Lieve van Ollefen werd geboren in Amsterdam op 13 oktober 1749. Van Ollefen was een bekend broodschrijver die veel geschreven heeft in opdracht van uitgevers en boekverkopers. Hierdoor heeft hij een zeer uiteenlopende productie gehad. Zo schreef hij als poëzie bijvoorbeeld het in 1784 verschenen De wereld is geen tranendal in vier zangen. Daarin werd betoogd dat een vroom christen op aarde veel genieten mag. De Synode van Amsterdam veroordeelde het stuk als "hoogst schandelijk". Hij schreef werken met een pedagogische bedoeling en vervaardigde stukken voor het toneel, soms met een politieke strekking, zoals Het revolutionaire huishouden, in mei 1798 toen hij gevangen zat. Het handelde over de emancipatie der vrouw. Zijn bekendste werk is het met R. Bakker uitgegeven De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver. Hoe de werkverdeling tussen Bakker en Van Ollefen is geweest, is niet duidelijk.
Van Van Ollefen wordt gezegd dat hij een veelzijdig man was, maar iemand "bij wie de diepte gewoonlijk in de breedte verloren ging". Hij overleed in het werkhuis in zijn geboorteplaats op 16 juni 1816.
De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver verscheen tussen 1791 en 1811. Het werd uitgegeven door H.A. Banse in de Stilsteeg in Amsterdam. Het werk bestaat uit verschillende delen. Deel VIII beschrijft de dorpen in Rijnland. Het titelblad van dit deel vermeldt als auteur alleen Rs. Bakker. Een heruitgave van het werk verscheen in 1976 bij de Europese Bibliotheek in Zaltbommel.
De bekende ovale gravures voor De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver werden gemaakt door Anna Catharina Brouwer. Van haar is weinig bekend. Waarschijnlijk was zij een dochter van Cornelis Brouwer, die in Amsterdam plaatsnijder was. Hij graveerde boekillustraties, portretten en historieprenten. Anna Brouwer maakte de gravures in de periode 1793-1801. De gedichtjes onder de gravures zijn waarschijnlijk van de hand van Van Ollefen.
Bron: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek II (Leiden 1912) 257, 259; en VIII (Leiden 1930) 1236.
Anna Brouwer heeft met haar graveerpen de achttiende-eeuwse werkelijkheid nauwkeurig weergegeven. Datzelfde geldt waarschijnlijk voor de door Van Ollefen gemaakte beschrijvingen van de situatie van dat moment in de dorpen. Dit kan niet altijd gezegd worden van de historische gegevens die in de beschrijvingen zijn opgenomen. Voor een meer correcte historisch beschrijving is het daarom nodig ook andere bronnen te raadplegen.
In onderstaande transcriptie is de oorspronkelijke stijl ongewijzigd. Opmerkingen over het geschrevene zijn tussen haakjes met een n.b. opgenomen.
DE AMBACHTSHEERLIJKHEEDEN VAN LEIJMUIDEN EN VRIESEKOOP
Leymuyden en Vriesekoop, twee afzonderlyke Ambachts-Heerlykheeden zynde, zyn egter zeer naauw aan elkander verbonden, zo in deszelfs Kerkelyke als Regtelyke Bestuuren, waarom dezelve dan ook ten allen tyden nooit van elkandere zyn afgescheiden geweest, neen, maar altoos als eene Heerlykheid verlegd zyn geworden, en door ééne Schout, één Gerecht en één Secretaris in het Burgerlyke, en door ééne Kerk in het Kerkelyke zyn bedient geworden, waarom wy dan ook dit een en ander alzo vindende, verpligt zyn, hetzelve natevolgen; dan evenwel zullen wy tragten ieder afzonderlyk te doen kennen, hoewel wy elk aan den andere verbonden laatende, geen afzonderlyke Beschryvingen daarvoor aan onze Leezers zullen meededeelen. Wy zeggen dus vooraf, dat Leymuyden een Kerkdorp, dog Vriesekoop daar en teegen slechts een Buurt is, welke geen Kerkdorp zynde, egter behalven het bezit eener Kerk, niet minder aanzienlyk als aangenaam gevonden word, welk een en ander nader blyken zal, wanneer wy beiden de Ambachten zo te zamen verbonden, voor hetgeen onafscheidelyk van den andere niet kan genoomen worden, als van elk afzonderlyk zeggen zullen; waarom wy dus hier als naar gewoonte overgaan met iets aantetekenen omtrent deszelfs.
LIGGING
Zynde deze in den Heemraad-en Bailluwschappe van Rhynland, niet verre van de Leydsche, Haarlemmer en Brazemermeeren, in een alleraangenaamste en gemakkelyke geleegenheid, met de Kerk 6134 Roeden van Leyden, 745 Roeden van Rhynzaterwouden, 1170 Roeden van Calslagen, leggen de wyders ten noorden van Aalsmeer (zynde een Dorp reeds by het Boekdeel over Kennemerland beschreeven.) van welke hetzelve gescheiden word met het zogenaamde Westeynde van Aalsmeer het welk tegens de Meer aanlegt; ten Oosten legt Calslaagen van welk dit Ambacht word gescheiden door den Bilderdammer-weg, ten Zuiden paalt het voor een gedeelte aan Langeraar, Rhynzaterwoude en de Brazemermeer, wordende aan deze zyde gescheiden door een Langeraardschen Dyk, de Scheysloot en de Brazemermeer, en ten westen legt de Leydschemeer, zynde dit de gemeene Ligging der beide gecombineerde Heerlykheden of Ambachten, dan wanneer wy dezelve op de beste naauwkeurige Kaarten van Rhynland nagaan zo vinden wy dat Leymuyden ten Noorden heeft, het Westeynde van Aalsmeer, ten Oosten Vriesekoop, wordende daarvan door de Heereweg gescheiden, ten Zuyden de Brazemermeer, en ten Westen de Leydschemeer.
Vriesekoop heeft ten Noorden leggen het Westeynde van Aalsmeer, ten Oosten de Bilderdammer-Buurt en Calslaagen, ten Zuyden Langeraar en Rhynsaterwoude, en ten Westen Leymuyden.
Beide deeze Ambachten hebben een gemakkelyke en schoone geleegenheid zo te water als te Land; en wel te Water door dien den Drecht een Water uit den Rhyn komende, hier door gaat, en daar door alles gemakkelyk af- en aangevoert kan worden; welke geleegenheid tevens te schooner is, door dien alle Binnenlansche Vaartuigen, welke niet zeer groot zyn, en uit den Rhyn vnaar Amsterdam, vice verca willen vaaren, door de Bilderdammer Sluizen door Schutte, als welke Passagie veel nader der over Spaanrdam geoordeelt word; voorts werden hier nog verschiede andere kleine Vaarten, door deze Ambachte gevonden.
Te Land, is de gemakkelykheid en schoonheid niet minder alzo de weegen hierdoor gaande zeer wel werden onderhouden, en de Rytuigen van Rotterdam, Gouda, enz. na Amsteldam en terug hier door passeeren, zynde alle de weegen zeer veel verbeeterd door het bedyken van de Griet en Vriesekoopsche Polders, welke te vooren met hun Waters zeer sterk tegens de Heereweg en de Bilderdammerlaan aansloegen en daardoor zwaare onkosten veroorzaakten, welke verbetering, en droogmaaking is gedaan volgens Octrooy van de Staaten van Holland, van den Jaare 1741.
De Gronden zo verre die niet verveent zyn, zyn alle goede Veenaardens, en de drooggemaakte Polders beste Graan-geevende Kleygronden, zo dat men uit al dit gestelde de goede geleegenheid van beide deze Ambachten; zeer duidelyk kan opmaaken.
De NAAMSOORSPRONG
Van deze Ambachten valt niet zeer gemakkelyk te ontdekken, men vind het reeds genoemt in de dagen van Willem Bisschop van Utrecht, met de benaaming van Lietkemuren, en daarna en wel in den Jaare 1156, noemt men het Leythemathe, wat de zin deezer benaaming egter betreft, daarvan ontdekken wy niets; Leymuiden werd het genaamd, zo gemeent word, om dat daar mede werd aangeweezen, dat hetzelve hier voorheen een mond uit de Leidsche Meer in den Drecht had, en dan zo zou den naam Leidsche of Leydmond zyn, dat nog al aanneemelyk is.
Vriesekoop, zou den naam voeren na een gedeelte der Overrhynsche Volken, nabuuren der Saxen, Frieschebonen genaamt, welke hier zoude nedergekomen zyn, en haare Volkplanting hebben begonnen, hetwelk zeer wel warheid kan zyn, zo wel als van andere die zeggen dat het den naam na den eerste Bedykers welke Friesen waaren zou voeren, dan wy zeggen niets met zekerheid daarvan te weeten.
STICHTING EN GROOTTE
Wat het eerste betreft zo is hetzelve zo duister als het voorgaande Articul, dan de Ligging geeft ons grond om te gelooven, dat hetzelve zo oud als Esselykerwoude, Jacobswoude, Rhynzaterwoude, en andere hier omstreeks leggende Ambachten zyn moet, en dat de Overrhynsche Volken hier mede een Woud of Bosch zullen hebben aangelegt, het welk met er tyd meede zo wel als de andere hierom heen leggende Bosschen en Woude zal zyn weggeraakt, dat de Graaven al vroeg na haare aanstelling binnen deeze Landen, die Gronden zo wel als andere, (waarvan wy reeds gesproken hebben) aan de Heeren van Woude zullen hebben afgestaan, dat die dezelve zullen hebben doen bewoonen, en alhier vroeg een Kerk of Kapel doen bouwen; zo als ook blykt dan volgens een Brief van verdrag tusschen Willem Bisschop van Utrecht, en den Abt van Epternach, van den jaare 1063, deeze Kapel aan voorn: Abt. werd afgestaan, zo dat wy op deze Gronden als Stichters dezer Ambachten, alsmede de Oude Heere van Woude aanmerken.
De groote aangaande, zo steld mr. Simon van Leeuwen, voor beide 988 Morgen 521 Roeden, ons oude Manuscript heeft voor Leymuyden 580 Morgen 544 Roeden en bepaalt de Verponding op 1275 Ponden 3 Schellingen 6 Deniers, Vriesekoop op 393 Morgen 579 Roeden de Betaaling op 876 Ponden 3 Schellingen 14 Deniers, te zamen 974 Morgen 523 Roeden en een somma van 2151 Ponden 7 Schellingen 4 Deniers, dan van alle deeze Grootens vinden wy dat van dezelve volgens het Geapprobeerde Reglement van dato 10 February 1796, de volgende gedeeltens in Rhynland uitwateren, als de Heilige Geest Polder met 150 39 Roeden, Leymuyden 40 Morgen 265 Roeden, nog ¼ met 59 Morgen 18 3/4 Roeden, nog met 22 Morgen 329n Roeden, Vrieschekoop 3/4 met 4 Morgen 553 7/8 Roeden, nog ½ met 150 Morgen, 350 ½ Roeden, zo dat de beide Ambachten te zamen in Rhynland uitwateren met 428 Morgen 355 7/8 Roeden. Den tegenwoordigen Staat van Holland heeft voor Leymuiden 581 Morgen 447 Roeden, voor Vrieschekoop 393 Morgen 579 Roeden, zamen 975 Morgen 426 Roeden.
In Huizen en Gebouwen zyn dezelve, zedert 100 Jaaren veel afgenoomen, want in 1632 was het getal voor Leymuyden 206 en in 1732, maar 144 Huizen met een Koorenmoolen; het getal der Inwooners, in den Jaare 1795 en 1798, was 570 zynde daarmede beschreeven by het Departement van den Amstel, op de Hoofdplaats Weesp; Vriesekoop, bevatte in den Jaare 1632, 107 en in 1732 maar 59 Huizen, wordende het getal der Inwooners onder Calslagen begreepen, zo dat men hier uit ziet dat het getal der Huizen in 100 Jaaren voor Leymuyden en Vriesekoop te zamen 100 vermindert is, hetwelk alleen aan de verveeningen en de daarop gevolgde Droogmakeryen is toe te schryven.
Het Dorp is wel niet groot, maar zeer net betimmert, met aangenaame Lusthuizen en Buitenplaatzen omvangen, alle welke Huizen een aangenaame uitzigt hebben; Vriesekoop is meer Buurtsgewyze gebouwt, onder hetzelve legt een nette en aangenaame Streek de Bilderdamsche Buurt genaamt, alwaar twee Verlaaten of Sluizen gevonden worden, waarvan de eene door Rhynland, en den andere door Amstelland word onderhouden, door welke den eene den andere zyn Water keert, zynde over de wydte derzelve menigmaalen ongenoegen geweest, alzo de Vaart door Spaarendam daar door zeer veel verminderd is; de Bilderdamsche Buurt legt aan de Weg van het Ambacht van dien Naam en wel onder den Ambachte meerendeels in de Griet- en Vriesekoopsche Polders, welke op 650 morgen begroot word, en in de Heiligen Geest Polder welke dvoor het grootst gedeelte onder Leymuyden leggende, ingevolge Octroy van de Staaten van Holland van dato 16 April 1669 is droog gemaakt, alwaar zeer goede Boerenwooningen gevonden worden.
Het WAPEN
van deeze Ambachten is dat geen, het welk een van de Geslagten van de van der Doesen, die uit Rhynland gebooren waaren, en aldaar haar Stamhuis hadden, heeden nog voert, zynde een Zilver Schild waarop 9 Roode Ruyten 5 en 4 boven elkanderen zyn afgebeeld.
KERKELIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN
Leymuyden heeft al vroeg een eigen Kapel ter haarer Godsdienst-oeffening gehad; alzo reeds in den Jaare 1063, Willem Bisschop van Utrecht deeze met meer andere Kerken en Kapelle opgedraagen heeft aan den Abt van Epternach, waarop een dier volgende Abten van Epternach, Gerardus genaamt de zelve wederom aan den Graave Diederick de VI van Holland afstond; deze Kapel vervallen zynde werd dezelve in den Jaare 1555 geheel vernieuwt en vergroot door dien de Gemeente zeer sterk aangroeide, dan staande den opbouw deezer Kerk, zo kreeg den Pastoor en Kerkmeesters gebrek aan Penningen, waarom wy van Gregorgius van Egmond Bisschop van Utrecht verlof bekwaamen om eenige Morgen Lands aan gemelde Kerk behoorende te mogen verkopen, en daar voor den verdere opbouw te doen, de Kerk afgebouwd zynde, de Gemeenten nog Parochiaanen van Rhynzaterwoude, dan om hun daar in te hulpe te komen, zo gaf den genoemde Gregorius Bisschop van Utrecht aan den Pastoor en alle andere Priesters verlof om tot zeekere bepaalde tyd toe, in dit Gebouw hunne Kerkdiensten te verrigten, zynde deeze verlof Brief van de navolgende inhoud:
"Gregorius, wenscht aan den in Christus beminde Pastoor, of Onder Pastoor, en de verder Priesters, der Parochie-Kerke van Leymuyden, in 't Gebied van Rhynland onder ons Bisdom de Eeuwige Zaligheid in den Heere."
"Gemerkt, dat onze Wybisschop, zich niet gemakkelyk by deze Wintertyd naar Leymuyden kan begeeven, om de nieuwgebouwde Kerk aldaar in te wyden, en om andere reedenen ons behoorlyk daartoe beweegende, zo geeven wy Ul. door den inhoud deezes, en volgens een regelmatige toelaating, verlof, en magt, om in de gemelde Kerke niettegenstaande dat ze ten grootsten deeele, van nieuwe opgetimmerter en nog niet ingewyd is, tot den aanstaande Zondag Cantate (de vierde Zondag, na Paasche) toe dien Zondag zelf daar onder gereekent de Goddelyke dienste te verrichten, de Dooden van het Dorp te begraaven, de Kerkelyke Sacramenten te beregten, en de verdere Bedieninge, dewelke de Zielbestiering raaken, in 't werk te stellen, behoudens dat er gezorgd word, dat de gemelde Kerk voor het uitgaan van den gestelde tyd ingewyd zy geworden enz."
Dan aan welke Heiligen deeze Kerk daarna ingewyd is, vind men nergens gemeld, zo min als de naamen van eenige Priesters, welke alhier den dienst voor de Reformatie verrigt hebben.
Het Kerkgebouw dan het welk met de Reformatie aan de Gereformeerde gekoomen is, en door ouderdom (als zynde zo als wy voorens zagen reeds in den Jaare 1555 gebouwd) niettegenstaande de geduurige reparatien zo verre van vervallen was, dat de Gemeenten nu dezelve nu voor eenige Jaare geleeden geheel heeft moeten verlaaten, en als toen in een particuliere Schuur hunne Godsdienst-verrichtingen, moesten doen; zo heeft den Predicant, Kerkenraaden, Kerkmeesters, en de verdere Leeden der Gemeenten te zamen goed gedagt, om middelen der herstel van het Kerkgebouw daar te stellen, welke middelen bestonden in het doen van een Collecte, waartoe men van het Vertegenwoordigend Lighaam des Bataafsche Volks, de noodige premissie bekoomen had, na het ontvangen van welke premissie den Predicant, zich zeer gaarne de moeite wilden getroosten, ten einde de Kerk herbouwd te zien, om met een der Leeden van de Kerkenraad, of Gemeente, naar goedvinden in den Jaare 1799, zelfs in Persoon de Collecten in alle de Rhyn en Delflandsche Dorpe te doen, getuigende den Predicant (zynde dit zyn eigen woorden) dat alle de Municipaliteiten zonder onderscheid zeer vriendelyk de Collecte hadden geaccordeert, en ten hunne dienste de nodige Adsistentie van een Boode hebben verleend; en dat zelfs ter plaatzen, waar het getal der Inwooners verre de meeste van de Roomsche Godsdienst waaren, doorgaande de Giften aanzienelyker dan by de Gereformeerde zyn geweest, waarvan de bewyzen, in Wassenaar zo wel als te Ryswyk zeer duidelyk gebleeken zyn, want by de laatste daar de meerderheid Roomsch gezind is, en reeds deeze de zeevende zo ordinaire als extra-ordinaire Collecte was, en er buiten dien nog tweemaal moest gecollecteerd worden, wierd egter nog te zaamen een zomma van omtrend 70 Guldens ontvangen: -- wy roemen de sobre wyze van Leeven, welke deezen waarde Predicant met zyn Meedelid der Kerkenraad gehouden hebben, by het doen van deeze Collecte, ten einde niets te verteeren, waardoor er eenige vermindering aan het oogmerk zou worden toegebragt, hoewel wy daarentegen verscheide andere Collectanten voor andere Plaatzen of Zaaken kunnen noemen, welke van het door hun ontvangen geld zeer Rykelyk leefden, en overal waar zy zich bevonden goede cier maakten. Door deze Collecte dan een schoone zomma van Penningen bekoomen hebbende, zo werd er daadelyk in den voorleeden Jaare nog de hand aan den herbouw, of liever aan een zwaare Reparatie des Kerks gelegt, werdende daar meede, hoe wel reeds ten Godsdienst gebruiken gereed zynde egter nog met alle naarstigheid voortgegaan om dezelve in een goede order volkomen te herstellen, en binnen en buiten van al het noodige te voorzien, en ten Godsdienst gebruiken geheel en al in de juiste order te schikken; een verdere Beschryving kunnen wy dus uit dien Hoofde omtrent dit Gebouw niet mededeelen; den fraaijen Tooren, die staande gebleeven is, gaat van ondere tot aan de hoogte van het Kerkdak vierkant op, alwaar dezelve tot een goede hoogte agtkant opreist, en met de noodige Luigaaten aan ieder der agt zyden is voorzien, waarboven weder een dito agtkant geboogen Spits opryst, hebbende alzo een Schoon aanzien, en pronkende buiten met Uur- en Windwyzers, en binnen met Uurwerk en Klok. De woning van den Predicant, als meede het Schoolhuis zyn in goede orde, en worden na den toestand der Gemeente wel onderhouden, met Thuinen enz. voorzien.
