Het Aardrijkskundig Woordenboek van A.J. van der Aa en
de kaart van J. Kuyper geven samen een beeld van Leimuiden
halverwege de negentiende eeuw. Het door Kuyper getekende gedeelte
van dat beeld geeft de negentiende eeuwse werkelijke situatie weer.
Voor sommige gemeenten geldt zelfs dat de grenzen sinds die tijd
vrijwel ongewijzigd zijn gebleven.
De beschrijving die Van der Aa geeft van de negentiende-eeuwse
situatie kunnen we eveneens beschouwen als correct. Dan kan niet
altijd gezegd worden van de historische gegevens die in de
beschrijvingen zijn opgenomen. De tekst moet daarom worden
beschouwd als de interpretatie van de negentiende-eeuwse
amateur-historicus. Voor een juist historisch overzicht is het
nodig ook andere bronnen te raadplegen.
Klik
hier voor nadere informatie over Van der Aa en Kuyper.
De tekst is, met aanpassing van de spelling, zoveel mogelijk in de
oorspronkelijke stijl overgenomen. Een enkele fout in de tekst is
stilzwijgend verbeterd. Aanvullingen en opmerkingen zijn tussen
haakjes met een n.b. opgenomen.
LEIMUIDEN, voormalige afzonderlijke heerlijkheid in
Rijnland, provincie Noord-Holland, arrondissement Amsterdam, kanton
Nieuwer-Amstel, gemeente Leimuiden en Vriesekoop; palende noord aan
de heerlijheid Aalsmeer, oost aan Vriesekoop, zuid aan het
Braassemermeer, zuidwest aan de Oude Wetering, die haar van
Alkemade scheidt, west aan het Haarlemmermeer.
Deze heerlijkheid bevat het dorp Leimuiden, de Grietpolder en een
gedeelte van de Heilige Geest polder, alsmede enige verstrooid
liggende huizen. De hervormden, die hier wonen, behoren tot de
gemeente Leimuiden, Kalslagen en Bilderdam. De rooms-katholieken,
die men er aantreft, worden tot de statie van Rijnsaterwoude
gerekend. Men heeft in deze heerlijkheid een school.
Deze heerlijkheid was weleer het eigendom van het geslacht Van
Wassenaar van Warmond en bij erfopvolging toegevallen aan
Franciscus Paulus Emilius, graaf van Oultremont en Warfusé en Maria
Isabella van Beijeren van Schagen, gravin van Warfusé; in het jaar
1727 werd deze heerlijkheid, benevens die van Vriesekoop, gekocht
door heren burgemeesters van de stad Amsterdam voor een som van
43.000 gulden en het verlei daarvan geschiedde op 13 maart 1728, op
naam van mr. Lieve Geelvink, heer van Castricum enz. , burgemeester
en raad, in naam en ten behoeve van die stad.
Het dorp Leymuiden, Leimuiden of Lemuyden, in de wandeling meestal
Leimuijen geheten, ligt 5 uur zuidwest van Amsterdam, 3 uur
zuidwest van Amstelveen. Het is vrij oud en wordt door sommigen
gehouden voor een der drie Leithens, en kwam evenals de beide
anderen aan de heren van Wassenaar. Het wordt reeds genoemd in
zeker verdrag, tussen Willem van Gelder, de eenentwintigste
bisschop van Utrecht en Regimbert, abt van Echternach, in 1063
gesloten, volgens welke aan de abt onderscheidene kerken en
kapellen in Holland werden afgestaan, en, onder anderen, ook de
kapel van Liethemuten, zo als zij in die brief genoemd wordt.
Naderhand, en wel in 1156, vindt men deze plaats met de naam van
Leijthemuthe aangetekend, te weten in de brief, waarbij Gerardus,
insgelijks abt van Echternach, wederom afstand deed van zijn recht
op de bovengenoemde kerken en kapellen, aan Diederik VI, graaf van
Holland. Het schijnt weleer van weinig belang geweest te zijn, want
de godsdienst aldaar werd slechts in een kapel of in een klein
kerkje geoefend, gelijk zulks in het gemelde verdrag vermeld
staat.
Men vindt aangetekend, dat men weleer, met behulp van een
springstok, van Warmond op Rijnsaterwoude, Leimuiden en de Stichtse
bodem kon komen; doch de overstromingen hebben een zeer groot
gedeelte van deze landen ingezwolgen en zelfs zodanig, dat de
bewoners van het eiland Bensdorp, onder de banne van Leimuiden,
omtrent het jaar 1605, verminderd zijn in de verponding voor zes
morgen land, welke zij in de overstroming verloren hadden. Het dorp
is thans fraai bebouwd, met onderscheidene fraaie buitenplaatsen.
Hier is, zo te water als te land, veel doortocht. Te water, vermits
de Drecht, door dit dorp heenlopende, een veel kortere vaart
aanbiedt voor de schepen, die uit de Rijn naar Amsterdam bestemd
zijn, dan door Haarlem en Spaarndam; weshalve alle kleine
vaartuigen, die door de Bilderdammersluizen heen kunnen, deze vaart
kiezen; te land,vermits de naaste weg, tussen Amsterdam, Gouda en
Rotterdam, hier door gaat.
De bovengenoemde kapel werd, in het jaar 1585, vernieuwd en groter
gemaakt, doch staande de opbouw van deze kerk was er gebrek aan
geld, waarom zij van Gregorius van Egmond, de zestigsten bisschop
van Utrecht, verlof bekwamen om enige morgen land, aan gemelde kerk
behorende, te verkopen, om daaruit de verdere opbouw te doen. De
kerk voltooid zijnde, bleef zij echter nog enige tijd zonder
ingewijd te worden, en de gemeente alzo nog parochianen van
Rijnsaterwoude, dan, om hen daarin te hulp te komen, gaf de
genoemde bisschop aan de pastoor en alle andere priesters verlof
om, tot zekere bepaalde tijd, in dit gebouw hun kerkdienst te
verrichten. Door de liefdegaven van godsdienstvrienden,
inzonderheid te Amsterdam, zag de gemeente zich echter, in het jaar
1800 in staat gesteld, om de kerk weer geheel te vernieuwen en tot
godsdienstig gebruik in te richten, zodat het thans een zeer
geschikt gebouw is, dat met een sierlijke preekstoel prijkt, welke
in 1806, door de erfgenamen van de heer Joost Timmers, de gemeente
is ten geschenke gegeven. Deze kerk is echter van geen orgel
voorzien. De fraaie toren gaat van onderen tot aan de hoogte van
het kerkdak vierkant op, alwaar die, tot een goede hoogte, achtkant
oprijst en met de nodige galmgaten aan ieder van de acht zijden is
voorzien, waarboven weer een achtkant gebogen spits oprijst,
hebbende alzo een schoon aanzien, en zijnde van binnen met uurwerk
en klok voorzien.
In het begin de vorige eeuw leefde hier een zekere Kors Vincent,
door de wandeling Kors Centen genoemd. Deze, van een armoedige
afkomst zijnde, werd door zijn ouders op de scholen van Leimuiden,
Rijnsaterwoude en Leiderdorp, waar zij van tijd tot tijd woonden,
school gedaan, maar niet in staat zijnde om de gift van turf aan de
schoolmeesters, volgens gewoonte, te bezorgen, moest hij niet
alleen smaad, maar mede veel koude lijden; dan, naderhand een rijk
man geworden, en gedachtig aan de smaad en de koude, die hij
geleden had, maakte hij uit zijn goederen zoveel als voor ieder van
de genoemde scholen aan turf nodig was, ten einde de noodlijdende
schooljeugd tegen zijn weleer uitgestane ongemakken en
onaangenaamheid te vrijwaren.
Dit dorp heeft, met Oude Wetering en Rijnsaterwoude, een
departement der Maatschappij Tot nut van 't Algemeen, dat 7 maart
1820 is opgericht, en 20 leden telt. Ook is er een
distributiekantoor voor de brievenposterij.
Tijdens de intocht van de Pruissen in Holland, in het jaar 1787,
vestigde de hertog van Brunswijk alhier zijn hoofdkwartier.
Het wapen dezer heerlijkheid bestaat uit een schild van zilver, met
negen ruiten, staande vijf en vier.
LEIMUIDEN EN VRIESEKOOP, gemeente in Rijnland, provincie
Noord-Holland, arrondissement Amsterdam, kanton Nieuwer-Amstel;
palende noord aan de gemeente Aalsmeer, oost aan Kalslagen en
Bilderdam, zuid aan Rijnsaterwoude en het Braassemermeer, zuidwest
aan de gemeente Alkemade, west aan het Haarlemmermeer.
Deze heerlijheid bestaat uit de voormalige afzonderlijke
heerlijkheden Leimuiden en Vriesekoop, beslaat, volgens het
kadaster, een oppervlakte van 1.427 bunder 58 vierkante roeden 4
vierkante ellen, waaronder 1.420 bunder 58 vierkante roeden 85
vierkante ellen belastbaar land. Men telt er 137 huizen, bewoond
door 184 huisgezinnen, uitmakende een bevolking van ruim 1.000
inwoners, die meest hun bestaan vinden in de landbouw en de
veenderij. Ook heeft men er een scheepstimmerwerf, een houtzaag- en
een korenmolen.
De hervormden, die hier 520 in getal zijn, worden tot de gemeente
Leimuiden, Kalslagen en Bilderdam gerekend, welke in deze gemeente
een kerk heeft De rooms-katholieken, van welke men er 490 aantreft,
behoren tot de statie van Rijnsaterwoude. Men heeft in deze
gemeente een school.
LEIMUIDEN, KALSLAGEN EN BILDERDAM, kerkelijke gemeente,
provincie Zuid-Holland, classis van Leiden, ring van Woerden. Men
had er vroeger twee kerken, als: één te Leimuiden en één te
Kalslagen, en telt er 640 zielen, onder welke 260 lidmaten.
Leimuiden en Kalslagen en Bilderdam maakten vroeger elk een
afzonderlijke gemeente uit, zijnde de eerste, die in de
afzonderlijke gemeente Leimuiden het leraarambt heeft waargenomen,
geweest Johannes Vossius, die, in het jaar 1578, uit Wassenburg, in
Gulikerland, herwaarts kwam en in het daaraanvolgende jaar naar
Veurne, in Vlaanderen, vertrok. Gedurende de dienst van de
predikant Wiardus Wiardi, in het jaar 1810 zijn deze gemeente
tesamen gecombineerd, en wel in dezer voege, dat de dienst van
Kalslagen voor 2/3 gedeelte ten laste kwam van de predikant van
Leimuiden en 1/3 ten laste van de predikant van Nieuwveen, en
hebben alstoen tot eerste leraar gehad de gezegde Wiardi, die reeds
sedert het jaar 1771 te Leimuiden stond en in het jaar 1814
overleed. De kerk te Kalslagen in 1827 afgebroken zijnde, is de
predikant van Leimuiden met de gehele dienst aldaar belast.
Literatuur: