tba74

Rijnsaterwoude in de negentiende eeuw volgens Van der Aa en volgens Kuyper

Het Aardrijkskundig Woordenboek van A.J. van der Aa en de kaart van J. Kuyper geven samen een beeld van Rijnsaterwoude halverwege de negentiende eeuw. Het door Kuyper getekende gedeelte van dat beeld geeft de negentiende eeuwse werkelijke situatie weer. Voor sommige gemeenten geldt zelfs dat de grenzen sinds die tijd vrijwel ongewijzigd zijn gebleven.
De beschrijving die Van der Aa geeft van de negentiende-eeuwse situatie kunnen we eveneens beschouwen als correct. Dan kan niet altijd gezegd worden van de historische gegevens die in de beschrijvingen zijn opgenomen. De tekst moet daarom worden beschouwd als de interpretatie van de negentiende-eeuwse amateur-historicus. Voor een juist historisch overzicht is het nodig ook andere bronnen te raadplegen.
Klik hier voor nadere informatie over Van der Aa en Kuyper.
De tekst is, met aanpassing van de spelling, zoveel mogelijk in de oorspronkelijke stijl overgenomen. Een enkele fout in de tekst is stilzwijgend verbeterd. Aanvullingen en opmerkingen zijn tussen haakjes met een n.b. opgenomen.

RIJNSATERWOUDE, gemeente in Rijnland, provincie Zuid-Holland; arrondissement Leiden, kanton Woubrugge; palende west en noord aan de Noordhollandse gemeente Leimuiden en Vriesekoop, oost aan de gemeente Nieuwveen met de Uiterbuurt, zuid aan Woubrugge, west aan het Braassemermeer en de gemeente Alkemade.
Deze gemeente bestaat uit de Rijnsaterwoudse Veenpolder, de Kleine Heilige Geest polder, de Wassenaarse polder en een klein gedeelte van de Vierambachtspolder. Zij bevat het dorp Rijnsaterwoude, benevens enige verstrooid liggende huizen, beslaat een oppervlakte van 925 bunder 17 vierkante roeden 42 vierkante ellen, waaronder 603 bunder 65 vierkante roeden 25 vierkante ellen belastbaar land; telt 71 huizen, bewoond door 111 huisgezinnen, uitmakende een bevolking van ruim 550 inwoners. Vroeger vond men het voornaamste middel van bestaan in de veenderijen, dan nadat die, weggeraakt waren, werden zij vervangen door de landbouw en de tuinderij, waartoe men in deze gemeente schone boerderijen en vruchtbare tuinen aantreft. Ook heeft men er een touwslagerij.
De hervormden, die er ruim 250 in getal zijn, maken met enigen uit de burgerlijke gemeente Alkemade een gemeente uit, welke 310 zielen, en onder deze 130 lidmaten, telt, en tot de classis van Leiden, ring van Woerden, behoort. Voorheen behoorden de hervormden van Roelofarendsveen en van Rijpwetering, ook tot de kerkelijke gemeente van Rijnsaterwoude, dan daarna zijn zij met Oude Wetering verenigd, nog later zijn echter die van Rijpwetering met Hoogmade gecombineerd. De eerste, die in deze gemeente het leraarsambt heeft waargenomen, is geweest Johannes Snoeckaart, die in 1594 naar Kalslagen vertrok. Het beroep geschiedt door de kerkeraad, onder agreatie van de ambachtsheer.
De 22 remonstranten, die men er aantreft, behoren tot de gemeente van Oude Wetering.
De 6 evangelisch-luthersen, die er wonen, worden tot de gemeente van Bodegraven gerekend.
De rooms-katholieken, van welke men en 270 aantreft, maken, met die van Leimuiden en Vriesekoop en Oude Wetering, een statie uit, welke tot het aartspriesterdom van Holland en Zeeland, dekenaat van Rijnland, behoort; 1.000 zielen, onder welke 650 communikanten, telt, en door een pastoor bediend wordt.
Men heeft in deze gemeente een school, welke gemiddeld door een getal van 70 of 80 leerlingen bezocht wordt.
Deze gemeente is een heerlijkheid, welke vanouds een bezitting van het huis van Woude was en daarna van Wassenaer-Warmond, waaraan zij zeer lang verbleven is; doch daaruit verkocht zijnde, is daarna met deze heerlijkheid verleid mr. Hendrik Kluit en vrouwe Johanna Albertina Schop, in wier geslacht het tot nu toe verbleven is, zijnde thans heer van Rijnsaterwoude mr. Pieter Willem Provo Kluit, directeur van politie te Amsterdam.
Het dorp Rijnsaterwoude, Rijnzaterwoude, Rhijnsaterwoude of Rijnsatherswoude ligt 23/4 uur noordoost van Leiden, kanton en 1 uur noord van Woubrugge, nabij het Braassemermeer.
Het was voorheen verdeeld in twee buurten, waarvan de ene de Overbuurt genaamd werd, dan deze werd alleen bewoond door veenlieden, en is met de vervening en, daarop gevolgde, bedijking van de Wassenaarse polder gemaakt. De andere buurt, welke het kerkdorp uitmaakt, ligt aan de zijde van het Braassemermeer en is verdeeld in twee rijen huizen, liggende zeer fraai aan de Amsterdamse rijweg. Het is een zeer oude plaats, welke reeds, onder de naam Rensaterwald voorkomt in een verdrag, ten jare 1063, tussen de abt van Echternach en Wilhelmus van Gelder, de eenentwintigsten bisschop van Utrecht, aangegaan.
Rijnsaterwoude lag vroeger aan het vaste land van Hillegom. Men kwam toen van Hillegom op de Vennip, en verder op Bensdorp, een dorp dat nu meerendeels door het Haarlemmermeer is weggespoeld, of afgenomen is, zodat slechts omtrent drie of vier huizen daarvan, op het daartoe behorende land, overgebleven zijn; nu, doch ten onrechte de Vennip geheeten, omdat dit eilandje de heerlijkheid van Vennip allernaast lag of gelegen heeft, doch eigenlijk onder Bensdorp behoorde. Men kon dan van daar licht overkomen op Rijnsaterwoude en zo voort op Groenewoud, Esselikkerwoud, Jacobuswoud en Wouderbrugge tot Woudshoorn, thans Oudshoorn aan de Rijn, en daarom is het woud, naast aan de wildernis van Bensdorp gelegen, Rijnsaterwoude genaamd, als zijnde het eerste van de Rijnzaten of ingezetenen aan de Rijn, naast aan de wildernis of heide, daar Bensdorp buiten twijfel die naam van heeft gevoerd, alzo bent eigenlijk hei, waarvan men bezems maakt, betekent. In de zestiende eeuw hebben nog oude lieden geleefd, die het heugden, dat men met een polstok, hier en daar over een sloot springende, van Rijnsaterwoude tot op Bensdorp en zo voort tot aan het vaste land van de Vennip en Hillegom komen kon.
De kerk is een oud gebouw en was voorheen toegewijd aan de Heilige Johannes de Doper. Zij stond ter begeving aan de graaf van Holland, doch onder zekere bepalingen, want toen, in 1515, de graaf verzuimd had, de pastorie op de bepaalde tijd te begeven, werd de begeving daarvan opgedragen aan de heer mr. Johan van Adrechem, kanunnik te Leiden. De pastorie bracht, behalve het gebruik van de huizen en 8 of 10 morgen (ruim 61/2 of 71/2 bunder) land, wanneer de pastoor buiten de parochie woonde omtrent 11 ponden (66 gulden) op. De kosterij stond mede ter begeving van de graaf, maar dewijl die geen andere inkomsten had, zo werd, in 1514, de koster door de pastoor aangesteld. Het kerkgebouw bevat een zeer grote ruimte, zijnde met twee daken afgedeeld, welke beide op pilaren rusten. De toren heeft een trots aanzien, gaande, van onderen af, achtkant op, tot een matige hoogte boven het dak, alwaar hij veel van zijn dikte verliest en de klokkenzolder gevonden wordt; van daar rijst hij weder achtkant op tot aan de kap, welke niets anders dan een stompe spits is.
Deze kerk is in 1833 geheel vernieuwd en in het volgende jaar de predikantswoning hersteld.
De kerk van de rooms-katholieken, aan de Heilige Johannes de Doper toegewijd, is in een slechte staat en thans te klein. Zij heeft een orgel en een koepeltorentje, waarin een klok, doch geen uurwerk.
Onder Rijnsaterwoude ligt ook de fraaie buiten Meerzigt.
Men heeft er, met Oude Wetering en Leimuiden, 7 Maart 1820, een departement der maatschappij Tot nut van't algemeen opgericht, dat in het departement Alkemade versmolten is.
De kermis valt in 's zondags na St. Jan Baptist.
Het wapen van deze gemeente bestaat in een schild van azuur, met drie wassende manen van zilver en doorsneden door een fasce van goud.

Literatuur:

  • A.J. van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden 9 (Gorinchem 1847) 508-510.


Reactie plaatsen




bijlage of video toevoegen





Houd mij op de hoogte van reacties op mijn inzending

Ik ga akkoord met de voorwaarden

* Verplicht invullen

Zoeken

Plaats

Steden en dorpen

Terug naar

Steden en dorpen

Stadhuis SchoonhovenWaddinxveense hout-en speelgoedindustrieKorenmolen Het Fortuin NieuwveenKorenmolen Windlust Kortenoord