Het Aardrijkskundig Woordenboek van A.J. van der Aa en
de kaart van J. Kuyper geven samen een beeld van Hoogeveen in
Rijnland halverwege de negentiende eeuw. Het door Kuyper getekende
gedeelte van dat beeld geeft de negentiende eeuwse werkelijke
situatie weer. Voor sommige gemeenten geldt zelfs dat de grenzen
sinds die tijd vrijwel ongewijzigd zijn gebleven.
De beschrijving die Van der Aa geeft van de negentiende-eeuwse
situatie kunnen we eveneens beschouwen als correct. Dan kan niet
altijd gezegd worden van de historische gegevens die in de
beschrijvingen zijn opgenomen. De tekst moet daarom worden
beschouwd als de interpretatie van de negentiende-eeuwse
amateur-historicus. Voor een juist historisch overzicht is het
nodig ook andere bronnen te raadplegen.
Klik
hier voor nadere informatie over Van der Aa en Kuyper.
De tekst is, met aanpassing van de spelling, zoveel mogelijk in de
oorspronkelijke stijl overgenomen. Een enkele fout in de tekst is
stilzwijgend verbeterd. Aanvullingen en opmerkingen zijn tussen
haakjes met een n.b. opgenomen.
HOOGEVEEN, ook wel Hoogeveen in Rijnland genoemd, gemeente
in Rijnland, provincie Zuid-Holland, arrondissement Leiden, kanton
Alphen; palende noord aan de gemeente Hazerswoude, oost aan
Noord-Waddinxveen en St. Hubertsgeregt, zuid aan Moerkapelle en de
Wildeveenen, west aan Benthorn.
Deze gemeente bestaat uit het gehucht Hoogeveen en enige verstrooid
liggende huizen; beslaat, volgens het kadaster, een oppervlakte van
452 bunder 78 vierkante roeden 20 vierkante ellen, alles belastbare
grond. Men telt er 10 huizen, bewoond door 11 huisgezinnen,
uitmakende een bevolking van ongeveer 100 inwoners, die meest hun
bestaan vinden in de landbouw.
De inwoners, die allen hervormd zijn, behoren tot de gemeente van
Benthuizen. Men heeft er in deze gemeente geen school, maar de
kinderen genieten onderwijs te Hazerswoude. Deze gemeente is een
heerlijkheid, welke in het midden der vorige eeuw bezeten werd door
de heer Gerard Hendrik Storm, raad en schepen der stad Gouda, en in
het begin dezer eeuw door A. Lestevenon van Berkenrode; thans is
zij het eigendom van de heer J. B. Jantzon van Erfrente van Capelle
te Dordrecht.
Het gehucht Hoogeveen ligt 3 uur zuidoost van Leiden, 2 uur zuid
van Alphen.
Volgens voorrecht van hertog Albrecht van Beijeren, van het jaar
1390, mochten die van Hoogeveen, hetwelk in de brief Wildeveen
genoemd werd, met die van Benthorn uitwateren in de wateringen van
Benthuizen, en door Hazerswoude in de Rijn, over welke vergunning
naderhand, tussen die van Hoogeveen, welke door dit middel ook de
uitwatering door Sparendam genoten, en tussen de andere ambachten
van Rijnland, verschil rees. Deze laatsten wilden, dat die van
Hoogeveen mede zou dragen in de morgengelden, doch waarvan zij, bij
een brief van het Hoogheemraadschap, gegeven in het jaar 1451, zijn
vrijgerekend. Zij betaalden voor dit voorrecht in gereed geld
zestig engelse nobelen.
Literatuur: