Oorsprong en grondgebied.
Gesticht in 1272 door graaf Floris V; deze beleende in dat jaar de
stadsvrijheid aan ridder Nicolaas van Cats. De stad was gelegen aan
de samenvloeiing van de rivieren de Gouwe (waar de stad haar naam
aan ontleent) en de Hollandsche IJssel. De omvang van de stad zoals
die in het stadsrecht is vastgelegd is 350 x 350 geerden. Thans
(2005) beslaat het grondgebied van Gouda 1811 hectare. Er wonen
(2005) ruim 71.500 personen; honderd jaar eerder waren er nog
slechts 22.000 inwoners.
Economie.
In de middeleeuwen was bier het belangrijkste exportmiddel. Later
kwam ook de lakenindustrie op. Deze laatste verdrong op een gegeven
moment de bierindustrie, vooral nadat door de opstand in de
Zuidelijke Nederlanden in de tweede helft van de zestiende eeuw,
vele Vlaamse tapijtwerkers naar de Noordelijke Nederlanden
vluchtten. Door protectionistische maatregelen van de Goudse
magistraat bleef de economische bloei achter bij andere Hollandse
steden. Vanaf de zeventiende eeuw nam vooral de pijpen- en
aardewerkfabricage een hoge vlucht, evenals de touw- en
garenspinnerij. In de negentiende eeuw is de kaarsenfabricage
belangrijk geworden (Gouda-Apollo). Kleinere industriële takken
waren tabaksindustrie, zeemmakerij.
Belangrijk was wel de marktfunctie van Gouda, vooral de kaasmarkt
was vanaf de negentiende eeuw tot in het derde kwart van de
twintigste eeuw aanzienlijk. In deze periode floreerde ook de
varkenmarkt. In de middeleeuwen werden er belangrijke
paardenmarkten gehouden.
Tegenwoordig wordt de Goudse economie vooral gedragen door een
chemisch bedrijf als Uniqema (de opvolger van de kaarsenfabriek
Gouda-Apollo) en een aantal 'schone' bedrijven, waaronder
IT-bedrijven.
Religieuze en levensbeschouwelijke
genootschappen
De belangrijkste religieuze genootschappen in Gouda worden gevormd
door de Nederlands hervormde kerk, de gereformeerde denominaties,
de Rooms-katholieke kerk, en de islamitische gemeenschap.
Kleinere religieuze en levensbeschouwelijke genootschappen worden
gevormd door onder meer het Apostolisch genootschap, de
Doopsgezinde gemeente, de Evangelisch-Lutherse kerk, het
Humanistisch verbond, de Jehova's getuigen, de Oud-katholieke kerk,
de Remonstrants gereformeerde gemeente, het Theosofisch
genootschap, de Vrijmetselaarsloge De Waare Broedertrouw.
Gebouwen
Het belangrijkste bouwkundige monument van Gouda is de
Sint-Janskerk met de gebrandschilderde ramen. Deze zijn ontworpen
en aangebracht nadat de oude kerk in 1552 grotendeels afgebrand was
en een nieuw beglazingsschema ontworpen werd. Hieraan zijn de namen
van de gebroeders Dirck en Wouter Crabeth verbonden, die een
humanistisch getint schema hebben doorgevoerd.
De middeleeuwse kloosters en gasthuizen die Gouda binnen zijn muren
gehad heeft, zijn alle na 1572 gesloopt. Alleen het
Catharinagasthuis met zijn kapel, de kapel van het Agnietenconvent
zijn tot op de dag van vandaag blijven bestaan, evenals de
bijzondere, twaalfzijdige Jeruzalemkapel (de enige in Nederland die
in deze staat bewaard gebleven is). Verder zijn nog de torens van
de Barbarakapel en de Onze Lieve Vrouwenkapel behouden
gebleven.
Als belangrijkste wereldlijke monumenten moeten nog genoemd worden
het laat-gotische stadhuis, dat in de periode 1448-1450 tot stand
gekomen is, de Waag (gebouwd door Pieter Post), het winkelpand
(thans museum) De Moriaan.
Archieven:
Literatuur:
In Gouda is voor WO II ook een Friese vereniging (Frysk Selskip of Fryske krite) geweest.
De stad Gouda wer in Friese kringen, tijdschriften meestal 'Tergou' genoemd.