noordplas.
Samen met de dorpen Benthorn, Benthuizen , Hazerswoude, Hoogeveen
en Zoeterwoude werd de plas in de jaren 1759 tot 1765 drooggelegd,
nadat al in 1700 door het gewest Holland toestemming daarvoor was
verleend. Ten oosten van deze Achterofse polder werd tussen
Noordeinde en Noordkade nog verder verveend, waardoor de Putte
ontstond, die pas in de periode 1867 - 1875 werd
drooggemalen.
In Zuid-Waddinxveen (en aangrenzende ambachten) leidde de vervening
tot het ontstaan van de Zuidplas. De droogmaking hiervan duurde van
1828 tot 1841.
In de 19e eeuw werd in Zuid-Waddinxveen zelfs nog een gebied
uitgeveend, waardoor de Kleine Putte ontstond, waarvan nu nog de
Petteplas resteert.
Sindsdien worden de polders gekenmerkt door agrarische
bedrijvigheid.
Langs de Gouwe concentreerde zich in de 18e eeuw de nijverheid,
en dit bleef grotendeels zo tot in de 20e eeuw: papiermolens,
houtbewerking (o.a. scheepsbouw, gereedschap, meubels, speelgoed,
schaatsen). In de 20e eeuw was lange tijd de carrosseriefabriek van
Verheul (met name autobussen vrachtwagens) een grote
werkgever.
Voor de scheepvaart was natuurlijk de Gouwe, met het Jaagpad,
belangrijk, maar ook de vaart richting Moerkapelle was tot in de
18e eeuw van belang. Voor het verkeer te land werd in de 16e eeuw
een "hoge" brug over de Gouwe gebouwd, die later herhaardelijk werd
vervangen, voor het laatst in 1936 door de huidige hefbrug. Naar
het westen ging het verkeer vroeger over de Dorrekenskade naar de
Donderdam; aan de oostzijde van de Gouwe was de Brugweg en de
Bloemendaalse weg / Kleiweg richting Gouda belangrijk.
In 1934 kwam de spoorlijn Gouda - Alphen aan den Rijn gereed, met
in Waddinxveen het station aan de Petteplas.
De oorspronkelijk rooms-katholieke, later hervormde dorpskerk werd in 1838 afgebroken en vervangen door de dichter bij de Gouwe gelegen Brugkerk. De remonstrantse kerk aan de Zuidkade dateert uit 1835, de rooms-katholieke Sint Victorkerk werd ingewijd in 1880, vlak bij de plek waar de vervallen 17e-eeuwse voorganger stond. Behalve het Rechthuis en enkele boerderijen, telt Waddinxveen weinig andere karakteristieke gebouwen meer.
In 1369 woonden er naar schatting ca. 600 personen in Noord- en Zuid-Waddinxveen. In de 17e eeuw liep het inwonertal terug van ca. 2100 naar ca. 1900. In 1870 telde Waddinxveen (met inbegrip van het gebied van Broek c.a.) ruim 3800 inwoners, in 1940 7700. In 1966 was het aantal inwoners gestegen tot 15000 en momenteel (2007) wonen er ruim 26000 mensen.
Archieven:
Literatuur:
Websites:
Burgemeesters: