Het Aardrijkskundig Woordenboek van A.J. van der Aa en
de kaart van J. Kuyper geven samen een beeld van Nieuwkoop
halverwege de negentiende eeuw. Het door Kuyper getekende gedeelte
van dat beeld geeft de negentiende eeuwse werkelijke situatie weer.
Voor sommige gemeenten geldt zelfs dat de grenzen sinds die tijd
vrijwel ongewijzigd zijn gebleven.
De beschrijving die Van der Aa geeft van de negentiende-eeuwse
situatie kunnen we eveneens beschouwen als correct. Dan kan niet
altijd gezegd worden van de historische gegevens die in de
beschrijvingen zijn opgenomen. De tekst moet daarom worden
beschouwd als de interpretatie van de negentiende-eeuwse
amateur-historicus. Voor een juist historisch overzicht is het
nodig ook andere bronnen te raadplegen.
Klik
hier voor nadere informatie over Van der Aa en Kuyper.
De tekst is, met aanpassing van de spelling, zoveel mogelijk in de
oorspronkelijke stijl overgenomen. Een enkele fout in de tekst is
stilzwijgend verbeterd. Aanvullingen en opmerkingen zijn tussen
haakjes met een n.b. opgenomen.
NIEUWKOOP, dorp in Rijnland, provincie Zuid-Holland,
arrondissement en 5 uur oost van Leiden, kanton en 11/2 uur
noordwest van Woerden, gemeente Nieuwkoop en Noorden; 52º 9' 3"
noorderbreedte, 22° 26' 40" oosterlengte. Het dorp is zeer groot en
omtrent vijfvierendeel uur gaans lang. De inwoners vinden meest hun
bestaan in de landbouw.
Ten noordwesten heeft Nieuwkoop niets anders dan uitgeveende
plassen, die, met de nabijgelegen plassen van Aarlanderveen,
Langer- en Korteraar, Zevenhoven en Nieuwveen, een oppervlakte van
ruim 3.280 bunder uitmaken. Ten zuidoosten zijn grote veenderijen,
waardoor het hier, met der tijd, alles zal verveend worden,
uitgezonderd een streek, daar geen veen is, beslaande ruim 850
bunder lands, en gelegen aan den zuidoostkant, tussen de Masloot en
de Meije tot de Vliet bij Achttienhoven, die de scheiding maakt
tussen Nieuwkoop, aan de ene zijde, en Noorden en Achttienhoven aan
de andere zijde.
De hervormden, die er 730 in getal zijn, onder welke 260 lidmaten,
maken een gemeente uit, welke tot de classis van Leiden, ring van
Woerden, behoort. De eerste, die hier het leraarambt heeft
waargenomen, is geweest Matthijs Rudse, die in het jaar 1580, als
luthers predikant, naar Woerden vertrok. De kerk, waarin, vóór de
Reformatie, de geboorte van de Heilige Maagd met een zonderlinge
eerbiedigheid placht gevierd te worden, stond ter vergeving van de
Hollandse graven. De pastorie had aan inkomsten 18 Rijnse guldens
(25 gulden 20 cent). Tussen keizer Karel V, als graaf van Holland,
en het kapittel van St. Maria's kerk te Utrecht, is weleer verschil
geweest over het vergeven van deze pastorie. Deze kerk was vroeger
een schoon, ruim gebouw, uit welks voorgevel een klein vierkant
torentje, met een dergelijk spitsje daarboven, oprees, en
waarbinnen uurwerk en klok gevonden werden. Deze kerk, in verval
geraakt zijnde, is in de plaats daarvan, in 1822, een fraai
kerkgebouw gesticht, voor een groot gedeelte uit liefdegaven van de
gemeente en een aanzienlijke gift van de baronnesse Roest van
Alkemade, destijds ambachtsvrouwe van deze plaats, die, ofschoon in
Duitsland woonachtig en tot de rooms-katholieken behorende, zich
echter op een loffelijke wijze de belangen van deze gemeente heeft
aangetrokken. Deze kerk prijkt met een toren, doch is van geen
orgel voorzien.
De remonstranten, die hier gevonden worden, behoren tot de gemeente
van Nieuwkoop en Zevenhoven, welke hier een kerk heeft, zijnde een
van de aanzienlijkste van het gehele platteland, gelijk hier mede
de grootste gemeente van die godsdienstige gezindte gevonden wordt.
Aan de kerk is de woning van de predikant vast, zijnde mede een
schoon gebouw, met tuinen, enz.
De rooms-katholieken, die er wonen, maken een statie uit, welke tot
het aartspriesterdom van Holland en Zeeland, dekenaat van Rijnland,
behoort, door een pastoor bediend wordt, en 480 communikanten telt.
Deze statie heeft hier twee kerken, staande aan de beide einden van
het dorp, de ene in het zuidwesteinde en de andere in het
oosteinde, beide aan de Nieuwkoopse dijk of weg in de grote
Meijepolder, waardoor het schijnt, dat die kerken reeds vroeg na de
reformatie hier zijn gesticht, want men leest, dat mr. Pieter
Janskind, de pastorie van Nieuwkoop en de Meij vele jaren bediend
heeft. Deze beide kerken worden nog slechts door één pastoor
bediend. De kerk, in het zuidwesteinde, bij de uitwatering van
Nieuwkoop, aan de Heilige Maagd Maria toegewijd, is in alles zeer
net betimmerd en van alle de nodige kerksieraden enz. voorzien, de
woning van de pastoor is daartegen aan gebouwd. Niet minder is het
kerkgebouw ten oosten van het dorp, bij de Vliet, gelegen waaraan,
zo binnen als buiten, mede al het nodige, ter godsdienstoefening
gevonden wordt.
Hier is, behalve het voormalige rechthuis, dat een fraai gebouw
was, doch waarin thans herberg wordt gehouden, in het jaar 1628,
ook een fraai raadhuis gesticht. In de voorgevel staat de
Gerechtigheid, naar de gewone wijze afgebeeld, met het bijschrift:
Djiscite Justitiam (dit is: leert gerechtigheid betrachten).
Tegenover dit raadhuis stond vroeger de gerechtspaal, met het wapen
van Nieuwkoop en het bijschrift: "Eert God en vreest de justitie".
Hier nabij, in het midden van het dorp, staat het huis te
Nieuwkoop. Zie Nieuwkoop (Huis te).
Nieuwkoop is de geboorteplaats van de Nederduitse dichters Kasper
en Johannes Brandt. Kasper, die tevens als geschiedschrijver en
kanselredenaar uitmuntte, werd geboren in 1653; hij overleed in
1696. Johannes zag in 1660 het eerste daglicht en stierf in 1708.
Een broeder van hen, Gerard Brandt de jonge, die zich als bekwaam
kanselredenaar beroemd gemaakt heeft, was 6 april 1657 geboren en
overleden 21 december 1683. Ook werd de tekenares en
glasschilderes, Katharina Oostefrus, hier in 1666 geboren; zij
overleed in 1738. Men vindt vermeld, dat de Fransen, in het jaar
1672, na de mislukte tocht van de hertog van Luxemburg op
's-Gravenhage, naar Utrecht terug trekkende, van vier of vijf
kanten op Nieuwkoop aanvielen, doch door de baljuw gestuit werden,
die in de haast vier kompagniën huislieden van Nieuwkoop en één uit
Aarlanderveen bijeen trok en dat zij daarop naar Bodegraven en
Zwammerdam rukten. Een verhaal, dat bij anderen, als ten uiterste
onwaarschijnlijk, wordt weergesproken, omdat het de Fransen, ten
aanzien van de gebroken landen hier omtrent en het onsterk ijs,
niet geraden was de terugtocht over Nieuwkoop te nemen. Ook acht
men, dat zulk een kleine hoop ongeoefende manschappen het hoofd
niet zou hebben durven bieden aan de bloem der Franse krijgsmacht.
Behalve dat de hertog van Luxemburg, indien hij vermoed had, dat
hier enige geregelde benden waren, na deze vermeende aanval van
zijn gehele leger, daarmede niet gerust naar Zwammerdam zou hebben
durven voorttrekken, omdat hij in het vlakke veld lichtelijk zou
hebben kunnen opgehouden en van achteren zo lang belemmerd worden,
tot dat er meer benden hadden kunnen toeschieten, om hem geheel en
al in het nauw te brengen. Men houdt het derhalve voor veel
waarschijnlijker, dat deze aanval van de Fransen alleen bestaan
heeft in een strooptocht van een afgezonderde hoop Frans
krijgsvolk, die naar Nieuwkoop trok, om daar te roven en te
plunderen, en waarop de landzaten onderscheiden malen geschoten
hebben, tot dat zij ze op de vlucht dreven.
Het wapen dezer gemeente is een schild van keel (rood) , met een
rad waarvan een vierde gebroken is, vergezeld van drie kruisen,
staande twee en één; alles van goud.
NIEUWKOOP (HET HUIS TE ), adellijk huis in Rijnland, provincie
Zuid-Holland, arrondissement en 5 uur oost van Leiden, kanton en
11/2 uur noordwest van Woerden, gemeente Nieuwkoop en Noorden, in
het midden van het dorp Nieuwkoop.
Dit gebouw werd, in het jaar 1627, gebouwd door Johan de Bruyn van
Buitenweg, heer van Nieuwkoop, Noorden, en Achttienhoven, wiens
wapen, tot in het jaar 1795, in de gevel pronkte. Het is van binnen
met onderscheide kamers en vertrekken voorzien, van welke vele zeer
aangename land- en watergezichten, zo ook op omliggende dorpen,
hebben, pronkende voorts met een schone toren, die boven met een
fraaie omwandeling en balustrade voorzien is, van welke men een
heerlijk uitzicht heeft op alle de in de omtrek gelegen landerijen,
en boven welke weer een dubbele open koepel wordt gevonden, waarop
een, met zwaar lood gedekte, kap ligt, uit welke weer een spil,
voor een windwijzer dienende, oprijst.
NIEUWKOOP EN NOORDEN, gemeente in Rijnland, provincie
Zuid-Holland, arrondissement Leiden, kanton Woerden; palende noord
aan de gemeente Zevenhoven, noordoost aan de Utrechtse gemeente
Wilnis, zuidoost aan Achttienhoven en de Bosch, zuid aan
Bodegraven, west aan de gemeente Aarlanderveen en Ter Aar.
Deze gemeente bestaat uit de Polder van Nieuwkoop en Noorden en een
gedeelte van de Drooggemaakte polder van Nieuwkoop; bevat de dorpen
Nieuwkoop, Noorden en de Noordse of Noordense buurt, en beslaat,
volgens het kadaster, een oppervlakte van 3.072 bunder 11 vierkante
roeden 49 vierkante ellen, waaronder 3.063 bunder 10 vierkante
roeden 51 vierkante ellen belastbare grond. Men telt er 304 huizen,
bewoond door 451 huisgezinnen, uitmakende een bevolking van
ongeveer 2.100 inwoners, die meest hun bestaan vinden in de
veenderij, de landbouw en de smederijen, van welke er in deze
gemeente onderscheidene bestaan. Voorts heeft men er vier
scheepstimmerwerven en een korenmolen.
De hervormden, die er 1.080 in getal zijn, onder welke 400
lidmaten, maken de beide gemeenten van Nieuwkoop en Noorden
uit.
De remonstranten, die men er aantreft, behoren tot de gemeente van
Nieuwkoop en Zevenhoven.
De evangelisch-luthersen, die er wonen, worden tot de gemeemte van
Bodegraven gerekend.
De rooms-katholieken, van welke men er 1.050 telt, maken de tweede
statie van Nieuwkoop en Noorden uit.
Men heeft in deze gemeente twee scholen, als: één te Nieuwkoop en
één te Noorden. Wij vinden elders vermeld, dat Nieuwkoop niet onder
Rijnland, maar onder Kennemerland moet gerekend worden, en in
vroegere tijden wordt het aangetekend onder Amstelland begrepen te
zijn, hoewel alleen met opzicht tot de schildtalen, want tevens
wordt het aangemerkt als een hoge heerlijkheid. Mogelijk heeft
hertog Albrecht van Beijeren de heerlijkheid van Nieuwkoop tot die
waarheid verheven. Immers men vindt, dat hij, bij handvest van het
jaar 1395, naar de loop van het Hof, op St. Agnietendag, dat is 21
januari, des jaars 1396, die van Nieuwkoop het rechtsgebied van het
baljuwschap van Rijnland en van het Land van Woerden, mitsgaders
alle anderen onttrokken heeft, en dat zij alleen gedaagd zouden
mogen worden, voor zijn eigen vierschaar, naar het landrecht of
buurrecht, hetwelk, naar men meent, een rechtsgebied van hoge
heerlijkheid, dat een eigen baljuw heeft, moet betekenen.
Noorden moet tegenwoordig als een zelfde heerlijkheid met Nieuwkoop
aangemerkt worden, uitgezonderd dat gedeelte, hetwelk onder de
ambachtsheerlijkheid van Zevenhoven behoort. Mogelijk is Noorden
voorheen afgezonderd geweest. Hertog Albrecht spreekt, in zijn
bovengemeld handvest, alleen van Nieuwkoop.
De hoge heerlijkheid van Nieuwkoop en Noorden behoorde, in het
midden der vorige eeuw, aan Henrik Fran?ois Baron van Wassenaer,
heer van Alkemade, Nieuwkoop, Noorden, Achttienhoven, Teckop en de
Vrijenhaak, in wiens geslacht zij tot nu toe gebleven is, wordende
zij thans in eigendom bezeten door mevrouw C.A. Baronesse van
Wassenaer, echtgenoote van de heer M.A. de Geyr.
NIEUWKOOP EN NOORDEN (POLDER VAN ), polder, in Rijnland, provincie Zuid-Holland, arrondissement Leiden, kanton Woerden, gemeente Nieuwkoop en Noorden. Nieuwkoop en Noorden heeft een dijkgraaf- en heemraadschap, onafhankelijk van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Vroeger was de baljuw dijkgraaf en zat met vijf heemraden, waaruit twee poldermeesters benoemd werden. In het ene jaar gingen er drie en in het andere jaar gingen er twee heemraden af. In of omtrent het jaar 1394 heeft Nieuwkoop, ten aanzien van zijn uitwatering in de Rijn, geschil gehad met de baljuw of liever dijkgraaf en hoogheemraden van Rijnland, van welke "dingtale, boete en kosten die van Nieuwkoop gebleven zijn aan dien Baljuw en Heemraden. Voorts zouden zij en die met hen wateren, bewaren, al zulke aardwerke, als Rijnland heeft, en ongehoefslaagt is, op Swammerdamme, en hierom zouden zij mede vry wateren in den Ryn, Sparendamme uit, als hun ouders altyd gedaan hadden, en men zou gelden by de hoeven, als van ouds altijd costumelyk is geweest, den onraad die hier op geloopen is. Voorts zouden die van Nieuwkoop blyven in hunne oude costumen, en de Heemraden van Rynland zouden hen niet meer belasten dan voorschreven is." Hieruit blijkt, dat Nieuwkoop van zeer oude tijden over Zwammerdam heeft uitgewaterd, en weleer, ten aanzien van het waterschap, onder het dijkgraaf- of Hoogheemraadschap van Rijnland gestaan heeft. Hoe of wanneer het hiervan onafhankelijk geworden is, vindt men niet vermeld.
NIEUWKOOP EN ZEVENHOVEN, kerkelijke gemeente der remonstranten,
provincie Zuid-Holland, tot de derde klasse behorende.
Men telt er 230 zielen, en heeft er twee kerken, als: één te
Nieuwkoop en één te Zevenhoven.
NIEUWKOPER BOSCH, bosje in Rijnland, provincie Zuid-Holland, gemeente en 1/2 uur oost ten zuiden van Nieuwkoop, aan de Meije.
Literatuur: