Lieve van Ollefen werd geboren in Amsterdam op 13 oktober 1749. Van Ollefen was een bekend broodschrijver die veel geschreven heeft in opdracht van uitgevers en boekverkopers. Hierdoor heeft hij een zeer uiteenlopende productie gehad. Zo schreef hij als poëzie bijvoorbeeld het in 1784 verschenen De wereld is geen tranendal in vier zangen. Daarin werd betoogd dat een vroom christen op aarde veel genieten mag. De Synode van Amsterdam veroordeelde het stuk als "hoogst schandelijk". Hij schreef werken met een pedagogische bedoeling en vervaardigde stukken voor het toneel, soms met een politieke strekking, zoals Het revolutionaire huishouden, in mei 1798 toen hij gevangen zat. Het handelde over de emancipatie der vrouw. Zijn bekendste werk is het met R. Bakker uitgegeven De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver. Hoe de werkverdeling tussen Bakker en Van Ollefen is geweest, is niet duidelijk.
Van Van Ollefen wordt gezegd dat hij een veelzijdig man was, maar iemand "bij wie de diepte gewoonlijk in de breedte verloren ging". Hij overleed in het werkhuis in zijn geboorteplaats op 16 juni 1816.
De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver verscheen tussen 1791 en 1811. Het werd uitgegeven door H.A. Banse in de Stilsteeg in Amsterdam. Het werk bestaat uit verschillende delen. Deel VIII beschrijft de dorpen in Rijnland. Het titelblad van dit deel vermeldt als auteur alleen Rs. Bakker. Een heruitgave van het werk verscheen in 1976 bij de Europese Bibliotheek in Zaltbommel.
De bekende ovale gravures voor De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver werden gemaakt door Anna Catharina Brouwer. Van haar is weinig bekend. Waarschijnlijk was zij een dochter van Cornelis Brouwer, die in Amsterdam plaatsnijder was. Hij graveerde boekillustraties, portretten en historieprenten. Anna Brouwer maakte de gravures in de periode 1793-1801. De gedichtjes onder de gravures zijn waarschijnlijk van de hand van Van Ollefen.
Bron: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek II (Leiden 1912) 257, 259; en VIII (Leiden 1930) 1236.
Anna Brouwer heeft met haar graveerpen de achttiende-eeuwse werkelijkheid nauwkeurig weergegeven. Datzelfde geldt waarschijnlijk voor de door Van Ollefen gemaakte beschrijvingen van de situatie van dat moment in de dorpen. Dit kan niet altijd gezegd worden van de historische gegevens die in de beschrijvingen zijn opgenomen. Voor een meer correcte historisch beschrijving is het daarom nodig ook andere bronnen te raadplegen.
In onderstaande transcriptie is de oorspronkelijke stijl ongewijzigd. Opmerkingen over het geschrevene zijn tussen haakjes met een n.b. opgenomen.
DE HEERLJKHEID VAN LANGERAAR EN KORTERAAR
De Heerlykheid en het Dorp waarvan wy by dezen de Beschryving zullen doen, vind men onder de Bailluwschappe van Voshol, het welk in zeg zelven de drie Dorpen bevat, als Zwammerdam, Reeswyk en Langeraar en Korteraar, de twee eerste dezer Dorpen die vlak aan elkander grenzen zyn egter van het laatste geheel afgezondert. Wy zullen dus het Bailluwschap hierna beschryven; en de Beschryving van dit Dorp, als daartoe gereed zynde doen voorafgaan, wyl hetzelve dog om zyne
LIGGING
Die op zig zelven is, hier volgen moet. Het legd dan in den Heemraadschappe van Rhynland, onder het Rechtsgebied van Voshol met deszelfs Kerk 5107 Roeden van Leyden, 1934 Roeden van Goudschesluis, 1500 Roeden van Woubrugge, 1436 Roeden van Aarlanderveen en 2907 Roeden van Nieuwkoop geleegen. Het water de Aar het welk door dit Ambacht zyne loop neemd: verdeelt hetzelve in twee deelen, zo als straks by het geen wy omtrent den Naams-Oorsprong zegen zullen, nader blyken zal. Deeze doorloop van de Aar brengt tot de goede gelegenheid des Dorps en het gemak der Inwoonderen zeer veel nut by, te meer nog daar dit Ambacht een zeker recht of eigendom aan dit Water heeft.
Waarby nog komt, dat behalven deeze Vlier de Aar, men nog twee Vaarten in deeze Ambachten aantrft, de eene de Abtswatering, en de andere de Leydsche Vaart genaamt, welke laatste in de Brasemer Meer valt en waar door de Turf welke hier geveend werd na Amsteldam en elders kan vervoert worden, het geen niet alleen gemak maar ook voordeel aanbrengt, gelyk ook de Wegen en Paden die hier gevonden, en in een goede order onderhouden worden, het Ambacht veel luister byzetten.
Het zelve legd verder omvangen als volgt: als aan de Noordzyde legd voor een klein gedeelten Vriesche Coop tot aan de Bilderdamsche Weg, en vervolgens Calslagen, werdende van beide deze Ambachten gescheiden, door de Vriesche Weg, en de West Endensche Polder van Calslagen tot aan Nieuwveen, en ten Oosten aan het Ambacht van Schoot en Nieuwcoop, werdende van Schoot gescheiden door het Schooter-water en de Scheisloot, en van Nieuwcoop door het Houtkopers-Pad; ten Zuiden legd Aarlanderveen, en Oudshoorn wordende aan dien kant gescheiden door den Aardyk, en de Bentlaan, ten Westen legd Jacobs Woude en Rhynzater Woude, alwaar den Langeraarsche Dyk de scheids linie uitmaakt. Alle de gronden zyn wy meestal schoone Veen-aardens; de drooggemaakte Polders zyn Kleigronden, welke alle zeer vruchtbaar zyn in het voortbrengen van allerlei soorten van Graanen enz.
NAAMSOORSPRONG
Hieromtrent zeggen wy het volgende: de oude Watervliet de Aar, zynde een sprank of tak uit den Rhyn, neemt zyn aanvang by Alphen en Oudshoorn, gaat van daar door Aarlanderveen, en zo door dit Ambacht tot aan den Amstel, na dit Water wierd dit Ambacht van ouds, Ter Aar, en ook wel Der Aar genaamd, als aanduidendeaan de Aar geleegen; de Aar scheid voords zo dat wy voorens zagen, het Ambacht is twee deelen, waar van het Westelyke gedeelte Langeraar, en het Ooster gedeelte Korteraar werd genaamd, om reden dat de Westzyde met meerder lengte langs de Aar legt dan het Ooster gedeelte, alwaar het Ambacht van Schoot, een gedeelte der lengte bevat; en dit moet als de Naams reeds van Langeraar en Korteraar: het welk door de benaamingen meenigmaalen verkeerdelyk voor twee byzondere Ambachten genoomen werd, aangemerkt worden. De waare naam is dan Ter Aar, of Der Aar, als zynde aan de Aar geleegen, en daar het Dorp en het Ambacht dus bekent is by den Naam van Langer- en Korteraar, zo vinden wy goed dezelven aldus te houden, en sluiten dit Artikel met te zeggen dat dit Dorp en Ambacht, den naam van de oude Watervliet de Aar ontleent heeft.
STICHTING EN GROOTTE
Den tyd in welke dit Ambacht aangeleegen is, valt zeer moeilyk te bepaalten; dan uit aanmerking van deszelfs gelegenheid, en de geaartheid der Gronden zo durven wy het zelve geen minder ouderdom dan Esselyker- en Jacobswoude, Rhynzaterwoude en andere hier aangeleegen Gronden, en welke alle Veene zyn, toeschryven; voords meenen wy dat de Over-Rhynsche Volken in de eerste Eeuwen, deze Grond met Bosschen, even als de Esselyker- en Jacobswoude enz. zullen hebben beplant.
Deeze Bosschen, met de van ouds bekende Boomstorting weggeraakt zynde, hebben den aangroei der Veenen gemaakt, zo als wy by Esselyker- en Jacobswoude, breeder zullen aantoonen; dan evenwel zo durven wy niet stellen dat het Ambacht zo vroeg als deze laatstgemelde zal zyn bewoond geweest, neen, wy gelooven veeleer dat de eerste bewooning zal zyn begonnen ten tyde van de making of graving der Watervliet de Aar, waarvan wy den juiste tyd niet hebben kunnen ontdekken. Dezelve schynt echter ouder te zyn dan de Heymanswetering, die in den Jaare 1063 gegraven is geworden. Door welk gestelden wy dan den tyd der Stichting met de bewooning van het graven van de Aar gelyk stellen, te meer, alzo met de daaruit gegraven spetie de verhoogingen ter bebouwing der Landen alhier gemaakt is, en alzoo houden wy met recht de onderneemers van dit Werk voor Stichters van dit Ambacht.
Wat de grootte aangaat, daaromtrent teekent mr. S. van Leeuwen, dezelve aan op 2100 Morgen, ons Oude Manuscript heeft 2027 Morgen 350 Roeden, waar voor aan Verponding wierd betaald, een zomma van 3450 Ponden 6 Schellingen en 3 Deniers; den tegenwoordigen Staat van Holland heeft 2027 Morgen 550 Roeden Lands, waar van afgeschreeven zyn van de Quohieren der Verponding van den Jaare 1701 tot 1722, een getal van 153 Morgen 267½ Roeden, zzo dat de grootte dan nog blyft, 187 Morgen 282½ Roeden; het geapprobeerde Reglement voor Rhynland heeft maar 1132 Roeden, namelyk die in Rhynland uitwatering hebben.
Onder deeze opgegeevene groottens, vinden wy dat van de Wassenaarsche Polder, die in den Jaare 1666 is droog gemaakt; onder Langeraar 128 Morgen 225 Roeden leggen, gelyk meede in den zogenaamde vier Polders, welke in den Jaare 1736 wierden droog gemaakt, Langeraar omtrent 500 Morgen heeft: dan daat onder, moet men mede de veele en groote uitgeveende Plassen in aanmerking neemen.
Het Ambagt verdeelt zig dan zo wy voorens zeiden, in twee deelen of Buurten, waarvan het eerste Langeraar genaamt is en de Kerkbuurt bevat, alwaar de voornaamste Huizen en gebouwen gevonden worden, en waarvan alle geene welke in de Droogmakerye staan, door eene Binnendyk omvangen zyn, ten einde het uitschieten der Fondamenten met het wegloopen des Waters voortgekoomen.
Aan de Zuidzyde van deze Buurt staat een fraaye Rye Huizen. De gemeenschap van Langeraar en Korteraar, werd met Ophaalbruggen over de Aar gehouden, zynde Korteraar de tweede Buurt van deeze Ambagten en minder bebouwt dan de eerste, dog alles na de omstandigheiden der Bewooners in goeden ordre.Alle de Huizen op Langeraar hebben meestal schoone Land- en Veldzigten. In den Jaare 1732, was het getal der Huizen even groot namelyk 334 met Koornmoolen, welke laatste maar weinige Jaare geleeden geheel vernieuwt geworden is, en een schoon bestaan opleevert; dan de Huizen zyn zedert door al de verveeningen niet vermeerdert, wyl wy het getal der Inwooners in den 1795 en 1798 niet grooter aangeteekend vindne dan voor Laneraar op 921 en voor Korteraar op 429 zamen 1350 Zielen, welke alzo beschreeven zyn by het Departement Texel, 5 Ring, op de Hoofplaats Haarlem.
Het WAPEN
Van dit Ambagt is ryk gestoffeert, bestaande in vier quartieren, waarvan het 1ste en 4de goude Schilden zyn, doorsneeden, met zwarte Balk waarop een St. Andries Kruis van Schaak rood en wit, afgebeeld is; het 2de en 3de quartier ieder werd gequarteleerd, als het 1ste en 4de blauwe en zilvere Beyersche Spillen, 2de en 3de gouden Schilden op ieder 4 staande Leeuwen, 2 zwart en 2 rood, welke 2de en 3de quartieren het Wapen van Beyeren voorsteld.
De KERKEN EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN
Zyn hier van ouds af zeer vermaard; de oudste derzelven is lang te niet geraakt, en was toegewyd aan de H. Maagt Maria en den Martelaar Adrianus, van wat Bouworder dezelve was kunnen wy niet bepaalen, wy vinden voor de Reformatie geene andere dan alleenlyk de laatste Priesters genoemd, zynde den Heer Hendrik en Gerrit Resel. Volgens een Briefvan dato 19 July 1619 blykt, dat aan den Heer Dirk de Wit, door verscheiden Persoonen getuigt is geworden, dat dit Dorp, zo voor als na de oprichting der Nieuwe Bisdommen, welke laatste na de Reformatie plaatshad, zo verre het Geestelyke gezag aanging, altoos onder het Bisdom van Utrecht had behoord, dat de Pastoors der Roomsche Kerk voor de veranderingen der openbaare Godsdiesten verplicht waren, altoos op Zondag, Cantate te Utrecht op de openbaare Vergaderingen der Pastooren te verschynen, als onder dat Bidom behoorende, en dat zy Woensdags daaraanvolgende na Leyden, gingen om den. H. Oly by den Land - deeken te ontvangen. En dit is alles het geen wy wegens de eerste Kerk hebben kunnen ontdekken.
Het tegenwoordig Kerkbouw, is een aller schoonste Kruiskerk in de Toscaansche Bouworder gebouwd, Dezelve bevat een groote ruimte; den aanleg daar van geschiede ten tyden der vermaarde Beeldstorming in 1566, werdende in den Jaare 1568 verbouwd. Behalve eenige andere cieraaden van Letter Borden enz. vind men in dezelve een schoone Predikstoel, Doophek, Gestoeltens en Zitplaatsen; de grond derzelve is net bevloert, en in de Kerk is een Choor, waarin den Gerechten tot dankbaarheid, wegens een vereffend verschil tusschen haar en den Heer des Dorps, een fraay Glas vereert heeft, zynde verdert met het Wapen van den Heer enz.
Aan den Tooren die volgens een in de Muur geplaatste steen van een ouder Bouwing is, dan de Kerk werd in den Jaare 1517, den eerste steen gelegt, dezelve is van een matige hoogte met zeskante spits opgehaalt, en buiten met Wind en Uurwyzers en binnen met een Klok voorzien. Veele Jaare agter den anderen wierd egter in dezelve geen Uurwerk gevonden. Midden op het Kerkdat staat een fraay Spits Toorentje, waarin meede een Klokje hangt.
Het Kerkhof is in een goede ordre, gelyk meede de Woning van den Predicant welke in den Jaare 1724 geheel nieuw opgetimmert is. Naby de Kerk staat het Schoolhuis.
Vroeg na de Reformatie had de Roomsche Gemeente alhier reeds een Gebouw ten hunner Godsdient oeffening geschikt.
Wy vinden aangeteekend dat den Eerwaarde Abraham van Brienen, deeze Gemeente het eerst by elkander verzameld hebbende, opgevolgt is geworden door Franciscus Eelkens van Amsteldam; Abraham Stouthaniel van Korteraar, Capelaan overleeden te Langeraar 27 July 1654, Cornelis Schaik van Utrecht, Cornelis Wykersloot van Utrecht alhier overleeden 17 December 1650, Antony Sonsbeek van Utrecht en aldaar overleeden den 11 January 1660, Hendrik van der Graft, van Leyden overleeden in Warmond 17 Juny 1694, Cornelis Stakenburg, van de Waal onder Utrecht; Gysbert de Reeder van Utrecht, overleeden den 3 February 1698, Nicolaas de Reeder van Utrecht, Rudolphus van der Beest van Utrecht, Johan Ermer uit Braband en Justus Vermey van Gouda, zynde dit de geheele Lyst van Pastooren en onder Pastoore, welke alhier den Dient zedert de herstelling der Roomsche gemeente af tot omtrent den Jaare 1716 verzicht hebben. Of nu dadelyk op Langeraar en Korteraar ieder een Kerk gebouwt is, vinden wy niet gemeld, maar wel dat den eene Kerk 1719 en de andere in 1722 herbouwt is, waaruit dus blykt dat beide die Kerken voor die tyd aanweezig zyn geweest, welke wy nu nader zullen schetzen.
Te Langeraar dan vind men de eerste en grootste der beide Kerken van dit Ambacht, staande in de Wassenaarsche Polder; dezelve werd in den Jaare 1719 geheel vernieuwt, en bevat een schoone binnen ruimte, is tevens net geaproriëerd, en met een fraaye Gebeeldhouwde Communiebank en een zindelyk Autaar, met de noodige Autaar Gereedschappen, Doopvonte en Predikstoel, benevens een allerschoonst Orgel, in den Jaare 1733 geheel nieuw vervaardigt, voorzien. Verder vind men in dezelve al het geen zo van Beelden als ander Cieraad-werk, in een Roomsche Kerk behoorende is.
Met het herbouwen der Kerk in den Jaare 1719 werd te gelyk de wooning van den Pastoor vernieuwd, zynde dezelve niet minder net en in goede orde als de Kerk, waaraan dezelve annex gebouwd is, en wyders met een schoone Thuin voorzien.
Te Korteraar vinde men de tweede Kerk van deeze Gemeente welke in den Jaare 1722 mede geheel vernieuwd en verbeeterd is; dezelve behoeft in schoonheid voor die van Langeraar niet te wyken; in dezelve is meede alles wat tot Cieraad en Godsdienst-Oeffening nodig is als Communniebank, Altaar en Altaar-Gereedschappen, Predikstoel, Doopvonte, Banken, Stoelen enz. Den Eerwaarde Heer Justus Vermey, die wy voorens zagen, dat den Dienst alhier, in den Jaare 1716 of daaromtrent verrigte, heeft aan deeze Kerk een Orgel verëert, het welk ten dienst Gods, op het Paasch feest van den Jaare 1745 werd ingeweid. Beide deeze Kerken, onder dit Ambagt staande, maken te zamen eene Gemeenten uit, die door éénen Pastoor bediend word en vooral des Zomers zeer talryk is. Wanneer alhier veele Vreemdelingen haar bestaan zo in de Veenderyen, als anderzints koomen winnen. Veeltyds werden deeze beide Kerken, als twee bizondere Gemeenten aangezien, het geene verkeerd is, blykens onze bovenstaande opgaave.
Wy zouden dit Articul aldus kunnen sluiten; maar den Eerw. Heer van Ryn, doet op de Beschryving van deeze beide Kerken volgen, die van een Kapel, bekent onder den naam van Ara Reynesteyn; zyn Eerwaarde zegt dat het Latynsche woord Ara zo veel beteekend als Altare, en dat deeze Kapel voor een klein getal Menschen was gebouwd, maar dat hy niet weet of dezelve in dit Ambagt of elders had gestaan, en daar wy gezegde alhier in navolging, ten einde dit gestelde niet over te slaan, en daar wy dit zo min als zyn Eerwaarde hebben kunnen ontdekken, zo plaatszen wy dit gezegde alhier in navolging, ten einde dit gestelde niet over te slaan. Wy vinden grond om betreffende deze voornaame Aar te gissen dat door overzetting van Letter door een of ander Overschrver Ara, voor Aar gesteld is, en misschien hier een goed of plaats zal geleegen hebben Rynesteyn genaamt: en alsdan zoude men dit aldus kunnen verstaan "aan de Aar op Rynesteyn heeft meede nog een Kapel gestaan, dan wy kunnen niets omtrent de Stichting als anderzints daarvan mededeelen."
WAERELDLIJKE GEBOUWEN
Kunnen wy er geene noemen, dan alleen het Rechthuis, waarvan men hoewel maar een Herberg zynde, zeggen kan dat zelve, een schoon, aangenaam en ruim Gebouw is.
De KERKELIJKE REGEERING
Bestaat voor de Gereformeerde, behalve uit den Predicant uit 2 Ouderlingen en 2 Diaconen, van welke ieder Jaarlyksch een Lid verwisselt, den Predicant behoort onder de Eerw. Classis van Woerden en Over Rhynland, zynde zedert den Jaare 1784 den Eerw. Henricus Huyzer.
De Kerk en al het geen aan dezelve behoort, werd door Kerkmeesters onderhouden.
Langer- en Korteraar worden ten opzigten van de Roomsche Gemeenten voor beide Kerken bestuurt door den Pastoor welke om de verrigting van zyn zwaare Dienst een Onder-Pastoor ter zyner adsistentie heeft, zynde thans, en wel zedert den Jaare 1792 Priester en Pastoor den Eerw. Nicolaas Johannes Halmans, welke de Kerkelyke Bestuuring doet door 4 Kerkmeesters, en ten opzigte der Armen met 4 Arm Meesters geadsisteert.
WAERELDLIJKE REGEERING
Tot nu toe behoort Langer- en Korteraar wat haar Civiele recht aanbelangt; onder het Bailluwschap van Voshol, wordende van deze plaats meede welgeboore Mannen verkooren. (zie verder onze voorenstaande Beschryving van Voshol)
Met het water of Heemrecht behoort hetzelve onder het Hoogheemraadschap van Rhynland en is alzo daarby beschreeven by het 1ste Quartier Hoofplaats Leyderdorp.
De Ambachts-Heerlykheid, heeft zo wel als de Hooge Heerlykheid te vooren een eigendom geweest van den Geslagte van Brederode, en dat wel veele Jaare agter den andere, want reeds in den Jaare 1316 werd de Huisvrouw van den Heer Diderich van Brederode met het inkoomen der Heerlykheid verleid; in den Jaare 1710 werd dezelve uit die Famielje verkogt, wordende alstoen een Eigendom van den Hoog Edele Heer Cornelis Aarsen, Vryheer van Hoogerheyden, aan wiens afstammelingen of Erfgenaamen het heeden ten dage nog behoort.
Wat de Civiele Regeering aangaat, dezelve bestond voorheen uit een Schout 7 Scheepenen en een Secretaris enz. Zedert den Jaare 1795 is dezelve zamengeseld uit een Municpaliteit en een Collegie van Scheepenen, welke beide Collegien een Secretaris is toegevoegd. Verder zyn hier de noodige Commissien voor Brand, Armen en Weezen, dewelke haare byzondere Bediendens hebben.
De VOORRECHTEN OF VERPLICHTINGEN
Zyn hier voor den Heer zeer groot, en voor de Bewooners niet aangenaam geweest; den Heer had te vooren de aanstelling van Schout, Gerechten en andere Regeerings Persoonen, alsmeede van een Rentmeester, voor welke volgens Keure van den Heer Johan Wolfart van Brederode is dato 20 July 1636, alle Rekeningen van Ambacht en Dorp als mede alle overeenkomsten, moesten gedaan worden.
Zo meenigmaal er een nieuwe Heer aangesteld word moet uit het Dorp en Ambagt aan denzelve een zekere hulde-geld betaalt worden.
Den Heer bezat ook de Collatie van Predicant, Schoolmeester, Koster, Voorzanger, enz.; het Regt van Naasting, als ook van Zwaanedrift in de Aar, waaromtrent den Schout Pluimgraaf was. Voorts van de Tiende, Visscherye en het Roetaale Geld, der geveende Landen, wijders ook de aanstelling van Schippers op verscheide Plaatzen, en alle verdere ampten; Bedieningen andere Zaken meer, van welke veele aan den Heer door de Burgers zelfs gegeeven waren zo uit het Art. Geschiedenissen nader blyken zal, en welke zo verre dezelve door geen Decreeten van den Landen zyn afgeschaft, heeden nog in hunne vollen zin gemaintineerd worden.
Den Heer stelden voorens ook een Rentmeester en Administrateur aan over de Roomsche Kerkgoederen, waarvan de Reekening alsmede ten overstaan van den Schout moest worden gedaan, alzo zulks geschiede volgens vonnis van den Hove van Holland van dato 30 April 1717, dan dit voorrecht is door de gedecredeerde Scheiding van Kerk en Staat vervallen.
Voorts kunnen wy nog aantekenen dat op den 3. February 1669 aan den Heer vergunt wierd, en dit Ambacht als een afzonderlyke Heerlykheid te mogen verkoopen, laatende voor 't overige de Plaats niet toe hieromtrent meer optegeeven.
De BEZIGHEEDEN
Alhier zyn veele en voordeelig, zo door de Veenderye, het vervoeren der Turf, den Bouw-, Wey- en Graanen teelt, Visscherye, als door de Winkels, Handwerken enz.
De GESCHIEDENISSEN
Daaromtrent moeten wy dit aanteekenen, dat toen voor eenige Jaarem. de zogenaamde voer Polders doorbraaken dit Ambagt rykelyk in de schade daardoor veroorzaakt heeft moeten deelen.
Toen in den Jaare 1710 den Heer Cornelis van Aarsen Vryheer van Hogerheyden, het Ambacht met de Hooge Heerlykheid kogt, zo vond men dat hy dit Dorp en Ambacht met aanmerkelyke Schulden bezwaart vond, want door dien de agterstallen van de Gaaringen niet waren ingevordert, en zedert den Jaare 1676 geen Reekeningen waaren gedaan, en den Heer hierop volgens zyn recht aanspraak maakte, als willende gaarne de zaaken weder in ordre brengen, zo ontmoeten hy daarin zeer veel tegenkantingen, en wel om reeden er veele onvermogend waaren om die agterstallen en het geen te kort kwam te kunnen voldoen, waarom dan ook de welgegoedste Burgers aan den Heer, veele voorrechten (voorens genoemt) ter schadevergoeding gaaven, en aldus de zaaken ten opzichten van het voorleedene, ende overeenkomste voor het toekomede vereffent en gemaakt, wierden om welke reden den Gerechte als toen een Glas deed schilderen, met het Wapen van den Heer en eenig ander bywerk, en hetzelve in 't Choor der Kerk deeden Plaatzen.
Als BIJZONDERHEEDEN
Geeven wy het geheele schoone Ambagt, en voor al de drie fraaye Kerken op.
REISGELEGENDHEEDEN
Zyn hier veele zo met particulier Vaartuigen op Amsteldam, als andere plaatze van Noordholland, en voorts met de Dorpschuiten op Amsteldam, Gouda, Rotterdam, Leyden en den Haag, hetwelk op de daartoe bepaalde Marktdagen plaats heeft.
HERBERGEN EN LOGEMENTEN
Daar onder is meest vermaard, en mag wel bezogt worden het Regthuis op Langeraar. behalven eenige mindere, daar mede tamelyk goed Logies te vinden is.