Over de vroegste geschiedenis van Stolwijk is weinig bewaard gebleven. In de elfde en twaalfde eeuw werd de Krimpenerwaard ontgonnen waardoor bewoning van de streek mogelijk werd. De oudste vermelding van Stolwijk zou dateren van 1320. Het oudste stuk dat het Streekarchief Midden-Holland beheert, dateert van 1485. Het is een akte van hypotheek op vier morgen land verleend door de Heilige Geestmeesters aan Pieter Gijsbertz en zijn zuster Alijt.
In de geschiedenis van Stolwijk zijn een aantal rampen voorgevallen. In 1498 werd de kerk en een deel van het dorp verwoest door soldaten uit Woerden. De kerk werd in 1501 weer opgebouwd, maar in 1717 woei een deel van de toren weg. In de negentiende eeuw beschadigden twee grote branden de kerk opnieuw. Een van deze branden zou zijn aangestoken door Stolwijkers vanwege een conflict met de burgermeester. Sindsdien dragen Stolwijkers naast hun bijnaam késbraiers (kaasbereiders) ook de naam ‘brandstichters’. Behalve vuur zorgde ook water voor de nodige overlast: in respectievelijk 1751 en in 1760 richtten overstromingen grote schade aan. Hierna werden de paardenmarkt en de kaasmarkt voortaan in Gouda gehouden.
Naast de kaasproductie en veefokkerij haalden de Stolwijkers inkomsten uit turfwinning, hennepteelt, landbouw en nijverheid. In de zeventiende en achttiende eeuw telde het dorp zo’n 200 huishoudens. In 1795 werden ruim 800 inwoners geteld, in 1900 waren dit er ruim 1500. De bevolking was overwegend hervormd. Sinds 1985 maakt Stolwijk samen met Haastrecht en Vlist deel uit van de gemeente Vlist. Op 1 januari 2006 telde Stolwijk ruim 5000 inwoners. De drie kazen uit het gemeentewapen van Stolwijk zijn overgenomen in het nieuwe wapen van de gemeente Vlist. In de gemeente zijn ook nu nog een aantal kaasbedrijven actief.
Archieven: