Lieve van Ollefen werd geboren in Amsterdam op 13 oktober 1749. Van Ollefen was een bekend broodschrijver die veel geschreven heeft in opdracht van uitgevers en boekverkopers. Hierdoor heeft hij een zeer uiteenlopende productie gehad. Zo schreef hij als poëzie bijvoorbeeld het in 1784 verschenen De wereld is geen tranendal in vier zangen. Daarin werd betoogd dat een vroom christen op aarde veel genieten mag. De Synode van Amsterdam veroordeelde het stuk als "hoogst schandelijk". Hij schreef werken met een pedagogische bedoeling en vervaardigde stukken voor het toneel, soms met een politieke strekking, zoals Het revolutionaire huishouden, in mei 1798 toen hij gevangen zat. Het handelde over de emancipatie der vrouw. Zijn bekendste werk is het met R. Bakker uitgegeven De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver. Hoe de werkverdeling tussen Bakker en Van Ollefen is geweest, is niet duidelijk.
Van Van Ollefen wordt gezegd dat hij een veelzijdig man was, maar iemand "bij wie de diepte gewoonlijk in de breedte verloren ging". Hij overleed in het werkhuis in zijn geboorteplaats op 16 juni 1816.
De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver verscheen tussen 1791 en 1811. Het werd uitgegeven door H.A. Banse in de Stilsteeg in Amsterdam. Het werk bestaat uit verschillende delen. Deel VIII beschrijft de dorpen in Rijnland. Het titelblad van dit deel vermeldt als auteur alleen Rs. Bakker. Een heruitgave van het werk verscheen in 1976 bij de Europese Bibliotheek in Zaltbommel.
De bekende ovale gravures voor De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver werden gemaakt door Anna Catharina Brouwer. Van haar is weinig bekend. Waarschijnlijk was zij een dochter van Cornelis Brouwer, die in Amsterdam plaatsnijder was. Hij graveerde boekillustraties, portretten en historieprenten. Anna Brouwer maakte de gravures in de periode 1793-1801. De gedichtjes onder de gravures zijn waarschijnlijk van de hand van Van Ollefen.
Bron: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek II (Leiden 1912) 257, 259; en VIII (Leiden 1930) 1236.
Anna Brouwer heeft met haar graveerpen de achttiende-eeuwse werkelijkheid nauwkeurig weergegeven. Datzelfde geldt waarschijnlijk voor de door Van Ollefen gemaakte beschrijvingen van de situatie van dat moment in de dorpen. Dit kan niet altijd gezegd worden van de historische gegevens die in de beschrijvingen zijn opgenomen. Voor een meer correcte historisch beschrijving is het daarom nodig ook andere bronnen te raadplegen.
In onderstaande transcriptie is de oorspronkelijke stijl ongewijzigd. Opmerkingen over het geschrevene zijn tussen haakjes met een n.b. opgenomen.
DE HOOGE HEERLIJKHEEDEN VAN NIEUWKOOP EN NOORDEN
By de Beschryving van Zeevenhoven en Noorden gaven wy den Lezeren bericht, dat wy aan dat gedeelen van Noorden, het welk aan Zeevenhoven legt, niet anders dan 't recht van Ambachts Heerlykheid toekennen, dan de gedeelte het welk aan Nieuwkoop paalt, is echter een Hooge Heerlykheid en als zodanig ingelyft in den Bailluwschappe van Nieuwkoop, en dat wel zedert deszelfs beider vereeniging, gelyk Nieuwkoop en Noorden lang te zamen zo verre het Burgerlyke aangaat vereenigd zyn geweest.
In het Kerkelyke staat ieder Ambacht echter op zich zelve, gelyk het meede ten aanzien van dat gedeelte van Noorden, by Zeevenhoven alzo ingelyft is, gelyk nader zo in deeze als by de beschryving van Zeevenhoven blyken zal. Evenwel doet zig hier een groote twyffelling op of Nieuwkoop al of niet onder den Hoogheemraadschappe van Rhynland behoord: volgens Mr. S. van Leeuwen, Constume van Rhynland, zo zou hetzelve zo wel als Aalsmeer onder Kennemerland leggen, het geen naar onze meening zo niet kan zyn door dien men dan door het geheele Ambacht van Schoot, Nieuwveen en Calslagen, of Kudelstaart volstrekt eerst passeeren moet (dat alles Rhynland is) wil men van het eene Kennemerlandsche Dorp op het andere komen, waarom wy dus dit verwerpen. Den tegenwoordigen Staat van Holland zegt dat het mr. M. van der Houve, Handvest Cronycq., Bladz. 99 in vroeger tyden by Amstelland was aangetekent geweest, dan niet anders als ten opzichte der Schildtaaalen, dan wy vinden zulks evenwel in den Druk die wy van van der Houve voor handen hebben niet aangeteekend, waarom wy zulks alsmeede verwerpen moeten, maar men kent in den gemelden Tegenwoordigen Staat van Holland het 6de Deel Bladz. 382 aldus: "Wy beschryven het onder Rhynland niet om dat het ten Comptoire van Leyden, de Gemeenelands Middelen moet opbrengen: maar omdat het volgens de Constume van Rhynland werd bestuurd. "Een stelling durven wy zeggen, die er by een kundig Schryver geheel niet door kan, want daar de Comptoire van betaaling der Gemeene Middelen desaangaande weinig afdoen, bewyzen wy daar meede dat die alleen maar dienen om ten gemakke van het eene District in het andere, alwaar de Hoofd Comptoire zyn, de betaalingen te kunnen doen en van die Bestuuring na Kuuren of Consume aangaat, die doet mede niets af, hetgeen wy hier met een voorbeeld zullen staaven, naamlyk Ryswyk by den Haag, werd ten opzigten der Hooge Heerlykheid bestuurd na de Crimineele Keuve van Rhyn en Delfland, waarom ik vrage: is nu Ryswyk onder Rhynlands en Delflands Crimineel Rechtbanken behoorende? het antwoord is immers neeen! en dan meenen wy dat den Schryver beter gedaan om te stellen: zo als wy het hier doen, dat naamlyk Nieuwkoop eeen Hooge Heerlykheid is, die in den Jaare 1496, ten opzigten van zyn Crimineel Rechtsgebied, van den Bailluwschappe van Rhynland, en den Landen van Woerden wierd onttrokken, bekomende als toen een eigen Crimineele Rechtbank, daarna om alle ongenoegens te vermyden is dezelve mede van de Heem- en Waterschappen afgezondert, en bekomende dien ten gevolgen, daaop ook een eigen Heemraadschap, gelyk hetzelve heden nog heeft; en ziedaar dus hiermede beweezen, dat Nieuwkoop wel degelyk op zig zelven behoorende is.
Wy zoude nu tot onze gewoone Beschryving kunnen overgaan, maar kunnen niet nalaaten hier aan te tekenen, dat wy in den voorleeden Jaare 1799, in de maand Juny een Missive ontfangen hebben uit Amsteldam, geteekend Uwen Bestendigen Leezer G.C.L. waarby ons een agtreegelig Vaersje wierd overgezonden, met vriendelyk verzoek, om onder het afbeeldsel des Dorps ter plaatse, dan maar hetzelve te veel op den Schryver daarvan dezelve nederkomt, zo kunnen wy aan dat verzoek niet voldoen; evenwel om aan onzen onbekende zender, en Bestendigen Leezer eenig genoegen te geven, en wy het waardig achten om een plaatsje daarvoor interuimen, zo vinden wy goed, het in deze Inleiding intelassen, het luid als volgt:
Nieuwkoop! 't gaa u altyd wel!
Voorgoed, Eendracht, Vergenoegen,
Moet zig in uw midden voegen:
Dat geene ramp u, immer kwell!
Nieuwkoop! 'k ben in uw gebooren:
Zoude ik dan Natuur stem smooren?
Neen! in 't Hart dat voor u staat,
Is 't waar gy geschreeven staat.
1799 G.C.L.
Hier meede meenen wy den geëerden zender genoegen te hebben gegeeven, en doen met hun denzelve wensch over Nieuwkoop niet alleen, maar ook over ons geheele Bataafsche Grondgebied, waarop wy gebooren zyn. Wy gaan dan nu over om Nieuwkoop en Noorden te zaamen te Beschryven, dog alweeder dat geene het welk byzonder is, ook alzo te leeren kunnen, bezien wy dus als naar gewoonte de
LIGGING
Nieuwkoop is geleegen tegen den Heemraadschappe van Rhynland aan, en Noorden binnen hetzelve, paalende te zaamen ten Noorden aan Zeevenhoven, wordende aan dien Kant door den Zeevenhovensche Dyk gescheiden; ten Oosten aan Achttienhoven, alwaar dezelve gescheiden worden door de Vlied en 't Scheyd van Nieuwkoop; ten Zuid-Oosten en Zuiden aan Zegvelderbroek, de Mey Polder en de Kooren Polder van Boodegraave, wordende aldaar gescheiden door de Mey en Meydyk. ten Westen aan Albregts-Vierendeel van een Bosch, een Polder aan Aarlanderveen behoorende loopende verder langs Korteraar tot aan de Hooge Heerlykheid van Schoot, alwaar men dezelve gescheiden vindt door de Zydwinde van Albregts-Vierendeel-van-den-Bosch, en van Korteraar door het Nieuwkoper Pad, zynde de bovenaangehaalde Zegvelder en Mey Polders op Stigtsche Grond geleegen: deze is nu de Gecombineerde Ligging, voor Nieuwkoop en Noorden te zamen genoomen.
Nieuwkoop op zich zelve legt ten Noorden, met den Nieuwkooperdyk aan Woerden, ten Oosten aan Agtienhoven, ten Zuid-Oosten en Oosten aan de Zegvelder- Mey- en Koorenpolders, ten Westen aan Albregts Vierendeel-van-den-Bosch en ten Noord-Westen aan Noorden, werdende de Nieuwkooper verlaaten of Sluyzen in Noorden gevonden.
Het Ambacht van Noorden op zig zelve paalt ten Noorden en Oosten, met een punt aan Zeevenhoven, en met dezelve punt ten Zuid Oosten aan Agtienhoven, voorts ten Zuiden geheel aan Nieuwkoop, Albrechts-vierendeel-van-den-Bosch en ten Westen aan Korteraar.
De Kerk van Nieuwkoop legt 7155 Roeden van de Stad Leyden, 1085 van de Kerk van Noorden, 1603 van Zeevenhoven, 1722 van den Zwadenburgerdam en 1471 van Aarlanderveen.
De Kerk van Noorden legt in de Noordsche Buurt onder Zeevenhoven, op een afstand van 1085 Roeden van de Kerk van Nieuwkoop.
Aan de zyde van Albregts-vierendeel-van-den-Bosch, vind men, voor Nieuwkoop, Noorden, Langer en Korteraar, Zeevenhoven en Nieuwveen, over het algemeen niet anders dan uitgeveende Polders, welke in den jaare 1745, reeds 3855 Morgen groot waren, en zedert nog grooter geworden zyn, zo zyn mede daar alles byna Veengrond is aan de Zuid-Oostzyde de veele Landen verveend, en in plassen verandert, dan aan dezelve Zuid Oostzyde, leggen ook nog ruim 1000 Morgen Lands, waarin geen Veen gevonden werd, en hetwelk dus goede Weyden zyn, leggende tusschen de Maassloot, de Mey en de Vliet by Agtienhoven aan de Scheiding.
Alle de opgenoemde Wateren, als ook Maassloot, de Mey, de Vliet, en andere geeven zeer veel gemak aan de Inwoonderen der beide Ambachten, gelyk mede de uitgeveende plaatsen zelf, wyl men daardoor alles te water kan vervoeren, dan de Weegen die er gevonden werden zyn maar niet meer als redelyk.
NAAMSOORSPRONG
De naam van Nieuwkoop moet men afleyden uit dezelve reden als Nieuwveen; dit Dorp wordt alzo genoemt, wyl aldaar later dan te Zeevenhoven, en andere hier omliggende Landen, de Veenderyen zyn begonnen, en dit Ambacht Nieuwkoop als laater dan Zeevenhoven enz. daartoe aangekogt is. Noorden voert den Naam na haare geleegenheid als gaande Noordwaards op van Nieuwkoop na Zeevenhoven.
De STICHTING EN GROOTTE
Wat de Stichting aangaat daarvan ontdekten wy niets, dan dat het zeer oud is, getuigt een Brief van Andreas, Bisschop van Utrecht, van den Jaare 1131 (waarvan by de Kerk nader) zo mede het Handvest van Hertog Albregt van Beyeren, van den Jaare 1395, dus almeer dan 700 Jaaren geleeden, waarby Nieuwkoop reeds een eigen Kerk en hooge Jurisdictie verkreeg, en uit hetwelk dan blykt, dat den Ouderdom van veel vroeger dagen moet zyn, doch wanneer en door wie hetzelve gestigt is, blyft evenwel een raadsel.
De grootte daarvan maat mr. S. van Leeuwen, nog het Geaprobeerde Reglement voor Rhynland, geene melding van, wy vinden op ons Oude Manuscript, 1642 Morgen 241 Roeden, zynde 432 Roeden meerder dan den Tegenwoordigen Staat, voor den Jaare 1732 heeft aangeteekend, waarvoor van ouds aan Verponding werdt betaalt een somma van 3357 Ponden 6 Schellingen 4 Deniers zynde dit voor beide de Ambachten, zo van Nieuwkoop als van Noorden, zo verre dit laatsten aan Nieuwkoop behoort, doch van waar zeer veel Verveent of ontgrond is. In den Jaare 1632 werden voor Nieuwkoop alleen gevonden 256 Huizen, zynde voor Noorden niets aangeteekend, maar in 1732 vinden wy, dat het getal voor beide 500 Huizen was, welk getal door de Verveeningen considerabel vermindert is, want in den Jaare 1795 en 1798, was het getal der Inwooners voor beide Ambachten niet meer dan 1824 Zielen, dewelke alzo beschreeven zyn by het Departement Texel, 7de Ring, op de Hoofdplaats Noorden, hoewel het by dit als toch blykt, dat Nieuwkoop en Noorden nog al aanzienlyk bewoondt werdt.
Het Dorp Nieuwkoop een der fraaiste en aanzienlykste van alle de Dorpen in deeze Streek geleegen, bevat een nette en welbetimmerde Straat, ter lengte van omtrent een geheel uur gaans, met schoone Huizen, Erve en Thuynen, bebouwd en aangelegt, onder welke men verscheide uitmuntende, met aangenaame uitzichten over de Landen en Veenderyen, aantreft. Men vind hier buiten de Kerk der Gereformeerde, ook een voor de Remonstranten, voords een Raadhuis, Rechthuis, Waag en ook het Huis van den Heer van Nieuwkoop, en andere schoone Gebouwen meer, zommige van welke wy nader zullen beschryven. Wyders vind men door het Ambacht hier en daar nog meerdere en minder aanzienlyke Wooningen verspreidt.
Noorden is ter plaatse waar de Kerk gevonden werd niet groot, maar even als de Noordsche Buurt by Zeevenhoven ingelyft, Buurtsgewyze gebouwt, waarom het dan ook niet wel den naam van een Dorp draagen kan.
Het WAPEN
Van Nieuwkoop is een Rood Schild, met een goud Rad, waarvan een vierde gebrooken is, aan iedere hoek van boven een Goud Kruis, gelyk mede een diergelyk Kruis onder op het Schild in de midden. Van Noorden hebben wy geen Wapen kunnen ontdekken, zo dat wy twyffelen of er daarvan wel een voor handen is.
KERKELIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN
Al zeer vroeg heeft Nieuwkoop, een Parochie Kerk gehad, aan welke de Kapel van Noorden onderhoorig was; dezelve stond onder het Bisdom van Utrecht, onder het Deekenschap van Rhynland begreven, en aan de H. Maagt Maria toegewyd, de Pastory daarvan stond ter begeeving van den Graave van Holland, werdende den Pastoor Jaarlyksch aan vaste inkomsten 18 Rhynsche Guldens toebedeeld. Voor de Reformatie in ons Vaderland, vind men maar eene Pastoor met naame aangeteekend, en wel in den Jaare 1366 eene Hugo van der Handt.
Volgens een Brief van Andreas Bisschop van Utrecht, van den Jaare 1131, zo was de streek van de meyzyde reeds aan den Pastorye ingelyft, zynde er wyders ten tyden van Karel de V. Roomsch Keizer en Graaf van Holland, over de begeeving van deze Pastorye, tusschen hem en het Capittel van St. Maria te Utrecht, een verschil ontstaan, hetwelk echter spoedig daarna vereffend geworden is.
Overgaande tot de Beschryving van het tegenwoordig Kerkgebouw, zo willen wy den Leezer vooraf liefst waarschouwen, ten einde alle vergissingen voortekomen, dat op de afbeelding hiervoor geplaast, die hogen aanzienlyke Tooren niet aan de Kerk, maar aan het Huis van den Heer van Nieuwkoop behoort, en dat alleen het kleine spitsje, dat men daarby aangeduid ziet, dat geen is, het welk op de Kerk gevonden word.
De Kerk dan der Gereformeerde op Nieuwkoop, is een schoon ruim gebouw, met alle de noodige vereischtens tot de goede inrichting des Kerks behoorende voorzien; uit welks Voorgevel een klein vierkant Toorentje, met een diergelyk spitsje daarboven opryst, en waarop weder Uur- en Windwyzers, en binnen Uurwerk en Klok gevonden word. Het Kerhof is uitneemend net, waarvan de weerga zeker weinig op Dorpen gevonden werd; de Wooning van den Predicant, en het schoone ruime Schoolhuis, in den Jaare 1742 geheel nieuw opgetimmert, zyn beide met goede Vertrekken en aangenaame Thuinen voorzien, welke Gebouwen met haar aanhooren alle ook zeer net en wel onderhouden zyn.
De Remonstrantsche Kerk op dit Dorp staande, is een der aanzienlykste van het geheele platte land, gelyk hier mede de grootste Gemeenten van die Godsdienstgezindheid gevonden worden, men vind dezelve binnen met al het benodigde als Predikstoel, Doophek, Zitplaatzen en Gestoeltens voorzien, aan dezelve is de Wooning van den Predicant annex, zynde mede een schoone Wooning, met Thuynen enz., aangebouwt.
De Roomsche Gemeente heeft hier twee Kerken als een aan het Zuideinde van Nieuwkoop, en de andere aan de Mey geleegen; het schynt dat die beiden Kerken reeds vroeg na de Reformatie hier zyn gestigt, wat wy leezen dat mr. Pieter Janskind, de Pastorije van Nieuwkoop, en de Mey lange Jaare bedient heeft, gelyk dezelve thans nog door maar eene Pastoor bedient worden: deze Pastoor is overleeden den 3 September 1637, en had een opvolger, Paulus van Haeften, overleeden den 6 April 1647; Johan van Houten overleeden 2 October 1661, Johan Stilting overleeden 24 December 1672, Aarnout Arweiler (van welke nader) overleeden 8 January 1616, Andries Schuurman van hier vertrokken, Evert Arnoldi, overleeden den 20 Maart 1706 en eindelyk Johan Vermeulen, zynde deze de naamen der Pastooren die aan ons bekend geworden zyn.
De Kerk van Nieuwkoop staat zo wy boven reeds zeide, aan het Zuideinde des Dorps en is in alles zeer net en proper Betimmerd, met alle de nodige Kerkcieraaden, enz. voorzien, de Woning van den Heer Pastoor is mede aan dezelve annex, heeft goede Vertrekken, Tuinen enz.
Niet minder is het Kerkgebouw aan de Mey geleegen, aan het welke zo binnen als buiten, mede al het nodige zo ter Godsdienstoeffening als ter bewooning gevonden werd.
Hier mede hebben wy de Kerken van Nieuwkoop die alle met haar aanhoorens in goede orde zyn, zo veel ons doenlyk was beschreeven; wy gaan aldus nu over met die van Noorden, in aanschouw te neemen.
Reeds van ouds af, wierd deze Kerk, die thans aan de Gereformeerde behoorende is, in een zeer schoone ordre gevonden, dog niet meerder dan een Kapel zynde, zonder eenige Parochie, rechten en onder de Parochie Kerk van Nieuwkoop staande, waarvan geene aanteekeningen nog van Naamen van Pastoors, of aan wat Heiligen toegeweid door ons ontdekt zyn geworden.
Dit Kerkgebouw dan der Gereformeerde Staat aan het Zuidelyk gedeelten van Noorden; Kerkelyk behooren tot dezelve, alle de Bewooners van het Noorder gedeelte of de Noordsche Buurt van Noorden, die aan Zevenhooven behoort. Gelyk mede het Zuider gedeelten, welke te zaamen in de Lasten van onderhoud enz. 46 Gulden van het 100 moeten dragen. Die van Achtienhoven en Westveen, welke laaste onder 't Stigt legt, behooren hiermede Kerkelyk en draagen de resterende 54 Gulden in lasten.De Kerk is niet groot, evenwel in een redelyke ordre, en binnen met alle de nodige vereischtens voorzien. Uit het Dak aan de Voorgeevel reist een net vierkant Toorentje, waarop een diergelyk spits staat, hebbende Uur-en Windwyzers, Uurwerk en Klok; het Kerkhof in goede ordre zynde, is met Boomen omplant, zynde de Predicants en Schoolmeesters Wooningen, redelyke dog niet meer dan ordinaire Gebouwen.
De Roomsche Gemeente heeft hier mede een voldoend Kerkgebouw tot welke de Bewooners van beide Deelen van Noorden niet alleen, maar mede die van Achtienhoven, Westveen en Blokland behooren, veele Jaare hebben dezelve deze Kerk reeds bezeeten, want op den 11 September 1657 overleed eenen mr. Johan van Ingen, die deze Kerk reeds bediend had, hebbende daarna tot opvolgers gehad: Antoni Zonsbeek, die na Utrecht vertrokken is, Jacob Kas, deze hier lange Jaaren gestaan hebbende, en blind geworden zynde, wierd hem ter hulpe toegeschikt Fredrik van Winden.
Het Kerkgebouw dan aldus vryeleyk mag bezien worden, heeft alle de benodigde Kerk- en Altaargereedschappen; aan dezelve is de Wooning van den Pastoor annex, zynde met een Thuin voorzien. Ziedaar dus een getal van zes Kerken, behalve de Pastoryen en Schoolen alhier gevonden werdende kortelyk aangeweezen, waaruit de aanzienlykheid van Nieuwkoop en Noorden te zamen duidelyk opgemaakt kan worden.
WAERELDLIJKE GEBOUWEN
Onder deze moet als het eerste door ons genoemt worden, het Huis van den Heer, of nu de Vrouw van Nieuwkoop en Noorden, hetzelve staat binnen het Dorp van Nieuwkoop, aan welke het een groote cieraad geeft; dit Gebouw de beschouwing over waardig, werd in den Jaare 1627 gebouwd door den Heer Johan de Bruyn van Buitenweg, Heer van Nieuwkoop, Noorden en Achtienhoven, wiens Wapen tot den Jaare 1795 in de Gevel pronkte: het is binnen met verscheiden Kamers en Vertrekken voorzien, van welke verscheide zeer aangenaame Land en Watergezigten zo ook op omleggende Dorpen hebben, pronkende voorts met een zeer schoone Tooren, die boven met een fraaije Omwandeling en Ballustrade voorzien is, van welke men een beetje uitzigt heeft op alle in dien omtrek geleegen Landeryen, en boven welke weder een dubbelde open Coepel werd gevonden, waarop een ronde met zwaar Lood gedekte Kap ligt, uit welke weder een spil voor een Windwyzer dienende opgaat, zynde in alles zo als de afbeelding hier voor geplaatst aanwyst.
Deeze Tooren en die van de beide Kerken van Nieuwkoop en Noorden, doen menigmaalen den vreemdeling denken, dat dezelve van drie onderscheiden Kerken zyn, hoewel dezelve alle op Nieuwkoop gevonden werden, wyl Noorden zo te zeggen, als aan Nieuwkoop vast legt. Verder is dit Gebouw verciert met schoone Thuinen en Beplantingen.
Het Raadhuis alhier in den Jaare 1628 gestigt, is een schoon ruim en luchtig Gebouw, met de benodigde Kamers, zo voor de Vergadering van crimineele en civiele Justitien, Ambachtszaaken, als andere Collegien voorzien, gelyk mede van een Secretarye en andere Vertrekken, Gyzel- en Gevangen Kamers, en alle verdere voor een Gerechts-Hof benodigde vereischtens, in de Voorgevel staat het Beeld der Gerechtigheid, waarby dit byschrift gevonden word. Dirctie Justitiam, dat is: Leert Gerechtigheid betragten.
Tegen over het Raadhuis staat de Paal van Justitie, waarby op het Wapen van Nieuwkoop is afgebeeld, en daarby het byschrift: Eert God en vreest de Justitie
Het Rechthuis is meede een schoon Gebouw, waarin thans nog een Herberg gehouden werd.
De Dorpsweg staat meede binnen het Dorp, is ook een goed en aan het oogmerk voldoend Gebouw. Op Noorden ontoemeten wy geen Waerldlyke Gebouwen, en daarom gaan wy over tot het Artykel der
KERKELIJKE REGEERING
Hieromtrent ontmoeten wy eerst die van de Gereformeerde op Nieuwkoop bestaande de Kerkenraad aldaar uit een Predicant met 3 Ouderlingen en 3 Diaconen, zynde zedert den Jaare 1791 alhier Predicant den Eerwaarde Martinus Storm à Eduard, behoorende onder de Eerwaarde Classis van Woerden en Over-Rhynland.
De Kerk en aanhooren werd onderhouden onder opzicht van 3 Kerkmeesters.
De Remonstrantsche Gemeente werd bestuurt door een Predicant met Ouderlingen, Diaconen en Kerkmeesters.
De beide Roomsche Kerken maar eene Gemeente uitmaakende, staan onder de bestuuring van den Heer Pastoor met 4 Arm en 4 Kerkmeesters, zynde alhier zedert den Jaare 1793 als Pastoor, den Eerwaarde Fredericus Rigters, behoorende onder het Aartspriesterschap van Holland.
De Gereformeerde Gemeente van Noorden werd bestuurt door den Predicant zynde zedert den Jaare 1798 den Eerwaarde Johan Hendrik Aldenrahd, behoorende onder de Classis van Woerden en Over Rhynland, met 3 Ouderlingen en 3 Diaconen, welke uit de Ledemaaten van Noorden, Achtienhoven en Westveen werden gekoozen.
Het onderhoud der Kerk en aanhooren is gedemanteert aan 3 Kerkmeesters, welke op gelyke wyze als de Kerkenraaden, gekoozen worden.
De Roomsche Gemeente word bestuurt door den Pastoor zyndert zedert den Jaare 1782 den Eerwaarde Rudolphus Brouwer met Kerk en Armmeesters geadsisteerd zynde.
WAERELDLIJKE REGEERING
Nieuwkoop en het Zuider gedeelte van Noorden, te zamen een Hooge Heerlykheid zynde, daar eigentlyk het Noorder gedeelte van Noorden met Zevenhoven te zamen maar één Ambachts Heerlykheid uitmaakt, zo werd daarin echter omtrent Noorden, een zeer groot onderscheid gevonden, alzo die van het Noorder gedeelte voor Bailluw en wel gebooren Mannen van Rhynland, en die van het Zuider gedeelte voor haar eigen Vierschaar moeten te regt staan; wanneer of op wat tyd nu Noorden voor zyn Zuidelyk gedeelte tot een Hooge Heerlykheid is verheeven, daarvan vinden wy hoegenaamd geen berigt, maar wel van Nieuwkoop, want men weet dat Hertog Albregt van Beyeren, op den 21 January 1396, Nieuwkoop by handvest van de Bailluwschappen van Rhynland, en van Woerden afgetrokken en aan hetzelve een eigen Bailluwschap vereert heeft, werdende in dit Handvest geenzins van Noorden melding gemaakt: hoe het dus dan daar aangekomen is, of op welke tyd, daarvan is geen bewys, zeker is dat de beide Dorpen heden alzo nog te zamen eene Hooge Heerlykheid uitmaaken, en dit waarschynlyk al lag zal hebben plaats gehad.
Dezelve heeft dan ook alzo reeds veele tyd een Bezitting geweest van den Huize van Wassenaar, zynde thans daarvan Eigenaresse Vrouwe Maria Odilia Baronnesse de Stain, Vry-vrouwe van Achtienhoven en de Bosch, Vrouw van de vrye Haak enz. welke Vrouwe daarmede verlegd is geworden in den Jaare 1790.
De Crimineele Jurisdictie werd geadministrateerd door een Bailluw of Schout Crimineel met Welgebooren Mannen uit Nieuwkoop en het Zuider gedeelte van Noorden en een Secretaris.
Aangaande het Heem- of Waterrecht daar van is Nieuwkoop geheel onderscheiden van andere Dorpen, en Ambachten wyl dezelve een eigen Heem- en Water-Collegie heeft waar onder Achtienhoven almeede begreepen is, hou oud dit Collegie is, weeten wy niet, doch zeker is het dat in den Jaare 1394 tusschen die van Nieuwkoop, en den Dykgraaf en Heemraaden van Rhynland, een geschil over de Uitwatering ontstaan is, waaruit men met reden opmaakt, dat Nieuwkoop in Rhynland uitwaterde; bovendien leest men dat Hertog Albrecht van Beyeren op belooke Paascha van dat jaar, een uitspraak over dat verschil deen, waarby aan Nieuwkoop gepermiteerd werd, dat zy even als haare Voorouders vry door den Rhyn aan Spaarendam mogte uitwateren, en even als alle andere haar aandeel in de lasten mogten draagen. Welke uitspraak woordelyk luiden als volgt: "Albrecht by Godes Genaden Palensgrave op den Rhyn, Hertog in Beyeren, Grave van Henegouwen, van Holland, Zeeland, ende van Vriesland, doen conde alle Luyden, dat onze Bailluw, en de Hoghe Heemraade van Rhynlans, aan die eene syde, ende onse vrye Ambachte van Nieuwkoop, mitten geenen die met hen van Rechts plagen te wateren aan die andere zyde eendadinghe gedaan hebben, ende des overdragen eclks met den andere als hier naegeschreeve staat; dats te weeten: dat ons Ambacht van Nieucoop voort ende die van rechts met hun plagen te wateren; van sulcke dingtale boetes, en de koste, als sy hadden tegen ons Bailluw en de Heemraade voor. gebleeven zyn aan dezelve Bailluw en de Heemraade. Voort zullen die van Nieucoop voorz. ende die met hun wateren, bewaare alsulcke Aerdwercke, als Rhynland heeft, ende ongehoeuft slaagt is, op Swammerdamme, en te hieromme sullen sy meede vry wateren in den Rhyn Spaarendamme uit, als heur ouders altyd gedaan hebben, ende men sal gelden by de hoeven als van ouds altyd constuumelyk is geweest, den onraad die hierop geloopen is.
