Als in 1572 de kerk tijdelijk wordt gesloten in verband met ongeregeldheden die een gevolg zijn van de overgang van Gouda naar de Prins van Oranje staat het werk stil. Nadat er tussen 1590 en 1593 een lichtbeuk op het middenschip is gebouwd wordt de beglazing van de kerk voortgezet. Sponsors zijn de belangrijkste steden van Holland: Dordrecht, Haarlem, Rotterdam, Amsterdam, Leiden en Delft. Ook het Hoogheemraadschap van Rijnland, de Staten van Holland en die van het Noorderkwartier zijn vertegenwoordigd. De glazen bevatten nu niet alleen bijbelse, maar ook allegorische onderwerpen of gebeurtenissen uit de vaderlandse geschiedenis. De kerkbesturen zijn door de eeuwen heen steeds zeer zuinig geweest op dit kostbare kunstbezit. De conservering vindt plaats naar voorbeeld van het originele ontwerp. Dat is de reden dat de glazen, hoewel vaak gerestaureerd, er nog als nieuw uitzien. De kerkmeesters vragen steeds wanneer een glas is voltooid om het carton, bestaand uit lange stroken, aan hun af te staan. Soms krijgt de glasschilder er nieuw papier voor in de plaats, meestal wordt er voor betaald. De Sint-Janskerk is de enige kerk ter wereld die in het bezit is van alle ontwerptekeningen van haar glazen op ware grootte; al deze tekeningen in een vierkant gelegd meten 1159 m?. De glazen zijn al gauw een bezienswaardigheid, in 1681 verschijnt het eerste gidsboekje voor vroege ?toeristen?
Toen na de Reformatie Goudse kloosters een andere bestemming kregen of werden afgebroken, kwamen op bevel van het stadsbestuur zeven kleine glazen, afkomstig uit de kapel van het Regulierenconvent naar de Sint-Janskerk. Ze kregen een plaats in twee ramen in het koor, vanaf 1934 zijn ze te zien in een speciaal daarvoor gebouwde kapel achter de kerk. Behalve enkele glazen uit de twintigste eeuw bezit de kerk in Gouda 50 % van al het zestiende-eeuwse gebrandschilderde glas uit geheel Nederland.
Auteur: H. van Dolder - de Wit
Archieven: