Villa Nuova (Oudshoornseweg 174).

Villa Nuova (Oudshoornseweg 174).

Wanneer we de eerste kadastrale opmeting van Oudshoorn bekijken, zien we dat er rond 1832 nogal wat riante herenhuizen of villa’s in deze gemeente stonden. Alleen al tussen de ‘s-Molenaarsbrug en de Hervormde kerk lagen achtereenvolgens “Vredenslust”, “Buitenzorg”, “Langgewenscht”, “Woellust” en “Meerderrust”. Aan de andere zijde van de kerk, richting dorpskern, lag de enige grote buitenplaats, “Rijnoord”. De meeste herenhuizen werden afgebroken, een enkele werd herbouwd, waarbij soms niets meer van de oude situatie herkenbaar bleef.

Dit laatste gebeurde met “Buitenzorg”, de villa van de Oudshoornse notaris Leendert Kalkoven. De villa van Kalkoven stond vrij dicht tegen de weg en had aan de voorzijde uitzicht over de Rijn. Schuin achter de villa stond nog een woonhuis met daarvoor een tuin. Bij de villa hoorde een tuinkoepel die, op enige afstand van de villa, ook aan de weg lag en uitkeek over de Rijn. Kalkoven, toen burgemeester van Oudshoorn, overleed in 1848. Hij was ongehuwd en bij de verdeling van zijn nalatenschap kreeg zijn nichtje, Johanna Margaretha Kalkoven, “Buitenzorg” in eigendom. Na het overlijden van de nieuwe eigenaresse, in 1856, werd de villa eigendom van haar echtgenoot Marinus Carel Piek. Hij liet “Buitenzorg afbreken. Wanneer dat precies gebeurde is niet bekend, waarschijnlijk in 1865, in ieder geval vóór de zomer van 1866. De vrijgekomen percelen en de resterende woning met koetshuis verkocht Marinus Carel Piek in 1866 voor 4.000 gulden aan zijn neef Johannes Piek. Johannes woonde naast “Buitenzorg” op de villa “Langgewenscht. De nieuwe eigenaar van het terrein van “Buitenzorg” liet in 1869 de woning met het koetshuis ook afbreken. In hetzelfde jaar werd echter op het terrein de laatste hand gelegd aan een nieuwe villa, later aangeduid met de naam “Villa Nuova”. Wanneer we weten dat Johannes Piek de grond kocht in augustus 1866 en we aannemen dat een jaar later de bouw begonnen is, zou er dus zo’n drie jaar aan het huis zijn gewerkt. Bij het huis werden een vijver en “lustplaats” aangelegd. Na de voltooiing van de villa werd in 1870 een koetshuis met bijbehorende koetsiers- en tuinwoning bij de villa gebouwd. De villa werd in 1879 waarschijnlijk uitgebreid omdat de kadastrale registratie “bijbouw” in dat jaar aangeeft, echter zonder nadere aanduiding van de omvang of aard van de bijbouw. Wellicht betrof het de oranjerie en de ijskelder. Nog jarenlang was Johannes bezig met uitbreidingen en verfraaiingen. Zo kwamen er in 1885 beeldhouwers uit België over om de lambrizeringen in de woning te maken. Nadat de gebouwen waren verrezen, breidde Johannes Piek de oppervlakte van het omliggende terrein in 1887 behoorlijk uit door aankoop van het achterste gedeelte van de buitenplaats “Vredelust”, bestaande uit een lustplaats, weiland en boshakhout. De oppervlakte van de aankoop bedroeg 1 hectare 93 are en 28 centiare. Verkoper was Johannes Theodoor Piek, een broer van Johannes. De koopsom bedroeg 6.000 gulden.
Nadat de villa voor bewoning gereed was, verhuisden Johannes Piek en zijn echtgenote, Maria Carolina Jacoba Kalkoven, naar hun nieuwe woning. In september 1883 overleed, na een landurige ziekte, de echtgenote van Johannes Piek. Een jaar later hertrouwde hij in Den Haag met de twintig jaar jongere Maartje Helena Binnendijk, geboren in Alphen als dochter van de geneesheer Leendert Binnendijk. Nog zeven jaar hebben zij “Villa Nuova” bewoond, waarna zij in oktober 1891 naar Nijmegen verhuisden. Ook dit huwelijk bleef kinderloos.

- publiek verkocht; huis van burgemeester en kantonrechter

Na het vertrek van het echtpaar Piek werd de villa openbaar geveild. Er waren echter geen kopers geïnteresseerd. Een half jaar later, mei 1892, vond Johannes Piek toch een koper voor de villa met aanhoren in de persoon van de Oudshoornse landbouwer Willem Kammeraad. Kammeraad bewoonde “Villa Nuova” niet zelf, maar verhuurde de villa aan Jacobus Willem Cornelis Bloem, burgemeester van Oudshoorn. Het gezin Bloem bleef de villa bewonen tot het vertrek naar ’s-Gravenhage in juli 1903.
Inmiddels was de eigenaar van de villa, Willem Kammeraad, overleden en hertrouwde zijn weduwe met Leendert Swart. Op 2 mei 1903 werd de villa door Leendert Swart verkocht aan Henri Elbertus Noman, directeur van de Maatschappij “Plantageweg” in Rotterdam. Het koetshuis met aanhoren werd niet verkocht. Er brak een periode aan waarin beleggers eigenaar van de villa werden. Noman deed in 1904 de villa van de hand aan Hendrik en Leendert Smit, die in ’s-Gravenhage woonden en Willem Frederik Noman, wijnhandelaar in Scheveningen. Het driemanschap verkocht de villa nog hetzelfde jaar aan Carl Wilhelm Fortmann, koopman in ’s-Gravenhag, die de villa in februari 1910 verhuurde aan de pas benoemde kantonrechter Johannes de Bergh. Met de financiële situatie van Fortmann ging het inmiddels niet goed. Hij kon niet meer aan zijn verplichtingen voldoen, zodat de hypotheekhouder de villa in het openbaar liet verkopen. In hotel “’s-Molenaarsbrug” vond op 23 augustus 1910 de veiling plaats en op 30 augustus de toewijzing. De villa werd ingezet door Cornelis Christiaanse junior te Leiden op 6.800 gulden, verhoogd door de Alphense metselaar Kors Tolk tot 7.100 gulden, daarna door Gerrit de Jeu, timmerman te Oudshoorn, tot 7.400 gulden. Op de dag van de toewijzing werd de villa afgemijnd op 550 gulden zodat de koopsom kwam op 7.950 gulden. De gemeente Oudshoorn werd de nieuwe eigenaar.
Overweging van de gemeente om tot aankoop over te gaan, was het gegeven dat het toenmalige raadhuis van Oudshoorn niet meer aan de eisen voldeed terwijl het evenmin door een verbouwing geschikt te maken was. Door aankoop van “Villa Nuova” zou het mogelijk worden om op het terrein van de villa een nieuw raadhuis te bouwen. Ook zou de villa zelf misschien geschikt zijn als raadhuis, terwijl in dat geval het omliggende terrein een andere bestemming zou kunnen krijgen. Vooralsnog bleef de woning verhuurd aan kantonrechter De Bergh. In 1921 werd de huur van de woning met nog slechts een jaar verlengd. Deze korte periode was een gevolg van het voornemen van de gemeente om “Villa Nuova” te verkopen. In december 1920 werd de tekst voor een advertentie in een aantal landelijke bladen opgesteld. De verkoopprijs werd vastgesteld op 25.000 gulden. Na een aantal biedingen werd de woning verkocht aan de vernisfabrikant Willem Marinus van Rijn. Hij bewoonde met zijn gezin de villa tot zijn vertrek naar Oostenrijk in april 1930. Zijn echtgenote was kort daarvoor, in december 1929 overleden. “Villa Nuova” kreeg nieuwe bewoners toen zoon Jacob van Rijn in 1932 trouwde en met zijn echtgenote de villa betrok en de eigendom verwierf. In september 1946 werd de villa voor 50.000 gulden gekocht door "N.V. Dakpannen- en Kleiwarenfabrieken voorheen D. van Oordt en Co." Het bedrijf gebruikte de woning voor huisvesting van personen, die er veelal een korte periode woonden. In juli 1957 werd "Villa Nuova" in gebruik genomen als bedrijfskantine van Van Oordt & Co. Bovendien werd in hetzelfde jaar de villa gesplitst, zodat er nog twee gezinnen konden worden gehuisvest.

- verval, monumentenstatus en restauratie

In de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw kreeg “Villa Nuova” te lijden van achterstallig onderhoud. De eigenaar ontwikkelde plannen voor afbraak, maar de Historische Vereniging voor Alphen aan den Rijn en omstreken verzocht als reactie daarop in 1989 het Ministerie van WVC om de panden aan te wijzen als beschermd monument. Door de eigenaar werd de monumentenstatus niet geambieerd omdat het in exploitatie nemen van de panden uit economisch oogpunt te hoge kosten met zich mee zou brengen.
Toch besloot het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn in juni 1993 om de villa op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen, wat uiteindelijk in 1995 werd gerealiseerd. De villa werd kort daarna eigendom van Amvest vastgoed b.v. In 2003 werd “Villa Nuova” verkocht aan Aannemersbedrijf J. van Wieringen b.v. te Alphen aan den Rijn. In opdracht van dit bedrijf ontwikkelde architektenatelier Greve Steenvoorden Verbij te Boskoop restauratieplannen voor de villa. Naar verwachting zal de restauratie in de loop van 2007 zijn voltooid. In de villa worden vijf luxe appartementen ondergebracht.

Literatuur:
  • A.J.J. van ’t Riet, ‘Villa Nuova, Oudshoornseweg nr. 174’, in: De Viersprong 89 (2006), 104-109.


Reactie plaatsen




bijlage of video toevoegen





Houd mij op de hoogte van reacties op mijn inzending

Ik ga akkoord met de voorwaarden

* Verplicht invullen

Zoeken

Plaats

Overige bouwwerken

Terug naar

Overige bouwwerken

Haastrechtse molenFirma H.J. NederhorstPannenbakkerij Kloot OudshoornMolenviergang Tweemanspolder Zevenhuizen