De Roomsche Gemeente welke hier geen eigen Kerkgebouw hebben, behooren Kerkelyk zo voor Leymuyden , Vriesekoop, als Calslagen onder Rhynsaterwoude, alwaar deeze reeds voor den Jaare 1555 als Parrochiaanen bekend waaren.
Van WAERELDLIJKE GEBOUWEN
Valt hier niet optegeeven, wyl er van dezelve geen gevonden worden, het Rechthuis is een Particuliere Herberg.
KERKELIJKE REGEERING
Deeze bestaat uit een Predicant, behoorende onder de Eerwaarde Classis van Woerden en Over-Rhynland, hebbende den tyd van ruim 29 Jaare alhier dien Dienst waargenoomen den Braave en Naarstigen Wiardus Wiardi, uit Vriesland geboortig zynde zyn Eerwaarde alhier Beroepn in den Jaare 1771, en niettegenstaande verscheide andere Beroepingen alhier tot heeden gebleeven, buiten deeze Predicant, behoorende tot de Kerkenraad, drie Ouderlingen, drie Diaconen, welke laatste hier alleen den naam van Arm meesters voeren, zynde eene Ouderling en Diacon uit Vriesekoop, en de andere altoos uit Leymuyden beroepen. Het onderhoud des Kerks en deszelfs aanhooren staat aan drie Kerkmeesters, als een van Leymuyden, een van Friesekoop en een uit de Heerlykheid van Alkemade.
De WAERELDLIJKE REGEERING
Behoord by het zamenstellen dezer beschryving nog Crimineel onder den Bailluw en Welgebooren Mannen van Rhynland, behoorende met het Water- of Heemrecht zo verre het Ambacht in Rhynland uitwatert onder denzelve Heemraadschappe, en alzo daarby beschreeven by het 1ste quartier op de Hoofdplaats Leyderdorp.
De Ambachts-Heerlykheid, een bezitting geweest zynde van den Huize van Wassenaar van Warmond, waar van wy weeten dat dezelve van de oude Heeren van Woude, een eigendom was, alzo die Goederen veelal aan Wassenaar, Warmond zyn overgegaan: kwam by Ervenissen aan Franciscus, Paulus, Emelius, Grave van Oultremont van Walfulo en Maria Isabella van Beyeren van Schaagen, Gravinne van Walfulo enz. wordende Leymuyden met Friesekoop in den jaare 1727 te zamen verkogt, aan Burgemeesteren der Stad Amsteldam, voor een zomma van 43000 Guldens, welke daar meede verleid wierden op den 28 Maart 1728 en verheft ten naame van den Heer mr. Lieve Geelvink, Heer van Castricum, Burgemeester en Raad der Stad Amsteldam, en zulks als Sterfheer, gelyk die Stad daarna van tyd tot tyd altoos Sterfheeren benoemd heeft.
Omtrent de Burgerlyke Regeering zo had hier voorheen Leymuyden, en Vriesekoop ieder haare eigen Ambachtsbewaarders, gelyk mede een Schout civiel, die gemeenlyk een en dezelve Persoon was. Zo waren er ook drie Scheepenen van Leymuyden en twee van Vriesekoop, dan in de uitoeffening van zaaken van gewicht, vergaderde van welk der beide Ambachten iets verhandelt of berecht moest worden.
Thans is de Regeering mede zamengesteld uit een Municipaliteit van Leymuyden en Vriesekoop van 5 Leden, verder Schout, Ambachts-Bewaarders, Scheepenen en de ondergeschikte Collegien, Secretaris, Bode, enz.
De VOORRECHTEN OF VERPLICHTINGEN
Waaren voorheen voor den Heer veele en aanzienlyk, dan van welke zommige afgschaft zyn, zynde geene andere overig gebleeven, dan die, welke als Ambachts gevolgen kunnen genoemt worden. Niemand mag op het Dorp of Kerkhof met Klooten schieten of de Bal slaan, op de Boeten van 42 Stuivers volgens Keuren van welgeboore Mannen van Rhynland.
Zo hebben mede Bailluw en welgebooren Mannen van Rhynland, in dato 8 April 1651 een Keure beraamt, tegen het Vissen in de Wateren en Plassen, waaronder de Weegen meenig maalen door het overhaalen van Schouten en Schouwen zo niet geheel ten minsten gedeeltelyk bedorven wierden.
Voorts kunnen wy hier zeer gevoeglyk laaten volgen, iets omtrent een zeer
VERMAARD MAN
Welke voor verscheide jaare hier gewoont, en geleeft heeft, genaamt Christaan Vincent; deze Persoon van een armoedige afkomst zynde, werd door zyn Ouders op de Schoolen van Leymuyden, Rhynzaterwoude en Leyderdorp, waar zy van tyd tot tyd woonde, School gedaan, maar niet in staat zynde om de gift van Turf aan de Schoolmeesters volgens gewoonte te bezorgen, moet hy niet alleen allerley smaad, maar mede veel koude lyden; dan naderhand een Rykman wordende, en die smaad en koude die hy geleeden had bedenkende, maakte hy uit zyne Goederen zo veel als voor ieder der genoemde Schoolen aan Turf nodig was, ten einde de noodlydende Schooljeugd, van zyne weleer uitgestaane ongemakken en onaangenaamheid te bevryden.
De BEZIGHEEDEN
Zyn hier de benoodigde Handwerken, gelyk mede de Veenderye en den Landbouw.
Tot de GESCHIEDENISSEN
Weeten wy niet veel te noemen, dan alleen zo als wy voorheen reeds aanmerkten dat meenigmalen over de Sluysen aan den Bilderdammer-Buurt, zeer veel ongenoegen en questie is geweest: het Ambacht is voorts door de Droogmaakinge, zo van de Vriesekoopsche als Heilige Geest Polders, zeer veel verbeterd, warom het Ambacht van Leymuyden en Vriesekoop, dan ook in den Jaare 1727, voor zo een aanzienlyke somma van 43000 Gulden is verkogt geworden. Verder geen berichten, nog van het een nog van het ander bekomen hebbende, zo gaan wy over met nog iets te zeggen.
Betreffende de BIJZONDERHEEDEN
Waaronder wy hoofdzaakelyk rekenen, de aangenaame en schoone Ligging zo van Leymuyden als van Vriesekoop zelve, aangenaam zeker is de geleegenheid door de geduurige Passagie van Rytuigen van en na Amsteldam, waardoor meenigmaale den Bewooner in geleegenheid geraakt, om zyne Reizen bekwaam en spoedig voort te zetten, gelyk men dit mede alzo daaglyks te water kan doen.
Voorts mag men de schoone Kerks-Tooren, de capitaale Gebouwen, en aangenaame Huizen, alle zeer wel voor Dorps byzonderheden aanzien.
REISGELEGENHEEDEN
Zyn hier veele welke zo als blykt uit het voorgaande Artikel, alhier zeer goed en gemakkelyk zyn, gelyk men mede van hier op de gewoone Marktdagen, zo op Amsteldam, Leyden, Haarlem enz. met een Dorpschuit kan vertrekken, die op dezelve dagen altoos weder terug komt.
HERBERGEN EN LOGEMENTEN
Daar onder is de voornaamste het Rechthuis op Leymuyden.