Haastrecht ligt tussen Gouda, Oudewater en Schoonhoven en is ontstaan op de plek waar het veenriviertje de Vlist overgaat in de IJssel. Vanaf de twaalfde eeuw was het gebied in handen van de bisschop van Utrecht (later viel het onder het gezag van de graaf van Holland) die het liet besturen door leenheren. De bekendste daarvan is Jan Van Arkel, die in de veertiende eeuw een kasteel liet bouwen waarvan in 1963 resten zijn teruggevonden. In deze tijd zou Haastrecht ook stadsrechten hebben gekregen.
De bevolking bestond uit boeren en schippers. De boerenbevolking kreeg inkomsten uit het verbouwen van graan, maar legde ze zich later meer toe op de zuivelproductie (met name kaas). Daarnaast herbergde de plaats diverse steenhouwerijen en leerlooierijen. Een grote bron van inkomsten vormde echter de hennepteelt. De hennep werd verhandeld en er werd touw en zeildoek van gemaakt. Door de toename van de scheepvaart kwam hier steeds meer vraag naar.
De groeiende welvaart van de plaats werd scherp in de gaten gehouden door andere Hollandse steden. Soms waren er botsingen. Zo zorgde Gouda ervoor dat de brug die bij Haastrecht over de IJssel was gebouwd, verplaatst werd naar Gouda (1471). Haastrecht moest het weer doen met een (voet)veer en moest tolgeld betalen aan Gouda. Eerder had Dordrecht de sluis vernield om te voorkomen dat schippers de stapelmarkt zouden kunnen omzeilen. Door binnenlandse oorlogen nam de welvaart in Haastrecht eind vijftiende eeuw weer af. Vooral het platteland moest het ontgelden. De stad had telde toen ongeveer 700 inwoners.
Haastrecht was de enige statie in de Krimpenerwaard. Vanaf de veertiende eeuw was er een kapel gewijd aan de heilige Barnabas. Op zijn feestdag, op 11 juni, was de kermis en vond de bekende paardenmarkt plaats. Na de Reformatie kwam het katholieke deel van de bevolking in het geheim samen. Ook was er een uitwijkmogelijkheid naar het tolerante Gouda. Het katholieke geloofsleven lag in ieder geval niet stil. De Jezuïeten brachten in 1647 een mariabeeld naar Haastrecht, dat sindsdien werd vereerd en ook regelmatig werd uitgeleend. Met de intrede van de godsdientvrijheid eind achttiende eeuw, bleken de katholieken niet in de minderheid te zijn. In deze tijd houdt ook de (economische) bemoeienis met Haastrecht van andere Hollandse steden op.
In de negentiende eeuw wordt Haastrecht bestuurd door de patriciersfamilie Bisdom van Vliet. Hun woonhuis is nu als museum te bezichtigen. Door een gemeentelijke herindeling in 1985 maakt Haastrecht thans onderdeel uit van de gemeente Vlist. In 2006 telde Haastrecht ruim 4000 inwoners.
Archieven:De grafelijke rekeningen spreken vanaf 1440 van een paardenmarkt ingaande met St.Odulfusavond/dag (11/12 juni), voor een relatie met Barnabas is volgens mij geen bewijs, zie HEK 31 2007 p.69e.v.