Voort sullen die van Nieucoope blyve in haare oude costuumen ende de Heemraden van Rhynland ende sullen se niet meer belasten dan als voorsz. is, ende want onze Bailluw ende Heemraden voorsz. aan d'eene syde, ende die van Nieucoop aan d'andere syde, die dadingers voorsz. eendrachtig zyn, soo hebben wy om beede willen, ende versoek van beyde Partyen, dat voorsz. dading gevestigt, ende gecontinueert, vestigen en conformeeren te geduuren tot eenige dagen, in oirconde desen brief bezegelt met onse Zegelen, ghegeeven in den Haghe op ten Belooke Paeschen, in Jaar ons Heer Duyzend 394."
Hier uit zien wy dus duidelyk dat in het gestelde Jaar van 1394 Nieuwkoop nog geen eigen Heemraadschap was hebbende, daarna dan een Heemraadschap op zich zelve geworden zynde, wierd de Administratie daar over gedaan by een Dykgraaf zynde gemeenlyk den Bailluw met 5 Heemraaden uit welke Heemraaden wederom gemeenlyk twee Poldermeesters gekooren werden, waar van het eene Jaar twee en het andere Jaar drie Heemraaden afgaan; by dit Collegie is mede gevoegd een Penningmeester, een Secretaris enz.
De verdere Regeering bestaat uit een Municipaliteit van 7 Leden, een Schout civiel met 7 Schepenen, en verder de verzorgende Collegien voor opzigt van Brand, onderhoud van Gemeene Armen, en het toezicht over de Weezen en haare Goederen, hebbende deeze Collegien mede haare Secretaris, Bode en verdere Dienaars.
De VOORRECHTEN EN VERPLICHTINGEN
Aangaande daarvan is een der voornaamste, dat Nieuwkoop by Handvest, van Albrecht van Beyeren, reeds in den Jaare 1396 tot een Hooge Heerlykheid verheeven is, en dat tegelyk by dat Handvest is bepaald geworden, dat niemand der Bewooners voor een andere Vierschaar mag betrokken worden in crimineele zaaken, dan voor die van Nieuwkoop zelve.
Gelyk mede alzo als een voorrecht mag worden aangemerkt, het onafhangelyke Heemraadschap van deezen Ambachte, als thans niets met den Dykgraaf en Heemraaden van Rhynland nog Woerden te doen hebbende.
Aan de Mey legt een hoek Lands gemeenelyk de hondert Morgen genaamt, waar van den Eigenaar aldaar rondsomme de vrye Visscherye heeft.
Voorts bezit de Vrouw alle zulke Rechten als by geene Decreeten van den Landen aan de Hooge en Ambachts heerlykheden vernietig ten aldus tot heden toegelaaten zyn.
Als een VERMAARD MAN
Kunnen wy hier opgeeven den reeds voorens genoemde Eerwaarde Aarnoud Arweiler, gebooren van Utrecht, die alhier eenige Jaaren Pastoor geweest zynde, door de Mildaadigheid van de Geestelyke tot het Pastoors Ampt was bevordert geworden, en die zulks naderhand herdenkende zeer veel giften aan Arme Kinderen gedaan heeft. Met zyn Dood maakte hy zig zeer vermaard door het maaken van een Jaarrenten aan de Roomsche Armen van Nieuwkoop.
BEZIGHEEDEN
Deze zyn alhier behalve het oeffenen van alle benoodigde Handwerken, de Veenderye, Landbouw en de Smeederyen genoegzaam eeven als op Zevenhoven plaats heeft.
Tot de GESCHIEDENISSEN
Van Nieuwkoop bregen wy, dat in den Jaare 1612 de Franschen van 4 a 5 zyden te gelyk op hetzelve aanvielen, doch dat den Bailluw een party Manschappen byeen vergaderde, waarby zig een Compagnie van Aarlanderveen voegden, de Franschen aanvielen, en na Bodegrave en Zwammerdam verdreeven hebben.
Belangende de BIJZONDERHEEDEN
Deze zyn hier zeer veele waarmee wy vooral aanduiden de opgegeevene zo Kerkelyke als Waereldlyke Gebouwen
REISGELEEGENHEEDEN
Behalve de dagelyksche Turf Vaartuigen daar men mede desnoods na veele Plaatzen zoude kunnen vertrekken, zo heeft men hier nog de weekelykschen Marktschuiten, de welken op verscheiden Steeden en Plaatzen, heen en terug vaaren.
HERBERGEN EN LOGEMENTEN
Zyn er hier verscheiden, maar de voornaamste is het Rechthuis op Nieuwkoop.