De Goudse stadslibrije

De Goudse stadslibrije

De Goudse stadslibrije (= stadsbibliotheek) is in 1594 ontstaan. De stad was in 1572 overgegaan naar de Prins, hetgeen betekende dat het stadsbestuur protestant geworden was. Veel katholieken vluchtten de stad uit. Zo ook de priesters en de monniken. De bezittingen van kerk en kloosters werden geconfisqueerd en veelal verkocht. Behalve de boeken; die werden gebruikt om een stadsbibliotheek mee in te richten. In 1594 werden als eerste de boeken van de bibliotheek van de St.-Janskerk ingenomen. Later volgden de boeken van het Collatiehuis (1631) en van het klooster Stein (1643).

In 1612 is er een college van librijemeesters ingesteld en verscheen het eerste reglement. Een belangrijke man in de beginperiode van de stadslibrije was Dirck (Theodoricus) Hopkooper. Hij was custos van de librije en heeft in die functie de administratie gedaan. Een opmerkelijk feit is de instelling van het 'sleutelgeld'. Tegen betaling van een zekere som geld, kreeg men de sleutel van de toegangsdeur naar de librije, die in de St.-Janskerk gevestigd was. Van deze inkomsten konden de librijemeesters nieuwe boeken kopen.

De boeken uit de kerk- en kloosterbibliotheken bestreken vrijwel alle wetenschapsgebieden, maar de nadruk lag toch voornamelijk op de humaniora. Nieuwe aankopen lagen vooral op dat gebied. Halverwege de zeventiende eeuw kreeg men door de reizen van de VOC ook belangstelling voor de gebiedsdelen in Azië. De Grote Atlas van Blaeu werd aangekocht, evenals boeken over China, Japan en Indië.
Met de Verlichting (vanaf eind 18e eeuw) kreeg men ook meer belangstelling voor het natuurwetenschappelijk en medisch onderzoek. Spectaculair was het legaat van burgemeester A. Prins, die in 1780 het kroonwerk van de Verlichting aan de librije naliet: de Encyclopédie ou dictionnaire raisonné des sciences, des arts et des métiers..., samengesteld door Denis Diderot en J.B. Lerond d'Alembert.

In de negentiende eeuw kwam het zwaartepunt van het verzamelen steeds meer op (vaderlandse) geschiedenis te liggen. Vooral toen halverwege de eeuw de bibliotheek van B.A.C. de Lange van Wijngaarden (de zoon van de stadshistoricus) geveild werd.
Aan het eind van de negentiende eeuw noopte ruimtegebrek tot verhuizen van de librije uit de St.-Janskerk, waar zij eeuwenlang gehuisvest was. Stadslibrije en gemeentearchief kwamen samen in één pand. Vanaf dat moment zijn archief en librije steeds meer met elkaar verbonden geraakt, tot in de jaren '70 van de vorige eeuw het college van librijemeesters werd opgeheven en de librije definitief als collectie ondergebracht werd in het archief. Sindsdien zijn de stadslibrije en de archiefbibliotheek samengevoegd en - mede door de omvorming van het gemeentearchief tot Streekarchief Hollands Midden - uitgegroeid tot belangrijkste regionaal-historische bibliotheek in Oost-Zuidholland.

Literatuur:
  • W.A. Zuijderhoudt-Hulst, Geschiedenis van de Goudse Librije gedurende het verblijf in de St.-Janskerk, Meppel 1976 (diss. Groningen). Ook verschenen als Zestiende verzameling bijdragen van de Oudheidkundige Kring "Die Goude", Gouda 1976.
  • J.W.E. Klein, Geen vrouwen ofte kinderen, maer alleenlijk eerbare luijden : 400 jaar Goudse librije 1594-1994, Gouda 1994.
  • J.W.E. Klein, De kunst van het verzamelen: de Goudse stadslibrije, in: P.H.A.M. Abels, K. Goudriaan, N.D.B. Habermehl, J.H.Kompagnie (red.), Duizend jaar Gouda : een stadsgeschiedenis. Hilversum, 2002, p.478-483.

Reactie plaatsen






Zoeken

Plaats

Onderwijs en cultuur

Terug naar

Onderwijs en cultuur

Houtzaagmolen NieuwveenStadhuis SchoonhovenHervormde Kerk ZevenhuizenMoerkapelle