tba98

Esselickerwoude (Woubrugge) aan het einde van de achttiende eeuw volgens Van Ollefen en Brouwer

Lieve van Ollefen werd geboren in Amsterdam op 13 oktober 1749. Van Ollefen was een bekend broodschrijver die veel geschreven heeft in opdracht van uitgevers en boekverkopers. Hierdoor heeft hij een zeer uiteenlopende productie gehad. Zo schreef hij als poëzie bijvoorbeeld het in 1784 verschenen De wereld is geen tranendal in vier zangen. Daarin werd betoogd dat een vroom christen op aarde veel genieten mag. De Synode van Amsterdam veroordeelde het stuk als "hoogst schandelijk". Hij schreef werken met een pedagogische bedoeling en vervaardigde stukken voor het toneel, soms met een politieke strekking, zoals Het revolutionaire huishouden, in mei 1798 toen hij gevangen zat. Het handelde over de emancipatie der vrouw. Zijn bekendste werk is het met R. Bakker uitgegeven De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver. Hoe de werkverdeling tussen Bakker en Van Ollefen is geweest, is niet duidelijk.

Van Van Ollefen wordt gezegd dat hij een veelzijdig man was, maar iemand "bij wie de diepte gewoonlijk in de breedte verloren ging". Hij overleed in het werkhuis in zijn geboorteplaats op 16 juni 1816.

De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver verscheen tussen 1791 en 1811. Het werd uitgegeven door H.A. Banse in de Stilsteeg in Amsterdam. Het werk bestaat uit verschillende delen. Deel VIII beschrijft de dorpen in Rijnland. Het titelblad van dit deel vermeldt als auteur alleen Rs. Bakker. Een heruitgave van het werk verscheen in 1976 bij de Europese Bibliotheek in Zaltbommel.

De bekende ovale gravures voor De Nederlandsche stad- en dorpbeschrijver  werden gemaakt door Anna Catharina Brouwer. Van haar is weinig bekend. Waarschijnlijk was zij een dochter van Cornelis Brouwer, die in Amsterdam plaatsnijder was. Hij graveerde boekillustraties, portretten en historieprenten. Anna Brouwer maakte de gravures in de periode 1793-1801. De gedichtjes onder de gravures zijn waarschijnlijk van de hand van Van Ollefen. 

Bron: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek II (Leiden 1912) 257, 259; en VIII (Leiden 1930) 1236. 

Anna Brouwer heeft met haar graveerpen de achttiende-eeuwse werkelijkheid nauwkeurig weergegeven. Datzelfde geldt waarschijnlijk voor de door Van Ollefen gemaakte beschrijvingen van de situatie van dat moment in de dorpen. Dit kan niet altijd gezegd worden van de historische gegevens die in de beschrijvingen zijn opgenomen. Voor een meer correcte historisch beschrijving is het daarom nodig ook andere bronnen te raadplegen.

In onderstaande transcriptie is de oorspronkelijke stijl ongewijzigd. Opmerkingen over het geschrevene zijn tussen haakjes met een n.b. opgenomen. 

 

DE HOOGE HEERLIJKHEID VAN ESSELIJKERWOUDE EN JACOBSWOUDE EN DAARIN HET DORP WOUBRUGGE 

Wat deeze Hooge-Heerlykheid aangaat, dezelve bevat een zeer hoogen ouderdom, men vind omtrent dezelve aangetekend, dat de oude Heeren van Wouode, deze haare bezitting reeds van kort na de instelling der Graaflyke Regeering binnen deeze Landen in eigendom hadden, welke Graaflyke Regeering volgens Grivellus reeds in den jaare 863 zyn aanvang had genoomen, dog volgens den Teegenwoordigen Staat van Holland 6de Deel, Pag. 38 in den jaare 813 of 823. Dan het zy daarom genoeg dat wy hier uit zien dat deze Heerlykheid vroeg bekent en in aanzien was.

Wy zullen thans eerst wederom om de geschikheid, de geheele Heerlykheid op zig zelven, en daar na de verdeelingen daarvan Beschryven, waar om wy dus overgaan tot de beschouwing van deszelfs. 

LIGGING 

Welke in den Heemraadschappe van Rhynland ten Noorden van den Rhyn, paalende aan dien kant aan den Ambachte van, aan de Brazemermeer, en aan den Ambachte van Rhynzaterwoude, waarvan het gescheide wordt, door den Does, de Wyde Aa, en het zogenaamde Poldergat tot en met de Brazemermeer, voorts lands dezen vliet met het Vroomland van Rhynzaterwoude, tot aan Langeraar ten Oosten paalt het aan Langeraar en Oudshoorn waarvan het gescheiden word met de Langeraarsche Weg, de Oudshoornsche Kade, en de Zegerweg, het paalt ten Zuiden aan Oudshoorn, den Gnephoek en Koudekerk, van welke kant de scheiding geschied door het Heuvelveld, de Vrouwe Geest en Ruigt Kade, verder ten Westen aan Hoogmade en Leyderdorp, alwaar de Scheiding gevonden werd, door den meergemelden Does, welk Water de gelegenheid van deit Ambacht een Schoone luister aanbrengt, en uit welke verschiede andere Wateren, zo na de Brazemermeer, als na de vermaarde Woudwatering loopende, haare oorsprong hebben, welke laatste als een der vermaarste binnen Rivieren moet worden aangezien, en zedert het wegneemen der Brug by Woubrugge, hetwelk midden door dit Ambacht loopt, onophoudelyk met Zeilschepen en Jagten van Texel na de Maas en Plaatzen vice verca bevaaren wordt. De gelegenheid van dit Ambacht, is wyders niet minder aanzienlyk, door de wegen die alhier gevonden worden, en onder welke vooral de Heeren-weg uitmunt, gaande door Jacobswoude na de zyde der Brazemermeer, van Oudshoorn zo op Amsteldam, voorheen is de streek Jacobswoude, de Kerkbuurt van deeze Hooge-Heerlykheid geweest, welke buurt daar na met Woubrugge verwisselt is, zo als nader blyken zal. Wat de Gronden aanbelangt, dezelve waaren voorheen alle Moerassen en Veenaardens welke door alle de Verveeningen, eerst uitgestreke Waterplassen wierden, en daarna door Droogmakerye in schoone Graan en Grasgeevende Landen herschaapen zyn geworden, en die dus thans nog aan den Bouw en Landman, een goed bestaan aanbrengen; zo dat men alzo uit al het hier opgegeevenen kan zien dat deze Hooge-Heerlykheid niet onaangenaam en tevens voor den arbeidzaame man niet onvoordeelig geleegen is. 

NAAMSOORSPRONG 

Sommige meenen, dat in een verdrag omtrent de Kerken dezer Landen tusschen Willem 21 Bisschop van Utrecht en den Abt van Epternach in en Jaare 1063 geslooten dit Ambacht den Naam zou hebben gevoerd van Asclekerwald, hetgeen echter door andere werd verworpen, die deze plaats elders in Amstelland of Kennemerland willen gezogd hebben, dan wy durven dat zo verre niet verwerpen, aangezien de spelling van die tyd, een groot verschil met de tegenwoordige Benaaming maakt, wy weten dat het Duitsche woord Wald, Walthe, enz. overeenkomt met onze spelling, Woud, en Bosch waar door wy dus zeer gemakkelyk tot den Naams-Oorsprong zo als die nu is zoude kunnen komen.

Den naam Woud of Woude is dan afdaalende van een  Bosch, zo als wy in dit ons werk op meer dan eene plaats reeds aantoonde, het geen daarom geen herhaaling behoeft, nu is het denklyk dat alhier een Bosch van Essenhout zal hebben geweest, en dat daarom den Naam Essenbosch daar aan gekomen is, hetwelk alweer de soelling van den tyd, in Esselykerwoude zal hebben verandert "Zeker Schryver zegt wel: hoe deze Bosschen verdweenen zyn, valt duister te gissen, dan wy zeggen, neen die gissingen zyn zo duister niet, alzo hetzelve heeft plaats gehad, ten tyden der groote Boomstorting in de 9de Eeuw, en dat wel niet langer voor de instelling der Graafelyke Regeering van deeze Kanden, van welke Boomstorting men den aanwasch der Veengronden als een natuurlyk gevolg beschouwen moet, redenen waaromme men ook altoos de neergeslaagen Boomen in de Veengronden en geenzins in de Kleygronden, hoe diep men die ook uitgraaven mag, ontdekt heeft, waarvan de voorbeelden in Ryswyk en overal waar Veen- en Kley Aardens gevonden worden, genoeg voor handen zyn, en daar men weet dat deze geheele streek van Esslyker en Jacobswoude alle Veengronden zyn geweest, of nog zyn, zo stellen wy als bygevolg trekking vast, dat alhier een Essenbosch geweest is, waardoor het Ambacht den naam van Esselykerwoude bekommen heeft.

Den Naam van Jacobswoude  is afdaalende van de oude Heeren van Woude welke veele Jaare agter den andere den Naam van Jacob voerden, en wel tot den Jaare 1344 wanneer Jacob van Woude en Warmond, Ridder als de 14de van dien Naam bekent was, naar welke hetzelve Jacobs Bosch of Jacobs Woude genaamd wierd, als daar meede het eigendom van de voornoemde Heeren Jacob aantoonende, zo dat wy dan voor het eerste gedeelte der Naams-Oosrpong stellen, dat Esselykerwoude afdaalende is van een daar voorheen geweest zynde Bosch en het andere gedeelte betreffende Jacobswoude een bewys van eigendom aantoond van de Heeren van Woude waarmede onzes bedunkens den Oorsprong des Naams genoegsaam beweezen is. 

STICHTING EN GROOTTE 

Wat de Stichting betreft, reeds by het daargestelde Artikele, des Naams-Oorsprongs hebben wy betoogd dat deze Plaats van ouds een Bosch geweest zynde, ten tyde der Boomstortinge binnen deze Landen, en wel in de 9de Eeuw is weggeraakt, en deeze grond als toen verwoest en onbeheert zynde door den Graaf van Holland, welk maar even daarna aan de Regeering kwam het zy tot Leen, of tot een vrye Bezitting aan die oude Heeren Ridders, welke den Naam van Woude aannaamen uitgegeeven heeft, hoewel het nog by van Leeuwen, nog eenige ander Schryver eenige andere melding van deeze Heeren van Woude met eenige opheldering daarby gevonden werd, dan alleenlyk van den heer Jacob van Woude, den 11de van die Naam, welke omtrent den Jaare 1280 leefden, en getrouwd was aan de Erfdochter van den Heer van Warmond; deeze verliet het Stamhuis van Woude en ging met zyn Huishouding op Warmond woonen, zyne Afstammelingen hebben daarna de Geslagtsnaam van Woude en Warmond gevoerd; dan evenwel is het zeker dan den Naam Woude al vroeg zeer aanzienlyk was, alzo Jacob de 11de in Ao. 1280 leefden, waarom wy met zekerheid durven vast stellen, dat den Graaf na deeze grond uitgegeeven te hebben, de daar van in bezit genoomen, hebbende Grond met een Huis voor hun Geslacht en andere voor haar Dienstboden zal hebben doen bebouwen: en alzo merken wy geene andere dan deeze voor eigentlyke Stichters van deeze Heerlykheid aan, en stellen den tyd van deszelfs eerste aanleg weinig na de aankomst der Graafelyke Regeering, waaruit men als dan ziet dat deeze Grond reeds van de 9de Eeuw af bewoond is geweest.

Aangaande de Grootte: Plemper zegt, dat deeze Hooge Heerlykheid groot 2519 Morgen, By van Leeuwen's Inleiding op de Constume van Rhynland, Pag. 20 leest men: Esselyker en Jacobs Woude, groot 2150 Morgen, daar onder behoord het Dorp Woubrugge, en de omleggende Landen, Ons oude Manuscript heeft 2199 Morgen 409 Roeden waar voor aan Verponding werd betaald een somma van 7487  Ponden en 4 Schellingen, welke grootte van Morgens overeenkomt met de Verpondings Lyst van den Jaare 1732, het Geaprobeerde Reglement van Rhynland van dato 10 February 1796 heeft maar 1321 Morgen 365 Roeden, mochtende dit echter alleen verstaan worden, zo verre de Landen in de Rhynlandsche Sluizen uitwateren. In den Jaare 1632 was het getal der Huizen voor het geheele Ambacht bedraagende 219 en in 1732 een getal van 275 met 1 Koorenmoolen; onder deeze Huizen zyn veele uitmuntend net, vooral op het Dorp Woubrugge, (waar van by de beschryving van dat Dorp nader)  het getal der inwooners bedroeg in den Jaare 1795 en 1798, 1079 Zielen, behoorende nu by het Departement Texel, in de 5 Ring op de Hoofdplaats Haarlem. 

Deze Hooge Heerlykheid is verdeeld in Woubrugge, als het tegenwoordige Kerkdorp, dan in Jacobs Woude, Esselyker-woude, Ofwegen, den Hoek van Roelof-aartgens-veen, een gedeelte van de Rypweetering, alsmeede van Oud-Ade, en de Buitenhuizen, in welke alle deeze Heerlykhied, met een gedeelte gronds inschiet.

Voorheen was Jacobs-Woude de Hoofdplaats of Kerkbuurt deezer Heerlykheid, dan door de verveening der Landen zyn de Ingezeetenen meerendeels getrokken, na de Woud-Weetering, daar nu het Dorp Woubrugge gevonden wordt. De oude Rhynlandsche Kaarten wyzen nog de plaats aan waar de Kerk plagt te staan, waar van Plemper zegt, dat den Tooren die nog lang na de verwoesting der Kerk staande was gebleeven, de Potters Tooren was genaamd, om reden dat zich hier veele Bedelaars en Vagebonden ophielden, dezelve stond tussen Oudshoorn, Rhynzaterswoude, Woubrugge en Langeraar, dan daar van is niets meer overig gebleven. Belangende nu, Ofwegen, den Hoek van Roelof-aartgens-veen, de gedeeltens van Rijpweetering, Oud-Ade en de Buitenhuzien, daar van valt niets te zeggen, alzo de zelve maar Polders zyn, (Woubrugge zullen wy hier nader beschryven).

Het Wapen van de Heeren van Woude was voorheen een Goud Schild waarop drie Roode Kruizen, (even eens als de Stad Woerden gevoert heeft.) afgebeeld waarom zommige meenten dat Woerden uit Woude gesprooten is, dan Jacob van Woude, de 14de van die Naam (zegt van Leeuwen) zou uit liefde en gunst van den Burggraave van Leyden het Wapen van Wassenaar hebben aangenoomen, zynde een Blaauw Schild, waarop een  Goude Baar en drie wassende Maanen van Zilver afgebeeld zyn, dan deeze Wapens zyn in lange tyd niet meer aanwezig. 

Het tegenwoordige WAPEN 

bestaat in een Goud Schild doorsneeden met een Groene Baar, boven met 2 en onder met 1 Blauwe Ruiten afgetekend. 

KERKEN EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN 

Voorts zeide wy dat Jacobs Woude het Kerkdorp van deeze Heerlykheid plagt te zyn, het geene wy in deeze nu moeten betoogen: de kerk den welke alhier in vroeger dagen gevonden wierd, was een Parochie Kerk, volgens zekere aanteekeningen aan de Heilige Jacob dog volgens de straks nader te noemen Acte van den Jaare 1490, aan de H. Maagt Maria, en den Evangelist Johannes toegeweid van deeze Kerk stond de begeeving aan den Heer van Woude die ook Heer van Warmond was: men vind van dezelfve geen andere Priesters genoemd dan Willem-Simonszoon, die in den Jaare 1490 zyn Dienst nederlag, en opgevolgt werd door Jacob Diderichsz., en omtrent het begin der Reformatie door Jan de Bakker, van welke laatste wy by de Geschiedenissen iets nader zeggen zullen. Wanneer deze Kerk Gesticht is vind men nergens aangetekend, zo min als van wat Bouworder dezelve was; wel vinde wy dat in dezelve al zeer vroeg de Gereformeerde Godsdienstoefening is ingevoerd, en reeds in 1566 door Pieter Gabriel by gelegenheid dat dezelve van Amsteldam na Delft reisde Gepredikt is, schoon andere willen zulks gedaan te zyn door Jan Arendszoon, een Mandemaker van Alkmaar.

Aangaande de aanstelling van den Pastoor, zo vinden wy de volgende Acte uit welke ten vollen blykt, dat op Jacobs Woude een Kerk gestaan heeft, waar meede ook dus als het waare dit Gebouw na dat hetzelve geheel en al weggeraakt, de vergetelheid onttrokken word, luidende deeze Acte als volgt: "In Gods naame, Amen, In het Jaar na deszelfs Geboorten, 1490 in den Achtste Indiktie den 26 Augusti, op de uure der Vesperen, of daar omtrent, in 't Zesde Jaar des Pausdoms van onze Allerheiligen Vader ...  Innoncentius de 3de is voor my openbaar Notaris, en voor de onderschreevene getuigen die daar by verzogt en ontbooden waren, in eigen Persoon verscheenen de aanzienelyke en zeer Hoog Geboore Heer Jacob van Woude, de tydelyke Heer van Warmond, en dewyl de Parochie Kerk van Heer Jacobs Woude, derwelke ter Eerde van den Almogende God, van de Roemryke Maagt Maria, en van den H. Evangelist Johannes Gesticht en begiftigt is geweest, regtevoort door den vrywilligen afstand van heer Willem Simonszoon, den laatsten Regent en Pastoor derzelver, openstond, en de begeeving daarvan, of benoeming tot dezelfve Kerk den gemelden Heer en Schildknaap Jacob van Woude, in volle eigendom, en uit hoofd van 't Patroonschap toebehoort, heeft by dezelve op de beste manier, form en wyze, en volgns het beste regtsgebruik, als hy konde en gehoude was, en noch konde en gehouden is, met alle de Regten, en al het toebehooren, en den aanhang daar de gemelde voorstelder over te zeggen heeft, zuiverlyk, en eenvoudiglyk om Godswille gegeeven, zo als by dezelve door deeze openbaare Acte nog geeft, aan den Eerzaamen en Bescheide Man, en Heer Jaocob Diderykszoon, Priester van het Utrechtsche Bisdom." Hier mede bewyst men dus klaar en duidelyk dat op de Streek van Jacobs-woude een Kerk geweest is, dan van verdere Godsdienstige Gebouwen in deeze Heerlykheid bestaan hebbende, vinden wy geene aanteekeningen hoe genaamd, waarom wy dit Artikel alzo sluiten kunnen, zeggende verders dat wat de 

WAERELDLIJKE GEBOUWEN 

betreft er geen by deeze Heerlykheid voorhanden zyn. Het Rechthuis een ordinaire Herberg zynde werd op Woubrugge gevonden. 

Een KERKELIJKE REGEERING 

is er nog voor Esselykerwoude, nog voor Jacobs Woude op zich zelve alzo die onder Woudbrugge nader zal worden opgegeeven. 

WAERELDLIJKE REGEERING 

Den Heer deezer Heerlykheid bezit Hooge Jurisdictie. Er zyn schryvers die meenen dat zy  reeds van de oudste tyden afdat Recht zoude bezeeten hebben, maar andere meenen in tegendeel dat zy het zelve eerst verkregen hebben in den Jaare 1427, wanneer Jacob, Heer van Woude, een groot verlies ten dienste des Lands door den Oorlog had moeten ondergaan, en dit ter schade vergoeding van Graaf Philips van Bourgondien bekwam: lange tyd hebben dan deeze Heere van Woude dit Recht bezeeten, en wel tot den Jaare 1727, wanneer het uit den Boedel van Vrouwe Anna Henderina van Wassenaar Warmond, Gravinne Douariere van Berlo, Vrouwe van Wassenaar, Esselykerwoude, Jacobs Woude, enz. by openbaare Veiling en Verkooping op den 18e December verkogt werd aan de Heeren Mrs. Arnoldus de Sterke en Kornelus van Schellinghout te zamen ieder voor de Gezegde helft; zo dat wy hier uit zien dat het aan Woude en Warmond van den Jaare 1280 rot aan den Jaare 1727, zynde een tyd van 447 Jaare gebleeven is. Daarna is het zelve weder verkogt aan den Heer Mr. Jacob Vingerhoed, in leven Burgemeester der Stad Rotterdam, aan wiens Weduwe het vervolgens wederom overgegaan is. De Crimineele Jurisdictie werd geadministrateerd door een Balluw, met Welgebooren Mannen, welke laatste uit de Bewooners van het Ambacht gekoozen worden. Met het Water en Heemrecht behoord het zelve onder Dykrechter en Heemraden van Rhynland en alzo daarby beschreven by het 1ste quartier van dat Heemraadschap op de Hoofdplaats Leyderdorp. 

Dan, daar in den Jaare 1736 den 11 January by de Staaten van Holland, Octroy verleend werd tot het droog maaken van de zogenaamde Vier Ambachts Polder, gaande over een gedeelte van Esselykerwoude, Langeraar, Oudshoorn en Rhynzaterwoude, zo is daar van het Bestuur in een minder Heemraadschap gesteld, bestaande in een Polder Heemraadschap, een Dykgraaf en zes Heemraaden; werdende tot  Dykgraven altoos de Schouten van Esselykerwoude, Langeraar en Oudshoorn, ieder op hun Tour benoemd, van welke den eerste voor 5 Jaaren, en de andere ieder voor 3 Jaaren worden aangesteld. De Schouten die geen Dykgraaf zyn, bekleeden de Posten als Heemraden met vier andere Persoonen uit de Ingelanden benoemd, zynde den Secretaris van het Ambacht, waar van de Schout Dykgraaf is, tevens Secretaris van de Polder.

De verdere Civiele Regeering bestond voorheen uit eene Schout, zeven Schepenen en eene Secretaris, dog thans uit de Municipaliteit, en Schepenen, met den Secretaris aan welke alle ondergeschikte Collegien zo van Wees, als Arm en Brandmeesters, en andere mindere Collegien gedemandeert zyn. 

De VOORRECHTEN 

waren voorheen voor den Heer of Vrouw in der tyd, dat dezelve de aanstelling hadden van de Balluw, Schout, Secretaris, Welgebooren Mannen, Schepenen en verder Regeerings Persoonen. Zo meede de benoeming van twee Heemraaden over de vier Ambachts-Polders, daar voorts de Heeren van Voshol en Oudshoorn, ieder de aanstelling van eene Heemraad hadden. Verder stond aan dezelve de Ap- of Improbatie van den Predicant, Schoolmeester en Koster, als meede de begeeving van alle Ampten en Bedieningen, het Recht van Tienden, Visscheryen en alle verdere Ambachts gevolgen.

Den Schout bezot ook het Voorrecht dat denzelve 5 Jaare Dykgraaf en den Secretaris 5 Jaare Polder Secretaris van de vier Ambachts-Polders was, daar de andere Schouten en Secretarisssen niet meer dan 3 Jaaren mogen continueren; dan alle deeze Voorrechten zyn zo verre er daaromtrent Decreeten, of Refolutien genoomen zyn, zedert den Jaare 1795 aan het Volk gekoomen. 

BEZIGHEEDEN 

Zyn hier zeer veele en voordeelig, men heeft in de drooggemaakte Podlers allerschoonste Wey en Teellanden, welke ryk in voortbrengzelen zyn, de Veenderye werden met kragt voortgezet, waar door Arbeiders, Schippers en vooral Scheepmaakers zeer veel werks vinden; de Scheepvaart maakt het Dorp Woubrugge leevendig, en Neeringryk, in één woord het geheele Ambacht is welvarende. 

Wat aangaat de Geschiedenissen, daar van word ons weinig meedegedeeld; wy moeten daaromtrent nogthans zeggen, dat het Dorp voorheen gevonden wierd in Jacobs Woude aan de Amsteldamsche Ryweg, dan het zelve zo door de Verveeningen, als het daar opgevolgde vertrek der Bewooners, langzaamerhand vervallen geraakt zynde is hetzelve na Woubrugge  verlegt, en de Kerk van eerstgemelde plaats daarna werggeraakt.

Nog moeten wy hier aanteekenen, (te meer daar den Schryver zyne afkomst van denzelve rekenen mag) dat Jan de Bakker, bygenaamd Johannus Pistorius Gebooren van Woerden, op Jacobs-Woude, Pastoor zynde, de allereerste van alle Hollandsche Priesters was, welke met het begin der Reformatie de Luthersche Godsdienst aannam, en daar van belydenis deed; voor de Woerdenaars, en haare beloften van meerder Jaargeld aangespoort, begaf hy zich der waards, en bediende aldaar de geene welke het Lutherdom toegedaan waaren, dan hy werd gearresteeerd, en na Utrecht 't in Bisschops Hof gevangen gezet, en aldaar zeer nauw aan yzere Ketenen geboeid gehouden, waar van hy naderhand meenigmaalen de smertelykste teekenen vertoonden. Na de Gentsche Vreede wierd by echter ontslaagen, en door den Heer van Woerden en Warmond, weder na Jacobs Woude gezonden, vervolgens door denzelven Heer aan de Woerdenaars overgelevert, zo is hy onder de Regeering van Margaretha van Savoyen, andermaal gevat, en van Ketterye overtuigd zynde, daarna op den 15 September 1525 in den Haag, levendig verbrand geworden.

In den Jaare 1566 werd in de Kerk van Jacobs Woude de eerste Gereformeerde Predicatie gedaan door Peter Gabriel, een Vlaaminger van Geboorten.

Voorts kunnen wy ten Slotte hier nog byvoegen, dat voor weinig Jaare geleeden, dit Ambacht door de Doorbraak der vier Ambachts-Polders zeer veel geleeden heeft. 

BIJZONDERHEEDEN 

Zyn de aangenaame wegen, de drokke Woudwatering verder de geheele geleegenheid van het Ambacht zelve. 

REISGELEGENDHEEDEN 

Zyn behalven die van Woubrugge met alle die Vaartuigen welke na veele en verscheide Plaatsen, als meede van Jacobs Woude met de Postwagen enz. op Amsteldam en andere Steden gaan, en terug. 

De HERBERGEN EN LOGEMENTEN   

zullen wy by Woubrugge nader opgeeven. 

 

HET DORP WOUBRUGGE 

daar van is de LIGGING 

Gemeen even als Esselyker- en Jacobs-Woude, waar van  Woubrugge een gedeelten is, leggende ten opzichten der Kerk 4024 Roeden van Leyden, langs de kortste weg aan de Heymanswetering, 755 Roeden van de Heymans of 's Moolenaarsbrug, alwaar de Turf in groote Scheepen overgelaaden werd om a alle Plaatsen verzonden te worden, voorts 1500 Roeden van Langeraar, 1456 Roeden van Rhynsaterwoude, en 550 Roeden van de Plaats alwaar de Jacobswoudsche Kerk,  en Tooren plagt te staan; Woubrugge legt verder aan dat gedeelte van deeze Hooge Heerlykheid, het welk den Naam van Esselykerwoude voert; en wel aan de aangenaame Woudwatering, welke midden door dit Dorp heen Stroomd, en de gelegenheid van het zelve niet alleen aangenaam maar tevens zeer voordeelig maakt. 

Den NAAMSOORSPRONG 

Woubrugge kan men gemakkelyk ontdekken wanneer men nagaat, dat de Heeren van Woude, dit Ambacht bezittende, daarna haar Geslacht-Naam voerde, deezen deeden de zo vermaarde Woudwatering, en de Brug Woudbrugge genaamd, almeede om daarmeede den Eigendom van de Heere van Woude aan te toonen, wordende vervolgens na de verlegging van het Dorp van Jacobs Woude na herwaards, den Naam Woubrugge aan het Dorp gegeeven, om meede in gedachtenis te houden dat hier ter Plaatsen wel die Brug geleegen heeft. 

