De oudste bekende vermelding van het dorp Berkenwoude is aangetroffen in een document uit 1326. De oorsprong van het dorp zal vermoedelijk in de 12e eeuw liggen toen de ontginning van de meer landinwaarts gelegen gebieden van de Krimpenerwaard ter hand werd genomen. Berkenwoude werd van oudsher in een adem genoemd met het buurtschap de Achterbroek waarmee het een bestuurlijke eenheid vormde. Het grondgebied van de later gemeente Berkenwoude bestond voornamelijk uit de polders Berkenwoude en Achterbroek.
Het veengebied van dit deel van de Krimpenerwaard werd na de
ontginning voornamelijk voor landbouw gebruikt hoewel hier de grond
hier vrij arm was. Later schakelde men grotendeels over op veeteelt
omdat veel grond door inklinking te drassig werd voor de landbouw.
Wel werd de hennepteelt hier van enige betekenis. De veeteelt had
veel te leiden van de herhaaldelijk optredende runderpest.
In 1512 werd het dorp met daarbij behorende kerk door de Gelderse
troepen verwoest. De kerk is vlak daarna herbouwd maar nog een
aantal keren grondig vernieuwd. Het dorp brandde in 1708 nogmaals
af en had in de 18e eeuw herhaaldelijk ernstig te lijden van
overstromingen van de Krimpenerwaard.
In 1797 werd de maatschappij De Geoctroijeerde Verveening opgericht met als doel de vervening van een groot deel van de noord-westelijke Krimpenerwaard. Berkenwoude en Achterbroek lagen vrijwel geheel binnen het potentiële verveningsgebied. Om verschillende redenen, o.a. de tegenvallende kwaliteit van de gewonnen turf, werd dit grootschalige project een fiasco en is de vervening nauwelijks van de grond gekomen.
In 1812 werd het gehucht Zuidbroek bij de nieuwe gemeente Berkenwoude gevoegd maar deze samenvoeging werd al in 1818 ongedaan gemaakt. De gemeente Berkenwoude maakt sinds 1985 onderdeel uit van de gemeente Bergambacht.
Archieven:
Literatuur:
Websites: