Lieve van Ollefen werd geboren in Amsterdam op 13 oktober 1749. Van Ollefen was een bekend broodschrijver die veel geschreven heeft in opdracht van uitgevers en boekverkopers. Hierdoor heeft hij een zeer uiteenlopende productie gehad. Zo schreef hij als poëzie bijvoorbeeld het in 1784 verschenen De wereld is geen tranendal in vier zangen. Daarin werd betoogd dat een vroom christen op aarde veel genieten mag. De Synode van Amsterdam veroordeelde het stuk als "hoogst schandelijk". Hij schreef werken met een pedagogische bedoeling en vervaardigde stukken voor het toneel, soms met een politieke strekking, zoals Het revolutionaire huishouden, in mei 1798 toen hij gevangen zat. Het handelde over de emancipatie der vrouw. Zijn bekendste werk is het met R. Bakker uitgegeven De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver. Hoe de werkverdeling tussen Bakker en Van Ollefen is geweest, is niet duidelijk.
Van Van Ollefen wordt gezegd dat hij een veelzijdig man was, maar iemand "bij wie de diepte gewoonlijk in de breedte verloren ging". Hij overleed in het werkhuis in zijn geboorteplaats op 16 juni 1816.
De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver verscheen tussen 1791 en 1811. Het werd uitgegeven door H.A. Banse in de Stilsteeg in Amsterdam. Het werk bestaat uit verschillende delen. Deel VIII beschrijft de dorpen in Rijnland. Het titelblad van dit deel vermeldt als auteur alleen Rs. Bakker. Een heruitgave van het werk verscheen in 1976 bij de Europese Bibliotheek in Zaltbommel.
De bekende ovale gravures voor De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver werden gemaakt door Anna Catharina Brouwer. Van haar is weinig bekend. Waarschijnlijk was zij een dochter van Cornelis Brouwer, die in Amsterdam plaatsnijder was. Hij graveerde boekillustraties, portretten en historieprenten. Anna Brouwer maakte de gravures in de periode 1793-1801. De gedichtjes onder de gravures zijn waarschijnlijk van de hand van Van Ollefen.
Bron: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek II (Leiden 1912) 257, 259; en VIII (Leiden 1930) 1236.
Anna Brouwer heeft met haar graveerpen de achttiende-eeuwse werkelijkheid nauwkeurig weergegeven. Datzelfde geldt waarschijnlijk voor de door Van Ollefen gemaakte beschrijvingen van de situatie van dat moment in de dorpen. Dit kan niet altijd gezegd worden van de historische gegevens die in de beschrijvingen zijn opgenomen. Voor een meer correcte historisch beschrijving is het daarom nodig ook andere bronnen te raadplegen.
In onderstaande transcriptie is de oorspronkelijke stijl ongewijzigd. Opmerkingen over het geschrevene zijn tussen haakjes met een n.b. opgenomen.
HET BAILLUWSCHAP VAN VOSHOL, WAARIN DE DORPEN ZWAMMERDAM, LANGER- EN KORTERAAR BENEVENS REEWIJK EN RANDENBURG
Zeeker moet ieder Dorp of Ambacht hier in dit Bailluwschap voorkoomende afzonderlyk worden beschreeven, dan vooraf moeten wy egter eerst het geheele Bailluwschap leeren kennen, wy zeggen dus dienaangaande, dat wy Langer- en Korteraar eerder dan deeze beschryving van het generaale Ambacht of Bailluwschap hebben afgeleverd, alleen wyl daarvan reeds de afteekening in vooraad was gemaakt, en van de andere bovengemeld niet hoewel evenwel bovendien de Dorpen geheel niet in ligging aan den anderen zyn verbonden.
De LIGGING
van den Balluwschappe van Voshol vind men dan in Rhynland paalende voor het gedeelten van Zwammerdam, Reewyk en Randenburg als volgt; als ten Noorden komt het met eene punt van Zwammerdam, een Albregts-vier-en-deel van den Bos, een Polder van Aarlanderveen; ten Noord-oosten aan Bodegraven, aan de Noordzyde van dat Ambacht, werdende van Albregts-vier-en-deel van den Bos gescheiden, door de Zydwinde, en van de Noordzyde van Bodegraven door de Dykwatering; dan ten Zuiden aan de Zuidzyde van Bodegraven; vervolgens met een hoek omgaande paalt het wederom ten Noorden aan genoemde Zuidzyde van Bodegraven, wordende alzo de generaale Scheiding met dezelve Dykwatering gemaakt; ten Oosten paalt het aan Graauwcoop, waarvan het werd gescheiden door Albert Gyzenpad voor een gedeelten en voor een ander gedeelten door den Lugtdyk; ten Zuiden paalt het aan Sluypwyk, de scheiding is met de Oude Weg, dan weder ten Oosten van Sluypwyk vooren werdende door het water de Saa, daarvan gescheiden; dan ten Zuiden aan Bloemendaal, en ten Westen aan Middelburg, zynde hier de scheiding met de Oude Boskooperweg voorts weder ten Zuiden langs Middelburg en Bloemendaal paalende, en met den Middelburgerdyk gescheiden zynde, komt het ten Westen aan de Goude waar meede van Noord Waddinxveen afgescheiden werd, paalende dan verders ten Noorden van Zuidwyk, Foreest en Reyerscoop, daarvan door de scheisloot gescheiden wordende en verders ten westen aan Foreest, Nieucoop en Spoelwyk tot aan de Kortsteekter Polder toe, alwaar de scheiding weder met de Kleyweg gemaakt word. Deeze de belendingen van het eene gedeelten van Voshol synde, zo werd het andere gedeelten hiervan geheel afgesneden door het Ambacht van Aarlanderveen, alwaar men aan het Noordeinde van het zelve Langer en Korteraar ontmoet, dan daar ieder Dorp en Ambacht op zig zelve beschreeven werd in ligging, zo is het in deeze niet nodig om van Langer- en Korteraar iets te zeggen, wy wyzen dus den Leezer na die beschryving zelve, gelyk wy hun mede doen na die van Zwammerdam. Reewyk enz. en alzoo gaan wy nu den
NAAMSOORSPRONG
Van het gheele Bailluwschap onderzoeken, men vind onder Zwammerdam een Camp Land, groot 3 Morgen, 234 Roeden, het geen met den Naam van Voshol bekent is, leggende hetzelve tegens den Tempel een District of Polder van Reewyk aan; men zegt dat alhier voorheen een groot Bosch geweest zynde, zig een groote meenigte van Vossen zouden hebben opgehouden, en dat daar door den Naam van Voshol voorgekomen zoude zyn, daar andere ons wyzen na Oud Reewyk, een Polder in Reewyk, gelegen, alwaar men aan de Waters Saa en de Oude Reewykerwatering een streek gronde vind, bekent op de Kaart van N. Visscher voor het Hol, hetwelk op een Rekening van den Jaare 1584 zou voorkomen onder den Naam van 't Hof of Hol en dat groot zou zyn geweest 20 Morgen 400 Roeden Lands; dat hier ter plaatzen van de oude Heeren van deze streek een Jagthuis was, ten einde de Vossen zich in den omtrek onthoudende, te vangen of te verjaagen, en dat in deeze streeken groote Bosschen geweest zyn, duiden de gronden genoegzaam aan, maar dat hier zig meerdere Vossen dan elders zouden opgehouden hebben, hiervan is nergens geen bewys te vinden, waarom wy meemen, dat de Naam van Voshol daar aan door de eene of andere particuliere reeden gekomen is, maar welke particulier is geheel onbekent, wy zeggen dus liefst dat den Naamsoorsprong alleen maar op gissingen is afgerond en dat wy het Bailluwschap alzo niet nader dan by den Naam van Voshol kennen.
STICHTING EN GROOTTE
De gelegenheid, zo als wy die met de nabuurige Dorpen en Ambachten boven gemeld zien, doet ons denken, dat deeze geheele streek van een zeer hoogen ouderdom is en dat dezelve waarschynlyk door de Romeinen reeds bewoond zal zyn; dan wie de aanleggers ter bewooning daarvan zyn geweest weeten we niet.
Den grootte van dit Bailluwschap gaat over 5188 Morgen 25 Roeden Lands; volgens de Verpondingslyst van den Jaare 1732, over 610 Huizen, en na de volkstelling van den Jaare 1795 en 1798 over 3043 Zielen, alles van welk ieder in het byzonder op zyn plaats de grootte zal getoond werden - hieruit zien wy reeds dat Voshol van een groote uitgestrektheid is.
Het WAAPEN
van de geheele Heerlykheid werd verbeelt door een Zilver Schild waarop een roode Vos die in zyn Hol springt, welk wapen een spreekend zinnebeeld op den Naam is.
KERKELIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN
Onder Voshol behoorende, zyn 3 Gereformeerde Kerken, als op Zwammerdam, Langeraar en Reewijk, voort 1 Remonstrantsche Kerk op Zwammerdam, Roomsche Kerken zyn er 3 als 1 ter Zwammerdam, 1 te Langeraar en 1 te Korteraar, zamen 7 Kerken uitmakende; van welke ieder ter zyner plaats de beschryving zal worden gedaan; gelyk meede van de Pastoryen en de Schoolen zal geschieden.
Van WAERELDLIJKE GEBOUWEN
kunnen wy niets zeggen, alzo op die plaatzen waar Gerechten vergaderen, die vergaderingen in particulieren Herbergen worden gehouden; de vergadering voor het geheele Bailluwschap geschied te Zwammerdam in het Rechthuis.
Van het Artikel KERKELIJKE REGEERING
Zal op zyn tyd by ieder Dorp en Gemeenten verslag werden gedaan.
Omtrent de WAERELDLIJKE REGEERING
Daar van bepaalen wy ons by deeze alleen tot die van de Hooge Heerlykheid of het Bailluwschap van Voshol, dewyl de verdere Ambachts Regeeringen, en haare gevolgen door ons by ieder Ambacht en Dorp nader behandeld zullen worden. Het is dan bekent dat de Heerlykheid van Voshol verscheiden eeuwen aan den geslagten van Brederode heeft behoort, want volgens de Leen-Registers zou blyken, zo als de Tegenwoordigen Staat aanteekent dat Diederick van Brederode zyne Gemalinne in den Jaare 1316 daar meede verleid geworden is, als bekomende het Lyftogt derzelver Heerlykheid, vervolgens de Mannelyke afstammelingen overleeden zynde kwam de Heerlykheid by Testament aan deszelfs jongste Zuster, Jongvrouwe Amelia Wilhelmina van Brederode, getrouwd zynde met den Heere Herman de Caumont de la Force, Markgraave van Montpouillan, Luitenant Generaal van de Cavallerie der Vereenigde Nederlanden, welke het zelve in de Jaare 1692 ten Huwelyk gaf aan zyne Dochter Jongvrouwe Armelina de Montpauillan, dewelke trouwde aan Mylord William Paulet, uit Engeland geboortig, deeze bezat het zelve tot den Jaare 1710, wanneer het by onwillig Decreet van den Hove van Holland verkogt werd, en uit den geslagte van Brederode overgegaan, is by koop en verlei aan den Heere Kornelus van Aarssen, Vryheer van Hoogerheyden, ontlangs Generaal over Holland en Westfriesland aan wiens Erfgenaamen of Afstammelingen het heden nog behoort. - Dit nu van de Heerlykheid in het gemeen gezegt hebbende, bepaalen wy ons verder tot die der Hooge Heerlykheid in het byzonder.
het Hooge Rechtsgebied berust als nog en is een Eigendom van de geweezen Staaten van Holland en Westfriesland, en dus nu van derzelver plaats vervangende Committés en alzo een Eigendom der Ingezeetenen van de Bataafsche Republiek; de Staaten van den Landen verpanden deze Hooge Heerlykheid in den Jaare 1453 aan Reynout Heer van Brederode, op order en last van Philips Hertog van Bourgondien, Graave van Holland, welk Pandschap door Philips de 2de Koning van Spanje in den Jaare 1564van Hendrik van Brederode werd afgelost, en alzo weder in den boezem van de Staat en van Holland terug kwam, waarin het zedert gebleeven is.
Voor het vernietigen der Gravelyke Rekenkamer van Holland, werd het Bailluwschap Jaarlyksch verpagt, en daarna is hetzelve even als andere Bailluwschappen door de Staaten van Holland begeeven, gelyk thans nog door de Plaatsvervangende Commités by het afschryven dezer gedaan werd: zynde ny al verscheiden jaaren agter den andere het Amt van Bailluw door den Heer van Voshol zelfs bedient geworden, welke ter zyner diensten daartoe een Substituut aansteld.
Voorheen was het getal der Welgebooren Mannen, naar maate der plaatshebbende zaaken of misdaaden, uit meerder of minder getal bestaande; in zaaken welke door den Bailluw als meede die Civiel zyn, maar voor het Crimeneel beroepen werden, zit den Bailluw te regt met 7 Welgebooren Mannen, als 3 uit Zwammerdam, 3 uit Langer- en Korteraar en 1 uit Reewyk en Randenburg, met een Secretaris, in alle Lyfstraffelyke zaaken, werd de Vierschaar vermeerdert met de Schouten van Zwammerdam, Reewyk en Langer-en Korteraar, als meede met de 7 laatste afgegaane Welgeboore Mannen, zo dat dan in de Vierschaar door 17 Persoonen gespannen werd, van welke als dan de Schouten voorzaten; doch zedert den Jaare 1795 is by dit Collegie eenige verandering in het getal gemaakt. De ordinaire Vergadering van Bailluw en Welgeboore Mannen werd thans gehouden alle 14 dagen op Vrydag voormiddag ten Rechthuizen van Zwammerdam.
De VOORRECHTEN OF VERPLIGTINGEN
Deeze Heerlykheid in het generaal betreffende, zyn voor de Representanten van het Volk van het voormaalig Holland, de aanstelling van den Bailluw. Den Bailluw had voorheen en nog de aanstelling van zynen Substituut als meede die der Gerechtsdienaars. De Welgebooren Mannen maakte Jaarlyksche een dubbeld getal van hunnen Leeden, namentlyk 14, waaruit den Heer 7 Welgeboore Mannen Eligeerden, die op den 10 Juny van ieder Jaar beëdigd wierden dan dit Recht is met den Jaare 1795 aan den Volke gekoomen, gelyk meede de aanstelling van Boode enz. De verdere Voorrechten, zullen als meer als particulier zynde by ieder Dorp en Ambacht opgegeeven werden; wy sluiten dus hier meede deeze generaale beschriyving en gaan alzo over tot die van den
DORPE EN AMBACHTE VAN ZWAMMERDAM
Zeynde in LIGGING
als volgt; namentlyk in den Bailluwschappe van Voshol, waar van het als het eerste en voorzittende Dorp voorkomt; verder in den Heemraadschappe van Rhynland, passende ten Noorden met een punt aan Albrechts Vierendeel van den Bosch, waar van het door de Zydwinde gescheiden is; ten Noordoosten aan de Noordzyde van Boodegraaven zynde door de Dykwatering blyft, werdende dat ten Oosten paalende gevonden aan Grauwcoop, alwaar het Pad van Albertgyzen, voor een gedeelten en voor het verdere den Lugtdyk tot scheiplaatzen dient; ten Oosten paald het aan Sluipwyk en Reewyk, werdende gescheiden door de oude Wegsloot en de oude Reewyker Watering, dan ten Zuidoosten met Voshol en de Wennen aan den Tempel onder Reewyk, zynde hier door de Scheidkade afgeschooten; voorts ten Westen aan Nieuwcoop zo Spoelwyk, zynde beide Polders van Boskoop, waar van de scheiding met de Kleiweg gemaakt wordt; ten Noordwesten aan de Stockter Polder van Oudshoorn, van hetzelve door de Damkaade gescheiden wordt, en alzo komt men weder tot het grondgebied van Aarlanderveen, of Albrechts Vierendeel van den Bosch.
De gronden zyn hier doorgaande al meede Veenen, al waarom in den Jaare 1734 aan de Ingelanden, en Eigenaars van Landen door Dykgraaf en Hoog-Heemraarden van Rhynland Octrooi verleend wierd, om de Broekvelden welke een der grootste Polders uitmaaken, met Voshol en de Vennen te moogen verveene, de Weegen en Wateren zyn overal in een goede orde; alles kan te Water en te Land af en aangebragt worden. De Kerk van Zwammerdam legt voorts 1550 Roeden Alphen, 792 Roeden van Boodegraaven en 5396 Roeden van de Stad Leyden.
Den NAAMSOORSPRONG
Vinden wy wat dit Ambacht betreft zo duister niet als wel van andere Ambachten en Dorpen; den Naam was van ouds Zwaanenburg, zynde het gelsagthuis van den Familie van dien Naam geweest, zynde deeze Huizingen als een Slot of Burgt gebouwd, en in de Hoeksche en Cabeljaauwsche troebelen verwoest geworden, uit welke benaaming van Zwaanenburg, hetzelfve naderhand den Naam van Zwadenburg ook Zwatburg en Sadenburg bekwam. Op de Lyst der Kerke goederen van Utrecht werd het genoemd Swatingaburum, welke naamen na den tyd der spelling alle een en hetzelve zyn. Volgens een Giftbrief van Keizer Hendrik de 4de van den Jaare 1064 werd het geroemd de Hoofdplaats van het Graafschap van Boodegraave; het welk Graave Dirk de 5de van Bavo, Leenman van de Utrechtsche Kerk ontnoomen had. Den waaren Naam dan is Zwadenburg, na een Burgt of Sterkte welke geleegen heeft ten Zuiden van het Dorp, omtrent 200 Roeden van den Rhyndyk, alwaar ter plaatse naa alle waarschynlykheid door Dirk de 5de ten tyden toen hy met den Bisschop van Utrecht in oorlog was aan den Zwadenburg een Dam gelegt wierd; deezen Dam werd door Keizer Frederik den 1ste weggenomen en vernietigd, dan daarna weder verschil met genoemde Bisschoppen ontstaan zynde, werd dezelve dan eens weder gelegt dan weder weggenoomen; doch Graaf Willem den1ste met den Graaf van Leen in oorlog geraakende deed hier een sterkte (wy zouden het nu een Battery noemen) opwerpen om zig te kunnen verdeedigen, en deed dezelve na den oude Dam den Zwadenburgerdam noemen, zo dat alzo den naam van den ouden Burgt Zwadenburg, en na de aldaar geleegene Dam Zwadenburgerdam is genoemt gewoeden; het komt nog wel in zommige papieren met de oude naam van Zwadenburgerdam voor, maar doorgaande en zelfs by alle Geregtelyke Actens, Transporten enz. werd hetzelve nooit anders als Zwammerdam genoemt, wlke naam wy alzo voor de onzen zullen aanneemen en volgen.
STICHTING EN GROOTTE
Het eerste aangaande, moeten wy zeggen, dat geen wat wy by de inleiding hebben gezegt naamlyk: dat wy aan hetzelve een hoogen ouderdom toeschryven, dan dat de Stigters ons onbekent zyn. Van Leeuwen in zyn Inleiding voor de Constume van Rhynland bepaalt de grootte op 2032 Morgen 100 Roeden, het Geaprobeerde Reglement van Rhynland heeft 1463 Morgen 400 Roeden uitwaterende in Rhynland, ons oude Manuscript en de Verpondinglyst van den Jaare 1732 hebben ieder een groote van 2074 Morgen 250 Roeden, waarvoor van ouds aan Verponding werd betaald een somma van 4015 Ponden werdende verdeelt in de Dampolder, waarin het Dorp gevonden werd, de Wykpolder - Voshol - de Vennen - en de Broekvelden, waarvan Voshol, de Vennen en de Broekvelden reeds verveend werden, daar de andere beste Teel- en Weylanden zyn. Wat den staat van Huyzen en Gebouwen aangaat, wy vinden op de Lyst der Verponding van den Jaare 1632 gemeld, dat het getal was 98, dan volgens Valkenier Verward Europa, Bladz. 841, zouden alhier in den Jaare 1672 omtrent 300 Huizen moeten gestaan hebben, doch aan de egtheid daarvan twyffelen wy zeer sterk, vermits dit in 40 Jaaren een aanbouw van 200 Huizen zou zyn geweest, en wy bovendien gelooven dat er veele in dat Jaar 1672 verwoest zyn gebleven, het komt ons daarby vreemd voor dat in de volgende 60 Jaaren, namelyk in 1732 niet meer dan 151 Huizen met 2 Houtzaagmoolens aangeteekend zyn, waarom wy dus denken dat Valkenier alhier een groote fout begaan heeft. Dit getal schynt thans niet vermeerdert te zyn, alzo wy by de Volkstelling van den Jaare 1795 en 1798 het getal der Inwooners bevinden op 910 zielen, welke alzo veschreeven zyn by het Departement de Delft, 7de Ring op de Hoofdplaats Oudewater.
Na dat dan het Dorp door de Franschen op 2 Huyzen na in den Jaare 1682 was afgebrand en verwoest, werd hetzelve weder cierlyk, en veel aanzienlyker opgebouwt, zynde thans ter wederzyde van de Straat met een dubbelde rye Huizen bezet en wel ter Zuid en Noordzyde; waarvan de laatsten de alleraangenaamste uitzigten over den Rhyn hebben en waaronder vooral uitmunt, de wooning van den Schouten staande midden in het Dorp en andere meer, waarvan by ons art. Kerken en Waereldlyke Gebouwen nog eenige genoemt zullen worden: voorts zyn onder het Ambacht nog eenige meerdere en mindere Wooningen geplaatst: men vind onder hetzelve ook een gehugt, den Overtogt genaamt, grenzende aan Bodegraaven, alwaar de Bailluwen van den Landen van Woerden en Voshol, een scheidpas hebben doen zetten. gelyk meede door die van Rhynland en Voshol aan de zyde van Alphen gedaan is, ten einde alle kwestien over eenig grondgebied te vermyden.
Het WAPEN
van Zwammerdam is een Zilver Schild, waarop een roode Burcht, en daarboven een Vlag staat afgebeeld.
KERKEN EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN
Wat de Kerk aangaat men vind by van Rhyn, niets van de allereerste welke hier gestaan heeft, en in den Jaare 1672 door de Fransche verwoest en verbrand is gemeld, neen nog van het een nog van het ander is iets aangetekend, men vind ook niet aan welke Heiligen dezelve was toegewyd, welke Priesters dezelve bediend hebben, nog van wat bouw order dezelve was, waarom wy mede daar van moeten zwygen.
Het tegenwoordig Kerkgebouw 't welk na de afbranding der oude Kerk opgebouwd is, bevat een zeer schoone ruimte zynde met drie Daken of Gevels opgebouwd, welke op twee reien Pylaaren rusten, en in in twee deelen is verdeeld, als de Kerkplaats, ter oeffening van de gewoone godsdienst tot welk men verordineert vind, een Predikstoel, Doop-, Hek- en Kerkmeestersplaatzen; de Bank van den Heer pronkte tot den Jaare 1795 met de Wapens van den Heer van Voshol, verder veele en andere zo meerdere als mindere Zitplaatzen en Gestoeltens, welke alle aanzienlyk zyn, en ook eenige Kerkborden en Tafereelen, waaronder een van eenige voorvallen op de Hofsteede Kruydenburg, welk boven op de Toorendeur hangt. De andere of tweede verdeeling is een Choor, waar in men behalve andere begraafplaatzen, de pragtige en schoone Grafkelder van den geslagten van de Famielle der Heeren van Voshol vind, met welker en andere Wapens deeze Kerk tot den Jaare 1795 pronkende en verciert was, - aan deeze Kerk is een fraaye vierkanten Tooren gebouwd, hebbende boven de Klokke Zolder een omloop met een balustrade omzet, waar boven weder een vierkante Spits werd gevonden; zyde den Tooren buiten met 2 Uurwyzers boven met een Windwyzer en binnen met Uurwerk en Klok voorzien, het Kerkhof is mede in een geregelde en nette order.
De Wooninge van den Predicant of de Pastorye is zeer zindelyk en net, men mag dezelve voor een der fraaiste van deeze Streek houden, aan dezelve zyn behalven Kamers en Vertrekken, een schoon Erf, Thuin, en alle gemakken en noodige vereischtens, Gelyk mede het Schoolhuis aanzienlyk is, zo voord het houen van School als ter bewooninge van den Schoolhouder.
De Remonstranten hebben hier meede binnen den Dorpe een schoone Kerk, aan welke de noodige vereischtens ter houding van den Godsdienst gevonden werd. Des Predicants Wooning, is meede van een Thuyn voorzien.
De Kerk der Roomsche Gemeente staat buiten het Dorp, aan den Overtogt of scheiding van Bodegrave; deze Pastorye zo als het genoemt werd, strekt zig uit van de Nieuwerbrugge over Bodegrave en Zwammerdam, tot aan Alphen aan toe; de Kerk is van alle vereischten, als Altaar en Altaar gereedschappen, Communiebank, Doopvonte, Beelden en verdere Cieraaden voorzien, gelyk de woning van den Pastoor, zeer schoon, aangenaam en in goede ordre werd gevonden, aan welke almeede een Thuyn annex is. Alle de opgenoemde Gebouwen worden ieder onder byzondere bestuuringe, zeer welk onderhouden, en zyn de beschouwing overwaardig, gelyk alhier ook de
WAERELDLIJKE GEBOUWEN
In een byzonder aanzien werden gevonden, als daar is de wooning van den Bailluw aan de Heerlykheid toekomende, zynde een fraay en aanzienlyk Gebouw, met goede Vertrekken, en het geen aan een aanzienlyke woning nodig is, voorzien; voor hetzelve staat de Gerechts of Justitiepaal, waarop het wapen van Voshol en Zwammerdam als meede dat van Reewyk, Langer- en Korteraar staat uitgebeeld.
Het gevangenhuis van Voshol, almede aan de Heerlykheid behoorende, is een schoon sterk en wel geordonneerd Gebouw, in twee deelen verdeelt, waarvan het onderste is dienende voor een crimineele gevangenis, in welke het daglicht alleen door eenige smalle openingen door de muren binnen gebragt werd; de bovenste is een civiele gevangenplaats alleen voor gegyzelde geschikt zynde, is dit gedeelte zeer aangenaam in uitzichten, zo op het Dorp als op den Rhyn.
Het Rechthuis is een schoone en welgelegen Herberg.
De KERKELIJKE REGEERING
Bestaat voor de Gereformeerde uit eene Predicant, zynde zedert den Jaare 1781, den Eerwaarde Petrus van Kessel, behoorende tot de Eerwaarde Classis van Woerden en Overrhynland, de Kerkenraad bestaat uit twee Ouderlingen, en twee Diaconen, de Kerk werd onder opzigt van Kerkmeesters onderhouden. De Regeering en het Kerkenbestuur staat aan den Predicant met Ouderling, Diaconen en Kerkmeesters.
De bestuuring der Roomsche Gemeente staat aan den Heer Pastoor, zynde zedert den Jaare 1768, den Eerwaarde Joannes Gejod, behoorende onder het Aartspriesterschap van Utrecht, voor den Armen met Armmeesters en voor de Kerk met Kerkmeesters geassisteerd.
WAERELDLIJKE REGEERING
Daarvan hebben wy by het geheele Bailluwschap reeds de Hooge Jurisdictie of crimineele Rechtbank beschreeven; alzo dat Zwammerdam crimineel onder den Bailluw en Welgebooren Mannen van Voshol behoordt. Met het Water of Heemraadsregt behoort hetzelve onder Rhynland, daarby beschreven zynde de Hoofdplaats Bodegrave, zynde het 2 quartier.
De Ambachts-Heerlykheid is al mede een Eigendom van den bezitter van de Hooge Heerlykheid, zynde door koop en verleg van den Jaare 1710, eigenaar geworden, den Heere Cornelus van Aartzen van Hogerheyde, wiens Erfgenamen het heden nog bezitten, zynde hetzelve evens als meer andere voorheen een Bezitting van de geslachte van Brederode geweest. Zedert den Jaare 1795 vind men hier een Municipaliteit van 5 Leeden, voorts de Collegien van Schout en Ambachtsbewaarders, Schout en Schepenen, Wees, Brand en Armmeesters, met haare Bodens en Bediendens enz.
VOORRECHTEN EN VERPLICHTINGEN
Daartoe brengen wy de volgende: als voor den Heer was voor den Jaare 1795 de aanstelling van Schout, Schepenen, Secretaris, Bode, enz. zo meede van een Rentmeester voor welke de Rekeningen moeten gedaan worden, en voor welke meede moeten worden gepasseert alle Actens van overeenkomst met andere Dorpen, of byzondere Persoonen, gelyk ook geen Processen zonder zyne voorkennis mogen gevoert worden.
Ook behoorde aan dezelve de aanstelling van Predicant, Schoolmeester, Koster, Voorzanger, Schippers en alle verdere Officianten, en Bediendens, welke voorrechten alle zedert aan het Volk gekomen zyn. Voor als nog behoort aan den Heer by zyn aankoomen, het eischen van Hulde, of zogenaamde blyde inkomstengeld zynde een recht van de hoogste Magt, als ook het recht van Naasting en Zwaanendrift, Tienden, Roeytaale Geld van verveende Landen, Visschereyen, enz. Den Schout is, voor de Zwaanendrift van den Heer Pluymgraaf, waarvoor hy thans ook de voordeelen geniet.
In den Jaare 1391, den 13 January verklaarde Hertog Aalbregt van Beyeren dat alle Schatbaare Landen schatbaar moeten blyven.
Den 18 February 1669 werd vergunt om Zwammerdam als een byzondere Heerlykheid te mogen verkoopen. In 1734 werd concent verleend tot het verveenen der Broekvelden, enz.
Aan de Bewooners was weleer vrydom van Graaflyke en Wassenaarsche Tollen gegeeven; tot den Jaare 1795 waaren dezelve daarvan in de Bezitting, wanneer by Decreet van den Landen, door het vernietigen der Tollen een algemeen vrydom verleent werd.
Wegens de GESCHIEDENISSEN
Doet zig hier een zeer ruim Veld op, het blykt dat het toneel des oorlogs zeer zwaar en dikwils haare woede op deeze bodem vertoond heeft, want in de dagen van Graaf Diderich de 5de en wel tusschen de Jaare 1077 en 1092 voerde denzelve oorlog met den Bisschop van Utrecht, wanneer alhier den dam, waarna de plaats den naam voert, wierd gelegt, om alzo den Bisschop het hooft te kunnen bieden; Keizer Fredrik de 1ste deed dien dam vernietigen, om welke alweder verschil kwam, dan wat gebeurt, Graaf Willem den 1ste in Oorlog met den Graave van Loon omtrent den Jaare 1203 gereaakende, deed hier een Vastigheid, Burger of Batterye opwerpen om de voortgangen van gemelden Graave van Loon te keeren, waar door haar tusschen de Hoeksche en Cabeljaauwsche, omtrent deeze Sterkte voorduuren bleef, en ten gevolgde had dat den Burgt van Zwammerdam, nadat den Ridder Vincent van Swaanenburgh aan welke dezelve toen schynt tegekoomen te hebben binnen Utrecht wierd dood geslaagen, en de gemelde Sterkte in den Jaare 1481 verwoest en verbrand werd.
Het akelige des gebeurenissen van den Jaare 1672, in den Oorlog met Frankryk, kunnen wy niet voorbygaan hier eengzins te Schetzen.
Nadat de Fransche lang bezit van de Provincie van Utrecht handden gehad, meenden dezelve Holland in te dringen, en den Haag te overvallen, waartoe de sterke vorst, alzo het winter was, zeer veel deed, zy trokken met ruim agt duizend man behalven de Cavallerye van de schoonste en uitgeleezenste manschappen, welke de Fransche hier te Land hadden, onder den Hertog van Luxemburgh tot voorby Woerden, daar zynde begon het weer te veranderen, zo dat er doorweder met zwaare Sneeuw volgde, waar door het verder voort marcheeren, zo wel als een terug marsch, niet gemakkelyk te doen was, evenwel was het voortrukken voor haar wel het beste; nog een half uu alzo gemarcheert hebbende ontmoeten dezelve twee Retranchementen, welke door de Staatsche verlaaten waaren, die omtrent een quartier uurs van hier zagen (?). alwaar zy haar uitrusten en verversten.
Op den 28 December 's morgens zeer vroeg kreegen de bewooners van Zwammerdam bericht dat de Franschen in aantogt waaren, den Graave van Koningsmark zig elders bevindende, had een Luitenant met eenige manschappen op Zwammerdam gelaaten, en aan den Collonel Pain-etvin, de verdediging der pas Zwammerdam toevertrouwt, dan deeze dezelve verlaatende week met de zyne na Gouda, om welke daad hy in January 1673 in het Leger by Alphen ter dood veroordeeld, en onthoofd werd, de Fransche voor de Brug koomende werden tegen gehouden; de Luitenant met zyne manschappen verdedigde de Brug een korten tyd doch de Fransche door een Damschuit middel vindende kwamen daar meede over den Rhyn, omcingelden den Luitenant, welke zy gevangen naamen; daadelyk in het water staaken en alzo versmoorden; veele van zyne manschappen naamen hierop de vlugt, dog zeer veele andere, ja zelfs het grootste getal verloor het leeven, de Franschen alzo binnen Zwammerdam zynde, was aanstonds haar werk het openbreeken der Huizen, vermits zy toen zy van Utrecht togen, en deeze togt aanvangende zoude door den Hertog van Luxemburgh aldus vermaand en aagespoord waaren: "Gaat myne Kinderen, plondert, rooft, slaat dood, brand en schoffeert, en indien nog eenig grooter geweld of boosheid kan gepleegt worden, toonds dat gy Mannen zynt, niet onwaardig. dat ik u uit alle des Konings troepen, tot deeze tocht uitgeleezen heb en de Eere die den Koning u doet, van u te eomployeeren in een Oorlog die zyn Majesteit uit geen andere redenen ondernomen heeft, dan om zyn naam en macht, tot aan de uiterste einde der waereld uittebreyden." Op zo een aanspraak, trokken de Franschen alzo binnen Zwammerdam, rykelyk voorzien van Zwavel, en andere Brandverwekkende Stoffen, de Bewoonders hadden wel veel van hunne goederen geborgen, en na Gouda vervoert, maar al het geene overigens in de Huizen nog gevonden wierd, gerooft zynde, wierden de Huizen in brand gestoken, veele der bewooners wierden onder het ys gestoken, en andere in de brandende Huizen gedreeven, en alzo wierden dezelve op een elendige wyze verbrand, is men rechtede allerhande yslykheden aan, om de Menschen door pynigen aftevergen waar zy haare goederen geborgen hadden: de Vrouwen werden in het byzyn der Mannen, de Dogters voor de oogen der ouders verkragt en geschonden, waarvan zommigen onder het geweld dood bleeven, wyl andere na dat zy yslyk geschonden waaren, vermoord of in het water onder het ys vermoord wierden, zuigelingen wierden van de borsten der Moeders gerukt, levendig verbrand, en voorts de Moeders de Borsten afgesneeden, met zout en peper gestrooid en gewreeven en zo op een ellendige wyze omgebragt, en een meenigte andere wreedheden pleegende; men vond geen Huys of den een of ander was daar in omgebragt of verbrand, en op deeze wyze is het geheele Dorp met Kerk en alle de Huizen op een enkel gebouw na afgebrand.
Onder de wreedheden, op Zwammerdam gepleegt, moeten wy niet overstaan, de volgende aanteekening, welke zeker gedenkwaardig is: een Metselaar krank te bedde leggende nevens zyn Vrouw, welke maar weinig dagen kraams was, werd by zyne hairen van het bed gesleept, en de Vrouw wreedelyk mishandelt, zo dat zy, na dat men haar door andere geholpen, na Gouda had gevoert, al daar naar weinge dagen overleeden is, deeze Menschen een Dochtertje van maar 6 Jaaren oud hebbende, welke in den Jaare 1745 nog in leeven was, met andere kinderen in een schip gedaan zynde, welk door de zwaarte zou hebben gezonken werden genoodzaakt ommet hun alle aan de wal te gaan, dit kind zworf hierop langs den Rhyndyk aan de laage zyde, een der Fransche Ruiters ziet het zelve, 't welk hy van een goede afkomst meende te zyn, hy neemt het gevangen en zet het hy zig te Paard, voert het zelve na Woerden, verkoopt het aan andere zyner cameraden, welke het na Utrecht mede naamen en aldaar in een zoort van gevangenis eenige weken agter den anders opgeslooten geweest zynde, werd dit kind door eenige aaanzienelyke Lieden voor 600 Gulden gelost, deeze namen het kind by haar thuis en hadden het gaarne altyd by haar gehouden, maar de Vader naa omtrent een Jaar andermaal trouwende, zyn kind terug eischende, hadden verzoeken, en beloften geen kracht genoeg om hem daar van te doen afzien, waarop hy eindelyk zyn Dochter wederkreeg.
Zwammerdam aldus geplundert, berooft en afgebrand, en haare inwooners omgebragt of verdreeven zynde, begaaven zig eenige Fransche na buiten, om aan de Boeren huizen een zodaanig bezoek af te leggen, hier was een Boer welke in zyn Huis gebleeven was stout genoeg om op hun te schieten, doch het geene hy ook daadlyk met de dood bekoopen moest, aan de kant van Alphen vonden zy mede eenige menschen welke zy alles afperste en vervolgens naakt en bloot door sneeuw en koude Landwaarts heen dreeven.
Den Prins van Oranje op die tyd buiten de Provincie van Holland zynde, haaste zig om by het Leeger der Staaten te komen, waarop het verder inrukken der Franschen binnen deeze Provincie gekeert wierd en alzo de wreedheden een einde naamen. Ziedaar Lezer een kort maar akelig tafreel van gebeurtenissen, hier ter plaatse voorgevallen, men kan begeerig zynde hieromtrent meer te weeten, het werkje nazien, getytelt Getrouw en waaragtig Berigt voor alle opregte Nederlanders, betreffende het gene voorgevallen is, in de Dorpen van Bodegraven en Zwammerdam en de wreedheden die de Franschen aldaar in den Jaare 1672 gepleegt hebben. Zynde dit boekje in den Jaare 1747 by J. Lovering te Amsteldam gedrukt.
BEEZIGHEEDEN
De voor de Ingezetenen alhier voorvallende werkzaamheeden zyn zeer goed en voordeelig, men vind hier allerley Handwerken voor het Dagelyksche bestaan benoodigt als Timmerlieden en Moolenmaakers, smits, metzelaars en andere meer, zo meede schoenmaakers, winkels van allerley waaren en goederen, wyders twee Houtzaagmoolens em de daaraan behoorende Houtkooperyen en voorts alles wat op een welgeteld Dorp vereischt werd. Men vind hier als een Hoofdbestaan de Veehandel en Landbouwerye, wyl in deeze Streek zeer schoone Wey en Hooilanden werden gevonden; men heeft hier ook schoone Teellanden, welke ryk zyn in het voortbrengen van vlas, Hennip, Haver en andere Veldgewassen, uit welk een en ander men dus ziet, dat het bestaan hier zeer voordeelig zyn kan.
Tot de BIJZONDERHEEDEN
Brengen wy het geheele Ambacht en de drie nette kerken, des Schoutswoning en de in den omtrek liggende Buitenplaatsen.
REISGELEGENDHEEDEN
Zyn de gewoone Marktschuiten op Amsteldam, Gouda, Rotterdam, den Haag en Leyden enz. en terug.
HERBERGEN EN LOGEMENTEN
Vind men hier verscheide, waarvan de voornaamste het Rechthuis is.