Schoonhoven is gelegen aan de rivier de Lek. Vermoedelijk heeft
de eerste bebouwing in de dertiende eeuw plaats gevonden langs de
monding van het veenriviertje de Zevender.
De oudste vermelding is van 1247 in een oorkonde van Jan van der
Lede, behorend tot het geslacht Van der Lede-Van Arkel. Met
Schoonhoven wordt waarschijnlijk nog niet de stad bedoeld maar een
pre-stedelijke nederzetting bij het versterkte huis van Jan van der
Lede. Er kan pas gesproken worden van een stedelijke nederzetting
bij de belening in 1280 van Nicolaas van Cats door Floris V graaf
van Holland en in 1281 door de elect-bisschop van Utrecht, Jan van
Nassau.
De stad breidde zich in het eerste kwart van de 14e eeuw uit
richting de Lek en werd rond 1350 ommuurd; de omvang van de stad
werd hiermee voor de volgende twee eeuwen vastgelegd. Een goede
indruk van de indeling en de bebouwing van de stad geven de
plattegronden van Jacob van Deventer (ca. 1560 getekend) en
Ludovico Guicciardini (voor 1575 getekend). De stad ontwikkelde
zich mede dankzij, het jarenlang door Dordrecht betwiste,
stapelrecht tot een marktplaats voor het omliggende gebied.
Het aan de Zevender in de noordoosthoek van de stad gelegen kasteel
brandde in 1518 vrijwel geheel af en werd later in zijn geheel
afgebroken. Plannen voor een nieuw kasteel aan de Lek werden in
1524 ontworpen door Rombout Keldermans. De bouw werd echter na 1526
stilgelegd.
Tussen 1582 en 1601 werd, mede op initiatief van de Staten van
Holland, de omwalling vernieuwd aan de oost- en zuidzijde en de
stad uitgebreid door de Scheepmakershaven binnen de ommuring te
brengen. Op de plattegrond van Joan Blaeu is de toestand van 1648
te zien.
In 1672 werden de versterkingen uitgebreid en vernieuwd aan de
west- en noordzijde. Na 1816 werden de bastions en de omwalling
grotendeels gesloopt. Op de kadastrale minuutplans (ca. 1830) zijn
de oostelijke bastions al geëgaliseerd en waren er een wandelpark
en begraafplaats aangelegd. Tot omstreeks 1880 bleef de omtrek van
de voormalige vesting ongewijzigd.
De stap buiten dit vertrouwde patroon vond plaats eind jaren dertig van de twintigste eeuw en wel in westelijke richting: per 1 mei 1939 werd een deel van de buurtschap De Hem (Bergambacht) bij Schoonhoven getrokken. Op 1 september 1970 verschoof de gemeentegrens west- en oostwaarts: de rest van De Hem tot aan de Hemstoep en de dorpskern van Willige Langerak (in 1943 bij Lopik, provincie Utrecht, gevoegd) werden Schoonhovens grondgebied.
Zilverindustrie
In de 17e eeuw was er groot aantal goud- en zilversmeden in de stad
werkzaam. Deze industrie beleefde een verdere groei in de 18e eeuw.
Het betreft dikwijls ambachtelijke eenpersoonsbedrijfjes die
sieraden en tafelzilver vervaardigen en die niet veel
vloeroppervlakte en werkruimte behoeven. Herkenbaar zijn deze
panden door ofwel de vergrote ramen in de voorgevel van de
woning/werkplaats die een goede lichttoetreding in de werkplaats
moeten bewerkstelligen ofwel door het hebben van twee voordeuren,
een deur die toegang geeft tot de woning en een deur die via de
gang naar de achtergelegen werkplaats leidt. In het Nederlands
Goud-, Zilver- en Klokkenmuseum zijn regelmatig topstukken van oude
en hedendaagse in Schoonhoven werkzame goud- en zilversmeden te
zien. In de St. Jorisdoelen, daterend van 1783, was van 1908 tot
1985 het Waarborgkantoor gevestigd.
Joodse gemeenschap
In Schoonhoven was, evenals in Lekkerkerk, vanaf het midden van de
achttiende eeuw een joodse gemeenschap gevestigd. Aanvankelijk
werden de synagogediensten gehouden in een woonhuis aan de Nes.
Naast dit huis werd in 1767 een eigen begraafplaats in gebruik
genomen, die in 1867 werd uitgebreid. De begraafplaats bevat
ongeveer vijftig zerken en is nog steeds aanwezig. Het in gebruik
nemen van een eigen synagoge kostte meer tijd. Aan de oostzijde van
de Haven (huidig nr.13) werd in 1823 het zeventiende-eeuwse pand
Brandenburg gekocht en in 1838 als synagoge in gebruik genomen. In
1875 werd in een pand achter de synagoge (Lange Weistraat 4) het
rituele bad of mikwe aangebracht. Na de Tweede Wereldoorlog verloor
het pand zijn functie van gebedshuis (sinds 1983 is er het
Edelambachtshuys, expositieruimte van zilversmeedkunst, in
gevestigd). De joodse gemeente werd in 1947 opgeheven en bij die
van Rotterdam gevoegd.
Archieven:
Literatuur:
Websites:
Burgemeesters: