Vanaf de Industriële Revolutie ondergingen veel notabele buitenplaatsen een triest lot: ze werden omringd door bedrijfsgebouwen. Het statige familiebezit werd directeurswoning, daarna kantoor en het eindigde soms als opslagplaats of personeelskantine. Zo ook het Alphense "Rust-en Werk".
Het Alphense buitenhuis "Rust-en-Werk" stond bij steen- en
dakpannenbakkerijen in de Hoorn. Het werd nieuw opgebouwd en
veranderde van naam, het ging "Rheinheim" heten en daarna "Huis ten
Rhijn".
Uit de tijd dat dames nog immer hoeden droegen en dan nog wel
hoeden waarin veel vogelveren verwerkt waren, dateert het park van
de levende vogels achter het "Huis ten Rhijn". De Haagse
hoedenfabrikant G. van den Brink vond het toch wel leuk om zich ook
thuis te omringen met uitheemse vogels. Omstreeks 1950 groeide zijn
vogel- en plantentuin in de Hoorn uit tot een attractie van de
eerste orde. In het park werden grote feesten georganiseerd met
internationaal vermaarde orkesten en kunstenaars. In het weekeinde
overspoelden de belangstellenden van heinde en verre het dorpse
Alphen aan den Rijn, de zondagsrust werd wreed verstoord, er werd
gedanst, het kleine politiekorps kwam handen te kort om het verkeer
in banen te leiden en het gemeentebestuur voelde zich niet langer
baas in eigen huis.
Even snel kwamen er interne tegenslagen die leidden tot
faillissementen. De gemeente, eerst gevleid door wereldse
belangstelling, toen bevreesd voor de ongrijpbare ontwikkelingen,
schichtig geworden door sensationele artikelen in de landelijke
pers, nam met grote schroom het park in 1953 over maar gaf deze
wezensvreemde attractie in 1956 graag aan de Voorschotense
garagehouder/restaurateur M.C. van der Valk in exploitatie. Hier
vond Van der Valk zijn toekan en logo dat een generatie later tot
een begrip geworden is.
Achter Avifauna was een waterplas ontstaan in een zandput die het
zand geleverd had voor de opritten van de Koningin Julianabrug. In
het park werd een kanovijver ingericht, een speeltuin, later een
manege en speelhallen, er gingen rondvaartboten varen en het
parkrestaurant met vijvers en waterorgel kon concurreren met toen
gerenommeerde zalen als Treslong.
Het buiten "Huis ten Rhijn" werd als wegrestaurant een geliefde
pleisterplaats voor het doorgaande verkeer naar de kust en de
bollenstreek
Avifauna kreeg grote naamsbekendheid - en Alphen aan den Rijn werd
daarbij in één adem genoemd. Nu is Avifauna niet meer het enige
visitekaartje van Alphen, maar Avifauna heeft Alphen wel uit
oudtijdse dommel gewekt.
(H.J. Habermehl)
Bron:
Gerrit van den Brink heeft in 1938, met gevaar voor eigen leven, op het vliegveld van Wenen garant gestaan voor hetjonge joodse echtpaar Kreisberg, dat naar Nederland wilde. Ze werden in eerste instantie hier geweigerd, maar toen heeft Gerrit hen toch, via zijn connecties, weten binnen te krijgen. Hij heeft ze helpen onderduiken. In Avifauna kreeg NSBer Jacob Albert Postma door Gerrit weer kans om na de oorlog een bestaan op te bouwen. Jacob was hem zeer dankbaar en heeft ook over zijn periode in Avifauna verteld. Is bovenstaande bij U bekend? Ik zou daar graag meer over te weten komen. Mijn moeder heeft bij Kreisberg in Utrecht een tijdje gewerkt en kende oom Gerrit via de familie van den Brink in Utrecht.
Dit verhaal over Avifauna roept bij mij allerlei herinneringen op aan de begintijd toen het nog niet van der Valk was.Het park was er al wel, voor 1950, in mijn beleving maar toen was het een natuurgebied met mooie grote bomen en een groot herenhuis aan de straatkant.
Het is in 1950 een attractiepark geworden omdat er zoveel mooie vogels te bewonderen waren. De Heer van den Brink deed dat natuurlijk niet voor niets want hij had die vogelveren nodig voor de fabricage van modieuze hoeden en dat was zijn hoofddoel.Om de kosten te dekken werd het park opengesteld tegen een kleine vergoeding voor de Alphenaren.
Ik heb het geweten. In 1950 zat ik nog dienstplichtig in Indonesie maar vanaf 1951 tot 53 ben ik een frequent bezoeker geweest van het park in de weekenden. Wat voor de jongeren nu de disco is, die toen nog niet bestond,was voor ons jongelui Avifauna. Voor de vogeltjes hadden we geen belangstelling maar wel voor de feesten die daar gevierd werden.Een grote bar in de bovenzaal van het restaurant was ons trefpunt.Van heinde en ver in de omtrek kwamen de mensen erop af.In Alphen was iets te beleven! De grootste orkesten van die tijd hebben er opgetreden. O.a. Ted Heath en zijn orkest, The Ramblers, Het Metropoolorkest en Floyd Petterson.En Boyd Bachman was met zijn orkest het huisorkest dat iedere week optrad. Zelfs de Avro verzorgde op de radio zondagsavonds van half 7 tot 7 een uitzending vanuit Avifauna. Wie weet dat nu nog?
Uit Den Haag en Amsterdam kwamen de meisjes van plezier omdat ze hier hun klandizie konden uitzoeken.
Het is voor de Heer van den Brink natuurlijk uit de hand gelopen. Als hoedenfabrikant had hij geen kijk op horeca. Hij is toen op groteske wijze door het personeel in de maling genomen.Iedereen rommelde maar wat af.Ik wil geen namen noemen maar ik weet genoeg feiten.
Het eindigde dus in een faillisement maar ik denk nog vaak terug aan de geweldige feesten die ik daar als jonge vent van 22/23 jaar mee gemaakt heb. Ik verdiende toen 50 gulden per week maar dat bracht ik bijna helemaal naar Avifauna. Zonder spijt overigens.
Ik ben nu 82 maar ik denk er nog vaak met veel plezier aan terug.
Het was voor onze zeer christelijke gemeente Alphen natuurlijk een doorn in het oog dat er op zondag gedanst werd.Vroeger was om half 12 sluitingstijd maar dat werd met voeten getreden.
Eigenlijk is het allemaal wel weer goed gekomen maar dat is een ander onderwerp.