STICHTING EN GROOTTE 

De Stichting van Woubrugge gemeen met Esselyker en Jacobs-Woude, is van een en dezelve tyd, namelyk van even na de instelling der Graaflyke Regeering deezer Landen, dan van deeze Dorpbuurt, op zich zelven is dezelve veel laater, zynde niet op eens maar allengkens begonnen en aanzienlyker geworden; de reeden daar van was dat omtrent Jacobs Woude de meeste Landen Uitgeveend zynde, de Bewooners na elders vertrokken om een voor hun benodigd bestaan te zoeken, waartoe de Woudwatering, voornamelyk wel het meest gezogt wierd, en aldus ook nu en dan betimmert is geworden: daarby kwam, dat ingevolge eene vergunning door Dykgraaf en Hoog-Heemraaden van Rhynland van dato 20 augustus 1505 aan den Heer van Warmond en Woude verleend, tot kennelyk wederzeggen geaccordeerd werd, om de genoemde Brug Woubrugge genaamd, leggende over de Woudwaering weg te neemen, waar door de Scheepvaart alzo zeer veel vermeerderen moest en waarom veele zich als toen hier zo tot het doen van Neeringen als anderszins, nog meerder kwamen nederzetten. Bovendien toen er tusschen den Jaare 1650 en 1660 alhier een Kerk gebouwd wierd, verkreeg deeze Buurt daar door alle de volmaakte kenmerken eens welgesitueerde Dorps, zo dat de waare Oudheid van den eigentlyken grond door ons met Essellyker en Jacobs Woude werd gelyk gesteld, doch den tyd van het Dorp, als eerst Buurtgewyze vaststellen, en dat daarna door het geheele verval van Jacobs-Woude, de Kerkbuurt van de Heerlykheid tot een Dorp zal hebben aangegroeid; en op die gronden merken wy de eerste Bewoners van de Woudwatering ook als de eerste Stichters van Woubrugge aan.

De Grootte hebben wy reeds voorens onnder de algemeene Beschryving meedegedeeld, en vereischt dus geen herhaaling: dan het Dorp zelve is zeer net, hoewel niet groot zynde, overal zindelyk met Straaten belegd, de Huizen die in een goede order zyn staan aan twee Ryen, ter wederzyde van de Woudwatering getimmert, zynde alleraangenaamst en vermakelykst en door de drokke binnenlandsche Scheepvaart, zeer geleegen en geschikt  voor alle Neeringen; onder de voornaamste Huizen teld men de Wooningen van den Heer, het Rechthuis, en de Predicants Wooning, Schoolhuis enz. , dan onder al het aangenaame en vermakelyke des Dorps, moet het tevens als een groote last werden aangemerkt, dat de bewooners van de eene zyde na den andere niet by elkander kunnen komen zonder met een daar voor gereed zynde Schouw over de Woudwatering te werden overgezet. In zo verre dat die geene welke aan de zyde des Rechthuis woonen en zich ter Kerk willen begeeven, en weder zy welke van de zyde des Kerks, op het Rechthuis moeten zyn, altoos moeten overvaaren; het is om deeze reedenen ook altyd de gewoonte dat den Nachtwaker door de Woudwatering met een Roeischuit des nachts de Wacht waarneemd, om niet alle uure des nachts te moeten overvaaren. Dan deeze lastigheid werd door de aangenaamheid der Scheepbaart en de daar aan verbonden zynde Neeringen rykelyk vergoed, waarom wy de volgende Regels van den vermaarde J. Antonides van der Goed, die dezelve in zijn stroom bezigt, op onze beschreeve Woudwatering, de geheele Heerlykheid, en het Dorp, met enige verandering daarin ten slotte hierop durven toepassen, om reden wy nog veel zoude kunnen zeggen, dog dit Articul moeten eindigen: 

Hoe nader dat myn Pen aan 't einde schynt te spoeijen,

Hoe minder ik myn trant, van rykdom kan besnoeijen,

Gy stroomt den schryver, die zich kittelt in uw lof,

Geduurig ryker toe met eenen Vloot van Stof,

O Woudstroom, vol gewoel van Scheepen en van Jagten,

Waarom den Handelaar u altoos groot zal agten,

Gy voert de Koopvaardy van Texel, Maaswaart's heen,

En maakt den Woudenbrug, als een der grootste Steen. 

Hier meede dit Artikel sluitende bezien wy het Wapen van dit Dorp, het welk thans het zelfde is als dat van het geheele Ambacht, zynde een Goud Schild, doorsneeden met een Groene Baar, waar boven twee en onder 1 Blauwe Ruiten zyn afgebeeld. 

KERKELIJKE GEBOUWEN 

In vroeger tyden vond men de Kerk van deze Heerlykheid op Jacobs - Woude, zo als wy reeds by onze voorens gedaane algemeene beschryving aantoonden, dan die vervallen geraakt zynde, heeft men goed gevonden alhier op het tegenwoordige Dorp Woubrugge een Kerk aan te bouwen, en dat wel tusschen den Jaare 1650 en 1660 in welk jaar dezelve alhier van nieuws af gesticht is, bestaande in een fraai Kerkje van een vierkanten doch eenigermaate langwerpige bouworder, binnen net bevloert, met Predikstoel, Doophek, Leesplaats voor den Voorleezer, en verdere Gestoeltens en Zitplaatsen voorzien; uit deszelfs Dak reist uit de midden een mooi vierkant doch geboogde Spits Toorentje, waarin in Uur en Slagwerk en eene Klok hangt, en het welk met Leyden gedekt is, geevende alzo door haar uiterlyke vertooning aan de Kerk en zelfs aan het Dorp een zeer goede aanzien, welk Kerkje en deszelfs aan hooren, binnen en buiten zeer wel word onderhouden, gelyk meede het Kerkhof, de wooning van den Predicant, en de Schoolhuizen, welke alle in order gevonden worden, en welke Huizen zo wel als alle de andere zeer aangenaam geleegen zyn.

Verdere Gebouwen dit Artikel belangende komen hier niet voor; de Roomsche Inwooners moeten zich elders anders ter Kerk begeeven. 

WAERELDLIJKE GEBOUWEN 

zyn hier geen andere dan het Huis van den Heer, alsmede het Rechthuis, het welk een particuliere Herberg is. 

De KERKELIJKE REGEERING 

bestaat uit eene Pedicant met 2 Ouderlingen en 2 Diaconen, van welke jaarlyks zo als overal gewoonlyk van ieder een Lid verwisseld, zynde zedert den Jaare 1797 Predicant alhier den Eerwaarde Johannes Heenck, behoorende onder de Eerwaarde Classis van Leyden, en Neder-Rhynland wordende de Kerk en aanhooren door Kerkmeesters onderhouden. 

Aangaande de WAERELDLIJKE  REGEERING 

behoeft dit Artikel geen aanteekening alzo dezelve by de Algemeene Beschryving reeds aangehaalt is. 

Ten opzichten der VOORRECHTEN 

moeten wy het zelfde zeggen, waarom wy dus daarom trent ook hier geen herhaling behoeve te doen; dan de 

BEEZIGHEEDEN 

zyn hier veel meer dan overigens door het gehele Ambacht alzo hier zeer veel werk zo omtrent de Noodwendigheden voor de Schepen, als tot de Negotie in Levensmiddelen en andere Waaren zo voor de Schippers als de Bewoonders te vinden is, en waar van er verscheide en aanzienelyke Winkels behalve eenige Herbergen gevonden werden, waar van ook de Bediendens een goed bestaan vinden kunnen. 

GESCHIEDENISSEN 

Hebben wy reeds aangehaald, dan hier moeten wy er nog byvoegen, dat voor maar weinig Jaaren geleeden op den avond van den 25 December zynde eerste Kersdag alhier Brand ontstond in zekere Boerewooning naby het Dorp, welke geheel en al afbranden; al het Vee werd gered behalve twee extra schoone Paarden, deeze voor de hitte des Vuurs haar zelve losgemaakt hebbende, en een open Deur vindende, wilden te gelyk daar doordringen, en knelde zich zelve tusschen de beide staande Couzyns door de benauwdheid zo vast, dat er geen redding was toe te brengen, zo dat beide deeze Beesten alzo levendig verbranden.  

Onder de BIJZONDERHEDEN 

van deeze Streek mag vooral den geene welke hier een bezoek aflegt, werden aangeweezen, de geheele Woudwatering, het aangenaame Dorp, en de schoone Kerk het welk alles de beschouwing overwaardig is. 

REISGELEGENDHEEDEN 

Zyn hier zeer veele en gemakkelyk met verscheide Vaartuigen kan men na veele binnenlandsche Plaatsen komen in een klein half uur is men aan de Postweg op Amsteldam, verder Vaaren van hier de gewoone Dorpschuiten, zo op Amsteldam, Leyden als ander Plaatsen. 

HERBERGEN EN LOGEMENTEN 

Zyn er hier verscheiden, de voornaamste is het Regthuis.

 

 

 

 

 

 

 



Reactie plaatsen




bijlage of video toevoegen





Houd mij op de hoogte van reacties op mijn inzending

Ik ga akkoord met de voorwaarden

* Verplicht invullen

Zoeken

Plaats

Steden en dorpen

Terug naar

Steden en dorpen

Korenmolen De VlinderVan Nooten SchoonhovenWaddinxveense brugStadhuis Schoonhoven