Moerkapelle

Moerkapelle

Het dorp Moerkapelle dankt zijn naam aan de voorloper van de huidige dorpskerk, een kapel "op moer" (in het veen). In de praktijk werd het dorp tot midden 17e eeuw aangeduid als de Wildevenen, een naam die duidt op het ruige karakter van het gebied.
In 1365 kreeg de ambachtsheer van Zevenhuizen de Wildevenen in leen met uitdrukkelijke toestemming om het te exploiteren voor de turfwinning. Het laag gelegen, moerassige gebied leende zich uitsluitend voor vervening. De verveners waren over het algemeen kleine ondernemers of personen die in opdracht van vermogende inwoners van de steden (met name Gouda) werkten.
De Wildevenen lag in het uiterste noordoosten van het hoogheemraadschap Schieland en grensde aan de landscheiding met Rijnland. Door de voortvarende vervening was het hoogheemraadschap voortdurend bezorgd over schade aan de landscheiding.

In 1629 was vrijwel het gehele gebied "verdolven", uitgeveend, dus onder water. Er stonden 41 woonhuizen, waarvan een deel onbewoond. Korte tijd later begon de planvorming tot droogmaking, waarvoor in 1646 toestemming werd gegeven aan jhr. Warnard van der Wel, die kort tevoren de Wildevenen van de ambachtsheer van Zevenhuizen had gekocht. In 1655 viel de polder droog. Deze droogmakerij. werd ook wel als de Honderd Morgen aangeduid. Kort daarna werd de kapel vervangen door een echte dorpskerk.
Na de droogmaking werd Moerkapelle een echt agrarisch dorp. Doorgaans ging het om gemengde bedrijven: akkerbouw en veeteelt. Het dorp was een stuk welvarender dan in de tijd van de verveners, ook nam het aantal inwoners iets toe. Eind 18e eeuw woonden er ruim 300 mensen in 61 huizen. Wel bleef het gebied kwetsbaar voor overstromingen, zolang de omringende veengebieden niet waren ingepolderd.

In de 19e eeuw nam de bevolking toe, met name dank zij de droogmaking van de Zuidplas; de woonomstandigheden niet: het aantal bewoners per huis steeg. Van de Zuidplaspolder werd een deel bij Moerkapelle gevoegd. Het agrarisch karakter bleef tot ver in de 20e eeuw behouden, en wordt tegenwoordig versterkt door de toename van de glastuinbouw en bloemenkassen. Voorts is er vooral sprake van ondersteunende bedrijvigheid (transport, bouwnijverheid).
Tot de komst van de snelweg (nu A12) lag het dorp aan de weg Gouda - Den Haag. De vaarroutes naar Rotterdam en Gouda, in de periode van de vervening nog van groot belang, raakten in de 19e eeuw buiten gebruik. Ook de spoorweghalte Zevenhuizen-Moerkapelle is al lang verdwenen.
Van 1811 tot 1818 behoorde Moerkapelle tot de gemeente Bleiswijk. In 1991 raakte het dorp definitief zijn bestuurlijke zelfstandigheid kwijt en werd het - na drie-en-een-halve eeuw - weer samengevoegd met Zevenhuizen tot de gemeente Zevenhuizen-Moerkapelle. In 2010 ging deze gemeente weer op in de gemeente Zuidplas.

Literatuur:

  • L. van Ollefen en R. Bakker. De Nederlandsche stads- en dorpsbeschrijver. Deel 5 (1797).
  • A. Verheul Azn. Moercapelle voorheen en thans (Gouda 1926).
  • W.J. Diepeveen. De vervening in Delfland en Schieland tot het einde der zestiende eeuw (Leiden, 1950 = proefschrift VU A'dam).
  • C. de Jong, De droogmaking van de Wildevenen in Schieland (Voorburg 1957) = Zuid-Hollandse studiën 6.
  • J.S. Bakker, Moercapelle en de Wilde Veenen; in: Verleden Tijdschrift 1 nr. 3 (1985) 3-7.

Websites:



Reactie plaatsen




bijlage of video toevoegen





Houd mij op de hoogte van reacties op mijn inzending

Ik ga akkoord met de voorwaarden

* Verplicht invullen

Zoeken

Plaats

Steden en dorpen

Terug naar

Steden en dorpen

Kohier gemaal Laag kwartier RijnlandMallegatsluis GoudaKlooster St. Michael in de Hem in SchoonhovenNieuwkoop in de negentiende eeuw