Cornelis van Aerssen

Cornelis van Aerssen (1646-1728)

De heerlijkheid Voshol lag in het gewest Holland en bestond vanaf het begin van de veertiende eeuw uit de ambachten Zwammerdam, Reeuwijk en Ter Aar. De heerlijkheid was eeuwenlang in handen van de heren van Brederode. De financiële positie van het ambacht Ter Aar was echter erbarmelijk slecht. Door het kordate ingrijpen van ambachtsheer Cornelis van Aerssen kwam hier verandering in en kon Ter Aar gered worden.

 De oorzaak van de financiële problemen moeten vooral gezocht worden in de turfwinning, die in dit ambacht al vanaf de middeleeuwen gaande waren. Met name het slagturven gedurende de zestiende en zeventiende eeuw had ervoor gezorgd dat een groot gedeelte van de Ter Aarse landerijen was weggebaggerd. De daardoor ontstane waterplassen vormden een waterstaatkundig en financieel probleem. De eigenaren van het inmiddels in water omgezette land konden hun verpondingen en andere ongelden niet meer opbrengen. Executieverkopen gaven geen oplossing omdat niemand in de plassen water was geïnteresseerd. De oorlogssituatie in de jaren 1671/1672 leidde tot een verergering van de toestand.

 De twee belangrijkste schuldeisers van Ter Aar waren de Staten van Holland en het Hoogheemraadschap van Rijnland. Het betrof in beide gevallen lopende schulden van de belastingen en andere omslagen. Na overleg tussen het ambachtsbestuur en de schuldeisers werd soms uitstel van betaling verleend. Uiteindelijk kwam toch het moment dat het geduld van de Staten of Rijnland over was. De schuldeisers gingen dan over tot gijzeling. De oude schout van Ter Aar, Hendrik van Bleijdestijn werd in november 1699 door de dijkgraaf gedagvaard en "gelogeert" in de herberg "het Schilt van Vranckrijk" te Leiden. Hij werd door twee boden van Rijnland bewaakt zonder hem "eenigh access" te vergunnen. De gijzeling had als doel Van Bleijdestijn "op de een ofte de andere poincten te hooren". Omdat dit niet gebeurde, protesteerde Van Bleijdestijns vrouw Cornelia van Stopenburgh tegen de gang van zaken. De aanleiding van de gijzeling blijft echter onbekend. Waarschijnlijk ging het over het ontvangen en niet verantwoorden van opbrengsten van verhuur van viswater.

 In 1710 waren de ambachtsheer en -vrouwe van Voshol door persoonlijke financiële nood gedwongen hun bezit te verkopen. De heerlijkheid Voshol werd voor 90.000 gulden verkocht aan een bekende van de Ter Aarse bestuurders: Cornelis van Aerssen, ontvangergeneraal van Holland. Toen Cornelis van Aerssen in 1710 ambachtsheer van Ter Aar werd, wist hij uit hoofde van zijn functie van ontvangergeneraal van Holland al jarenlang dat het ambacht financiële problemen had. In de zomer van 1710 verdiepte hij zich in de organisatie van de administratie van het ambacht. Veranderingen bracht hij pas aan toen hij in 1712 de financiële zaken overnam op verzoek van de Ter Aarse bestuurders.

 Na een aantal gesprekken van Van Aerssen met schout en ambachtsbewaarders en de voornaamste inwoners van de heerlijkheid was hem, zo schreef hij in zijn aantekeningen, gebleken dat het ambacht in "uijtterste wanordre" verkeerde. Bovendien was het ambacht achter in het betalen van rekeningen en lasten. Het werd, volgens van Aerssen, veroorzaakt door "veele illiquiditeijten, pretensien, contrapretensien, en allerhande oppositien". De ambachtszaken waren "aan alle kanten in confusie", ongesloten en onvereffend. Verzoeken om uitstel van betalingen en processen om wanbetalers tot betaling te dwingen, hadden vrijwel niets geholpen. Het ambacht was hoe langer hoe meer in moeilijkheden geraakt. Men verwachtte dat dit uiteindelijk zou leiden tot "hare gantse ruïne".

 Van Aerssen voerde ingrijpende veranderingen door en dit leidde tot veel tegenstand van de bestuurders en bevolking. Bij het uitvoeren van deze veranderingen werd niemand ontzien. De schout kreeg een terechtwijzing en de secretaris werd weggestuurd. Het collecteloon voor het innen van de polderomslagen werd verlaagd. Bovendien dwong Van Aerssen de veenlieden tot het nemen van financiële verantwoording bij het vervenen van hun landerijen. De veenlieden waren immers door hun werkzaamheden voor een belangrijk deel de veroorzakers van de problemen waarin het ambacht was terechtgekomen. De veenlieden mochten niet meer slagturven voordat zij waarborgen zouden stellen en hun achterstallige stuivergelden zouden betalen. Dit leidde bijna tot een opstand. Pas in de loop van de zomer 1717 kwam er overeenstemming met de veenlieden. Zij waren er waarschijnlijk ook inmiddels achter dat de bemoeienis van Van Aerssen tot oplossingen van problemen zou leiden.

Waarschijnlijk hebben de Ter Aarse bestuurders en inwoners in eerste instantie andere verwachtingen gehad van de bemoeienis van Van Aerssen. Wellicht verwachtten zij van hun ambachtsheer dat hij via zijn connecties zou zorgen voor uitstel of vermindering van betaling van de schulden. Van Aerssen begon het saneringswerk echter in het eigen ambacht. De oppositie die hij ondervond, maakte nauwelijks indruk op hem. Slechts een enkele keer leidde het tot een wat geïrriteerde reactie;  "Sij wilden gereddet sijn, maer sij wilden wel meester blijven". Door zijn financiële achtergrond wist hij dat de redding van Ter Aar niet een kwestie was van uitstel of afstel van sanering, maar van een fundamentele verandering van het beleid. Hij veranderde dat beleid door aanpassingen in het bestuur aan te brengen, de bestuurders en daarmee de inwoners te dwingen de lasten ook daadwerkelijk te betalen en er voor te zorgen dat de financiële administratie op orde was. Tegenstand werd daarbij op de koop toe genomen en vervolgens de kop ingedrukt. Dat een ambachtsheer zijn ambacht probeerde te redden als het in moeilijkheden verkeerde, was niet bijzonder. Dat hij daarvoor het financiële beleid bepaalde, de uitvoering daarvan overnam en daarbij de dagelijkse bestuurspraktijk van zijn ambacht op de kop zette, is echter uniek.

 

Literatuur:

  • A.J.J. van 't Riet, Sij wilden gereddet sijn, maer sij wilden wel meester blijven. De ambachtsheer Cornelis van Aerssen en de redding van Ter Aar. In: M. Ebben & P. Wagenaar (eds.), De cirkel doorbroken. Met nieuwe ideeën terug naar de bronnen. Opstellen over de Republiek. Leiden 2006, 56-70.

 



Reactie plaatsen




bijlage of video toevoegen





Houd mij op de hoogte van reacties op mijn inzending

Ik ga akkoord met de voorwaarden

* Verplicht invullen

Zoeken

Plaats

Personen en families

Terug naar

Personen en families

Veerdienst Schoonhoven-GelkenesOnze Lieve Vrouwetoren GoudaHervormde kerk SchoonhovenHendrik Stevin