Ter Aar in de negentiende eeuw volgens Van der Aa en volgens Kuyper

Ter Aar in de negentiende eeuw volgens Van der Aa en volgens Kuyper

Het Aardrijkskundig Woordenboek van A.J. van der Aa en de kaart van J. Kuyper geven samen een beeld van Ter Aar halverwege de negentiende eeuw. Het door Kuyper getekende gedeelte van dat beeld geeft de negentiende eeuwse werkelijke situatie weer. Voor sommige gemeenten geldt zelfs dat de grenzen sinds die tijd vrijwel ongewijzigd zijn gebleven.
De beschrijving die Van der Aa geeft van de negentiende-eeuwse situatie kunnen we eveneens beschouwen als correct. Dan kan niet altijd gezegd worden van de historische gegevens die in de beschrijvingen zijn opgenomen. De tekst moet daarom worden beschouwd als de interpretatie van de negentiende-eeuwse amateur-historicus. Voor een juist historisch overzicht is het nodig ook andere bronnen te raadplegen.
Klik hier voor nadere informatie over Van der Aa en Kuyper.
De tekst is, met aanpassing van de spelling, zoveel mogelijk in de oorspronkelijke stijl overgenomen. Een enkele fout in de tekst is stilzwijgend verbeterd. Aanvullingen en opmerkingen zijn tussen haakjes met een n.b. opgenomen.

AAR (TER), ook wel oudtijds genoemd Der Aar, en op de meeste kaarten onderscheiden in Langer- en Korter Aar, een der meest noordelijk gelegen gemeenten der provincie Zuid-Holland, arrondissement Leiden, kanton Woubrugge, ten zuiden van de Noord-Hollandse gemeenten Kalslagen en Bilderdam en Leimuiden en Vriesekoop, alsmede van Nieuwveen en Zevenhoven, ten westen van de gemeente Nieuwkoop en Aarlanderveen, ten noorden van Aarlanderveen en Oudshoorn en Gnephoek en ten oosten van Woubrugge en Rijnsaterwoude.
Het ambacht van Ter Aar, maakt met Zwammerdam en Reeuwijk de heerlijkheid der dorpen en landen van Voshol, welke heerlijkheid thans in eigendom bezeten wordt door jonkheer G.J. Beeldsnijder te Utrecht.
Het water de Aar, dat door deze gemeente zijn loop neemt, verdeelt haar in twee delen, waarvan het westelijke gedeelte Langeraar en het oostelijke Korteraar genoemd wordt, om reden dat de westzijde met meer lengte langs de Aar ligt dan de oostzijde. De gemeenschap tussen deze twee delen wordt door middel van de Aardammerbrug, en, 1/2 uur gaans noordelijker, door het zogenaamde Papeveer onderhouden. Deze gemeente bevat behalve de dorpen of liever buurten Langeraar en Korteraar, de buurten de Aardam, en de zogenaamde Kerkbuurt. Zij bestaat, aan de westzijde van de Aar, uit de Langeraarse- of Noordeindse-, de Middel- en Uiteindse polders, benevens gedeelten van de Vierambachts- en Wassenaarsepolders, en aan de oostzijde der Aar, uit de Korteraarse- en Bloklandse polders, benevens gedeelten van de Schilker- en Hoef- en Schoutenpolders en van de zogenaamde Zevenambachtspolders of Nieuwkoopse Droogmakerij, en is volgens het kadaster 1868 bunder 1 vierkante roede en 97 vierkante ellen groot. Men telt er 1.700 inwoners die meest in de landbouw, en teelderij van erwten, peulen en bonen hun bestaan vinden; zijnde de veenderijen, die vroeger aldaar gevonden werden, genoegzaam uitgeput en voor het grootste gedeelte in drooggemaakt bouw- en weiland veranderd.
De Hervormde gemeente van Ter Aar, die, in het jaar 1589, door de dienst van Henricus Reyneri haar bestaan kreeg, bezit een welgebouwde kerk, die ten tijde der beeldstorming in 1566 begonnen en in 1568 voltooid is. Toen zij nog bij de rooms-katholieken gebruikt werd, was zij aan de Heilige Maagd Maria en de martelaar Adrianus toegewijd. Aan de toren, die niet zeer hoog, met een achtkante spits opgehaald is, werd, blijkens een in de muur geplaatste steen, in 1501 de eerste steen gelegd. Deze kerk staat, even als de predikantswoning, die in het jaar 1734 gebouwd is, benevens het schoolhuis, in de droogmakerij der Vierambachtspolders, en zij zijn omringd door een dijk, opdat hun fundamenten door het weglopen van het water niet zouden verzakken. De Hervormde gemeente behoort thans tot de classis van Leiden, ring van Woerden, en telt ruim 500 zielen. De predikantsplaats is een collatie van de ambachtsheer van Voshol. De rooms-katholieke kerk staat in de Wassenaarse polder, en moet reeds kort na de reformatie bestaan hebben, maar is evenals het huis van de pastoor, in 1719 herbouwd. De statie behoort onder het aartspriesterdom van Holland en Zeeland, tot het dekenaat van Rijnland en telt iets minder dan 1.200 zielen. In deze gehele gemeente is slechts één school en één korenmolen.
De gemeente Ter Aar heeft geen eigen wapen, ofschoon men als zodanig wel eens opgegeven vindt dat van het geslacht van Aersen Beijeren, hetwelk vroeger in het bezit der heerlijkheid Voshol geweest is, bestaande uit vier kwartieren, waarvan het 1e en 4e gouden schilden zijn, doorsneden met een zwarte balk, op welke een St. Andries kruis van schaak (rood en wit) is afgebeeld; het 2e en 3e zijn ieder weer in vieren gedeeld, zijnde het 1e en 4e gedeelte blauwe en zilveren Beierse spillen, het 2e en 3e gouden schilden, dragende ieder een klimmende leeuw, van welke 2 zwart en 2 rood zijn.

Literatuur:

  • A.J. van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden 1 (Gorinchem 1839) 20-21.


Reactie plaatsen




bijlage of video toevoegen





Houd mij op de hoogte van reacties op mijn inzending

Ik ga akkoord met de voorwaarden

* Verplicht invullen

Zoeken

Plaats

Steden en dorpen

Terug naar

Steden en dorpen

Nieuwveen in de negentiende eeuwSpoorlijn Alphen aan den Rijn-GoudaBrugkerk WaddinxveenHaastrechtse molen