Op 1 januari 1918 ontstond de gemeente Alphen aan den Rijn door samenvoeging van de gemeenten Aarlanderveen, Alphen en Oudshoorn. De samenvoeging was vanuit bestuurlijk oogpunt volstrekt logisch, maar dat daaraan het nodige vooraf is gegaan moge duidelijk zijn. Overigens was het ook niet de meest gunstige tijd, de eerste wereldoorlog, om tot de vorming van een nieuwe gemeente te komen.
De aan elkaar grenzende dorpen deden al in het verleden allerlei
zaken samen. Kerkelijk behoorden de ambachten Alphen, Oudshoorn en
de Gnephoek en de Lage Zijde van Aarlanderveen (nu het gebied van
de Kortsteekterweg, Raadhuisstraat, Van Mandersloostraat en
Aarkade) tot 1662 tot de parochie Alphen. Vanaf die tijd werd
Oudshoorn een zelfstandige parochie met een eigen kerkgebouw.
Alphen en de Lage Zijde van de Aarlanderveen vormden vanaf toen de
parochie Alphen. Ook op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg
en verdediging werkten de ambachten nauw samen. De Alphense brug
was in gemeenschappelijk beheer van Alphen en Oudshoorn.
In de negentiende eeuw was er voor het eerst sprake van een
samenvoeging van de drie gemeenten, maar dit plan werd niet
uitgevoerd. Begin twintigste eeuw leefde het idee van samenvoeging
vooral in Alphen nogal sterk. In 1901 werden de eerste pogingen
daartoe ondernomen, maar liepen op niets uit. Ook burgemeester
C.W.C.Th. Visser van Alphen was een voorstander van grotere
gemeenten. Dit standpunt verwoordde hij in een, in 1908 verschenen,
brochure.
De aanzet tot de definitieve samenvoeging werd in 1914 gegeven.
J.W. van der Lee, burgemeester van Aarlanderveen, vroeg vanwege
zijn gezondheid ontslag uit zijn functie. Dit verzoek was voor 161
ingezetenen van Aarlanderveen de reden om zich met een petitie tot
de provincie Zuid-Holland te wenden, waarin zij de samenvoeging van
in elk geval de Lage Zijde van Aarlanderveen en Alphen bepleiten.
Op dezelfde dag, 6 januari 1915, dienden 173 Alphenaren een petitie
van gelijke strekking in. De verzoekschriften werden door de
provincie om commentaar naar de gemeenteraden van Alphen en
Aarlanderveen gestuurd. De gemeenteraad van Alphen was met een
krappe meerderheid voor de samenvoeging, maar de gemeenteraad van
Aarlanderveen stemde unaniem tegen. Hiermee leek de zaak afgedaan.
De Aarlanderveense voorstanders, inmiddels 300, gaven het echter
niet op en wendden zich opnieuw tot de provincie om de samenvoeging
te bepleiten. Dit verzoek kwam de provincie goed uit. Door de
provinciale bestuurders werden verschillende gesprekken gevoerd met
de gemeentebesturen van Alphen en Aarlanderveen, maar ook met
vertegenwoordigers van de voorstanders uit de bevolking. Naar
aanleiding van deze gesprekken besloot de provincie de mogelijkheid
van de vorming van een verkleinde gemeente Aarlanderveen te
onderzoeken, maar ook te bekijken of de gemeente Oudshoorn bij de
samenvoeging betrokken kon worden. De gemeenteraad van Oudshoorn
reageerde positief op dit voorstel, maar nu waren de raden van
Alphen en Aarlanderveen om verschillende redenen weer tegen.
Ondanks deze uitkomst ging de provinciale griffie door met de
voorbereiding van een wetsontwerp tot samenvoeging van de drie
gemeenten. Dit ontwerp werd in de zomer van 1915 voorgelegd aan de
gemeentebesturen en de inwoners. Na gehouden stemmingen bleek de
meerderheid van de besturen en de bevolking voor de samenvoeging te
zijn. In september 1915 werd het wetsontwerp aan de minister van
Binnenlandse Zaken aangeboden.
De behandeling van het wetsontwerp verliep erg traag, waardoor
tegenstanders van de samenvoeging nog een aantal malen de
gelegenheid kregen de zaak tegen te houden. Uiteindelijk lukte dit
niet. Bij wet van 9 november 1917, Staatsblad nr. 628, werd de
nieuwe gemeente Alphen aan den Rijn met ingang van 1 januari 1918
ingesteld.
Bronnen en literatuur: