Het Aardrijkskundig Woordenboek van A.J. van der Aa en
de kaart van J. Kuyper geven samen een beeld van Hoogmade
halverwege de negentiende eeuw. Het door Kuyper getekende gedeelte
van dat beeld geeft de negentiende eeuwse werkelijke situatie weer.
Voor sommige gemeenten geldt zelfs dat de grenzen sinds die tijd
vrijwel ongewijzigd zijn gebleven.
De beschrijving die Van der Aa geeft van de negentiende-eeuwse
situatie kunnen we eveneens beschouwen als correct. Dan kan niet
altijd gezegd worden van de historische gegevens die in de
beschrijvingen zijn opgenomen. De tekst moet daarom worden
beschouwd als de interpretatie van de negentiende-eeuwse
amateur-historicus. Voor een juist historisch overzicht is het
nodig ook andere bronnen te raadplegen.
Klik
hier voor nadere informatie over Van der Aa en Kuyper.
De tekst is, met aanpassing van de spelling, zoveel mogelijk in de
oorspronkelijke stijl overgenomen. Een enkele fout in de tekst is
stilzwijgend verbeterd. Aanvullingen en opmerkingen zijn tussen
haakjes met een n.b. opgenomen.
HOOGMADE, gemeente in Rijnland, provincie Zuid-Holland,
arrondissement Leiden, kanton Woubrugge; palende noord aan de
gemeente Alkemade, oost, zuid en west aan Woubrugge.
Deze gemeente bevat het dorp Hoogmade en enige verstrooid liggende
huizen. Zij beslaat, volgens het kadaster, een oppervlakte van 174
bunder, 17 vierkante roeden, waaronder 173 bunder 17 vierkante
roeden, 90 vierkante ellen, belastbaar land; telt 37 huizen,
bewoond door 53 huisgezinnen, uitmakende een bevolking van 290
inwoners, die meest hun bestaan vinden in de landbouw. Ook heeft
men er een scheepstimmerwerf.
De rooms-katholieken, die hier ruim 230 in getal zijn, onder welke
170 communikanten, maken, met die van enige gehuchten onder
Alkemade een statie uit, welke tot het aartspriesterdom van Holland
en Zeeland, dekenaat van Rijnland, behoort en bediend wordt door
een pastoor. Zij telt 450 zielen, onder welke 350
communikanten.
De hervormden, die hier ongeveer 40 in getal zijn, worden tot de
gemeente van Hoogmade en Rijpwetering gerekend. Men telt in deze
gemeente één school, welke gemiddeld door een getal van 45
leerlingen bezocht wordt.
De kermis valt in de eerste zondag na 8 september.
De gemeente Hoogmade is een grondheerlijkheid, die eertijds
behoorde aan de heren van Poelgeest en Koudekerk, aan welke zij
zoude vereerd zijn door Willem, graaf van Holland en rooms koning.
De heren van Poelgeest hebben haar bezeten tot in het begin van het
jaar 1692, wanneer zij met andere heerlijke goederen van dat
geslacht is verkocht en in eigendom gekomen aan de heer Cornelis
Sprongh, die bij uiterste wil begeerd heeft, dat de vruchten dezer
grondheerlijkheid "ad pios causas" of godvruchtig gebruik moesten
besteed worden.
De aangestelde uitvoerders van zijn uiterste wil, hadden de macht
om anderen in hun plaats te benoemen. Een van deze uitvoerders was
gedurende zijn leven heer en regeerder van de heerlijkheid
Hoogmade. Thans wordt deze heerlijkheid geadministreerd door de
heer J.P.IJ. Diert van Melissant, woonachtig te 's-Gravenhage. Vóór
1600 was de hoge jurisdictie over dit ambacht mede bij de baljuw
van Rijnland, doch, in gemeld jaar, werd de heer van Poelgeest, bij
het verkrijgen van de hoge heerlijkheid over Koudekerk, mede
verleid met de hoge heerlijkheid van Hoogmade, welke twee hoge
heerlijkheden, tot op de verkoping van de goederen van de huize Van
Poelgeest, één zelfde hoge vierschaar hadden, in welke twee
welgeboren mannen van Hoogmade en zeven van Koudekerk zaten; doch,
sedert deze heerlijkheid van bezitters veranderd is, had zij haar
eigen vierschaar, waarin acht welgeboren mannen zaten, die, gelijk
de baljuw, door de grondheer werden aangesteld, zowel als de
regenten van de civiele jurisdictie. Behalve dat had nog de heer,
welke uit zijn voordelige inkomsten kerk en kosten onderhield, het
jus praesentationis of recht van aanbieding tot de pastorie, met de
begiftiging van het school- en kostersambt.
Deze heerlijkheid heeft dat bijzonder, dat de gehele grond, die ten
meestendele in weilanden bestaat, aan de heer in eigendom
toebehoort, zodat alle, die hier huizen hebben, jaarlijks
grondrechten aan de heer moeten betalen, zowel als de huislieden
van de landen, die zij bij hun huizen gebruiken.
Het dorp Hoogmade, Hoogemade, of Hoomade, ligt 11/2 uur noordoost
van Leiden, 3/4 uur west van Woubrugge, en strekt zich langs de
Does uit. Men telt er, in de kom van het dorp, 10 huizen en 58
inwoners.
Men meent, dat de naam van dit dorp, afkomstig is van de Aa of Ade,
een water, dat zich hier met de Does verenigt. Andere willen, dat
Hoogemade betekent Hoogeweide. Van ouds heeft er slechts een kapel
gestaan, welke op de naam van de Heilige maagd Maria ingewijd was,
en onder de parochie van Jakobswoude behoorde. Deze kapel is in de
vijftiende eeuw, door paus Eugenius IV, op het verzoek en
aandringen van Gerrit van Poelgeest, heer van Hoogemade en
Koudekerk, tot een parochiekerk verheven. In het jaar 1477, gaf
David van Bourgondië, vijfenvijftigste bisschop van Utrecht, de
kerkmeesters van Hoogmade verlof om enige kerkgoederen, ter waarde
van 500 ponden (375 gulden) te mogen verkopen, en die gelden te
besteden tot verbetering van kerk en toren en wat verder tot de
kerk behoorde. In het jaar 1534 gaf Willem van Enckevoirt, de
negenenvijftigsten bisschop van Utrecht, aan diezelfde kerkmeester
verlof om de kerkgoederen, tot het verbeteren der kerk met een
schuld van 400 ponden (300 gulden) te belasten. Deze kerk en toren,
welke sedert de Reformatie bij de hervormden in gebruik was, geheel
vervallen zijnde, is in het jaar 1729 geheel, en de toren die er
bijstond, tot op het voetstuk na afgebroken, waarvoor een bijna
vierkant kerkje in de plaats gebouwd is, met een doorluchtig
koepeltorentje, dat uurwijzer en slagwerk heeft. In deze nieuwe
kerk, welke door de heren Cornelis van Kampen en Nicolaas Tjerk,
als gesurrogeerde testamentaire executeurs der nalatenschap van
wijlen de heer Cornelis Sprongh, en in die kwaliteit
administrerende de goederen en inkomsten der kerk en heerlijkheid
van Hoogmade, tot een gift in eigendom der Hervormde gemeente
geschonken is, is de eerste leerrede gedaan, door de Leidse
hoogleeraar, Franciscus Fabricius, op 14 Mei des jaars 1730. In een
oud kerkelijk stuk leest men:
"Uit onderscheidene zeer probabele bewijzen zou het, wanneer zulks
noodig was, kunnen aangetoond worden, dat ter plaatse, waar het
tegenwoordig predikantshuis staat, voorheen zal geweest zijn eene
heerenhuizing, waarin de Heeren van Poelgeest, Koudekerk en
Hoogmade, op zekere tijden hun verblijf pleegden te houden,
hebbende rondom zich een tuin, een boomgaard en een bosch of
houtlaan, en dat men in het jaar 1653 die heerenhuizing heeft
vertimmerd en geapproprieerd tot een huis ter woning van de
Gereformeerde Predikanten van Hoogmade, 't welk toenmaals aan den
Predikant Daniel Ouzeel en deszelfs opvolgers, op dezelfde wijze
tot een gift of geschenk is gegeven, als naderhand het kerkgebouw
van de gemeente." In het jaar 1834 werden kerk en pastorie
aanzienlijk hersteld.
De rooms-katholieke kerk aan Onze Lieve Vrouwe geboorte toegewijd,
is een middelmatig gebouw dat in het jaar 1743 gesticht, en van een
orgel voorzien is.
Het wapen dezer gemeente bestaat uit een leeuw in staande houding,
omgeven door zeven kruisen.
HOOGMADE EN RIJPWETERING, kerkelijke gemeente, provincie Zuid-Holland, classis van Leiden, ring van Alphen.