Jaarlijks worden op 4 mei de oorlogsdoden herdacht. Daarbij gaan de gedachten vooral uit naar de omgekomen soldaten en verzetsstrijders tot en met de bevrijding. Maar dat is slechts een deel van het verhaal. Ook na de oorlog waren verzetsmensen actief, nu om het leven weer in goede banen te leiden. In Gouda was een belangrijke rol weggelegd voor de jeugd. Veel jongens verrichtten hand- en spandiensten voor de Binnenlandse Strijdkrachten. Een van hen was David van Dam. Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden werd hij door een kogel uit zijn eigen geweer getroffen. Een dag na het incident stierf hij aan de gevolgen, slechts achttien jaar oud. In deze bijdrage wordt bij zijn korte leven en tragische dood stilgestaan.
Jeugd
David van Dam werd te Gouda geboren in het huis Nieuwehaven 205 achter. Lang heeft hij niet aan deze toen nog fraaie gracht gewoond, want reeds in 1929 verhuisde hij met zijn ouders naar de Lemdulsteeg 37. Met deze woning als uitvalsbasis leerde de jonge David de binnenstad met zijn vele grachten, zijlen, straten en stegen goed kennen. Op een lagere school, vermoedelijk van rooms-katholiek signatuur, leerde hij lezen en schrijven en maakte hij kennis met aardrijkskunde en geschiedenis. Met een zekere regelmaat kreeg David er een broertje bij: Simon (1930), Johannes (1932) en Cornelis (1933). Eind 1934 verhuisde het gezin naar de Boomgaardstraat 8 in de Kadebuurt. Daar werden nog een zusje en een broertje geboren: Mathilde (1940) en Jan (1942).
Voor Neerlands Vrijheid
Veertien jaar oud was David toen de oorlog uitbrak. Waarschijnlijk zat hij toen op de ambachtsschool, want in 1945 oefende hij het beroep uit van machinebankwerker. Hij was in dienst bij firma Bron op de Kleiwegstraat. Met het ouder worden, besloot hij zich actief voor zijn vaderland in te zetten. Hij werd lid van de organisatie Voor Neerlands Vrijheid (VNV), waarvoor in 1942 de basis was gelegd door vijf à zes jongens, afkomstig uit de omgeving van de Krügerlaan. Tussen de leerlingen van de drie middelbare scholen daar (de Rijks-HBS en twee ulo's) was onderling veel contact, met het Spaardersbad als ontmoetingspunt.
Actief voor de Binnenlandse Strijdkrachten
De jongens bereidden zich voor om de geallieerden te helpen
zodra de bevrijding een feit was. Maar ook tijdens de bezetting
waren de leden actief. Zij brachten illegale kranten rond en
voerden bij de uitvalswegen van Gouda tellingen uit van Duits
oorlogsmaterieel. Langzaam maar zeker groeide de organisatie. Het
leidende duo van de organisatie was Wim de Jong en Jan Versveld.
Bij de bevrijding telde de VNV zo'n 180 leden. Zij werden tijdelijk
ondergebracht in het weeshuiscomplex aan de Spieringstraat. De
jongens verrichtten hand en spandiensten voor de Binnenlandse
Strijdkrachten in Gouda. Een belangrijke rol vervulden zij bij het
bewaken van de geïnterneerde NSB-ers.
Verraad
Lid zijn van de verzetsgroep was uiteraard niet zonder risico.
David van Dam werd door een onbekende verraden en moest zich
verscholen houden voor de Duitsers. Zijn jongere broer Cornelis van
Dam, destijds 10 jaar, herinnert zich nog dat David zich in een
keukenkastje wurmde als de Duitsers kwamen vragen waar hij was. Ze
stoken dan met hun bajonetten in de vloer om te kijken of er geen
verborgen ruimte onder zat. De laatste maanden van de oorlog zat
David ondergedoken op een adres aan de Karnemelksloot.
Bewaken van geïnterneerde NSB-ers
Onmiddellijk nadat Gouda was bevrijd werden de NSB-ers opgepakt en door de BS gevangen gezet in twee loodsen van de Kaarsenfabriek, gelegen aan Schielands Hoge Zeedijk, voor die gelegenheid omgedoopt in 'Kamp Westerbork' en 'Kamp Vught'. Enkele weken na de bevrijding bevonden zich daar circa 200 mannen en vrouwen. De leiding bleek niet altijd in staat excessen te voorkomen. Menige arrestant moest zich pesterijen laten welgevallen. Vandaar dat de hulp van de VNV meer dan welkom was. Leden van de NSB, die tijdens de oorlog een passieve houding hadden aangenomen, of geen aantoonbaar kwaad hadden aangericht werden spoedig weer vrijgelaten. De ernstige gevallen, die verband hielden met verraad van verzetslieden, joden of onderduikers, werden behandeld door een tribunaal.
Een tragisch ongeval
Vrijdagmiddag 27 juli 1945 rond kwart voor zes liep David van Dam met een aantal NSB-vrouwen op de Schielands Hoge Zeedijk naar het interneringskamp in de Kaarsenfabriek, een stengun achteloos op de rug. Ter hoogte van het huis van C. van Loon, directeur van de Kaarsenfabriek, wilde hij zijn wapen afdoen. De stengun bleef daarbij haken achter zijn koppelriem. Tijdens het ongecontroleerd lostrekken, ging het wapen af en een kogel doorboorde Davids schedel. Dokter A.W. Vegter, gepromoveerd kinderarts, verleende de eerste hulp. Hij liet David overbrengen naar diaconessenhuis 'De Wijk' aan de Westhaven. Daar overleed hij de volgende morgen om zes uur. Begrafenisondernemer L.A.A. van der Sanden deed aangifte van het overlijden. Nog diezelfde avond legden VNV-commandant W. de Jong en medelid A. Brouwer een condoleancebezoek af bij de ouders van David. Drie dagen later - op 31 juli 1945 - werd David begraven op de Rooms-Katholieke Begraafplaats aan de Graaf Florisweg.
Auteur: Nico Habermehl
Archieven
Literatuur
op advies van genoemde Aris Brouwer deze website geopend.Erg interessant.Wat jammer,dat er na de oorlog verder geen aandacht is besteed aan dit dodelijk ongeval.Mijns inziens alsnog iets doen aan dit geval.Inieder geval hoort David van Dam een plaats te krijgen bij de omgekomen verzetsstrijders.
OULTON BROAD. ENGLAND.SEPT. 2030 E, HUGHES b.1926 BRITISH
[VNV,BS.RAF.
REMEMBER, DAVID WAS ONE OF US, LET"s NEVER FORGET.
David van Dam is de oom van mijn vader, zelf heeft mijn vader hem niet gekend, het is wel heel bijzonder om dit dan zo te zien, echt een wow voor mij en mijn vader waarschijnlijk ook!