In 1382 vervielen de leenrechten weer aan de graven van Holland, maar in 1399 verkocht Willem, graaf van Oosterbant, het leenrecht aan Jan de Bastaard van Blois. Na overlijden van Jan de Bastaard verviel het recht aan zijn zoon Jan van Treslong die kanunnik van Oudmunster was. Als kanunnik van Oudmunster gaf Jan van Treslong het land van Stein in 1438 in erfpacht aan de stad Gouda. Gedurende deze hele periode bleef het eigendomsrecht aan het kapittel van Oudmunster te Utrecht. In 1529 lijfde keizer Karel V het Sticht Utrecht in. Hiermee kwam er een eind aan het gezag van het kapittel van Oudmunster over het Land van Stein. In 1595 werd de Heerlijkheid Land van Stein in erfpacht aan de stad Gouda gegeven.
Vanaf de Bataafse en Franse tijd, waarin het begrip ‘gemeente’ in staatsrechtelijke zin vastgesteld werd, is het gebied onderhevig geweest aan diverse herindelingen en veranderingen. In 1811 wordt de gemeente zelfs tijdelijk opgeheven en valt dan onder Reeuwijk. Maar al in 1817 wordt deze samenvoeging ongedaan gemaakt en gaan Reeuwijk en Stein weer als aparte gemeenten verder. Later volgen nog enkele correcties van het grondgebied, tot de opheffing van de gemeente in 1870. De gemeente is toen gesplitst. Een gedeelte (polder Willens) kwam onder Gouda te vallen, een ander gedeelte (polder Stein en buurtschappen Vrijhoef en Kalverbroek) kwam bij Reeuwijk. Een ander gedeelte komt bij Haastrecht. Deze laatstgenoemde gemeente valt sinds 1985 onder de gemeente Vlist.
Het Land van Stein is vooral bekend vanwege het klooster Emaüs, dat gewoonlijk ‘klooster Stein’ genoemd wordt. Hier is Erasmus enige tijd kloosterling geweest.
Literatuur: