De 'Drooggemaakte Polder aan de Westzijde van Aarlanderveen' wordt bemalen door vier molens die trapsgewijze het laaggelegen overtollige polderwater opvoeren naar de Oude Rijn. Deze achttiende eeuwse zogenaamde molenviergang vormt een uniek geheel, inmiddels eigendom van de Stichting Molenviergang Aarlanderveen.
Op 14 december 1734 dienden schout en ambachtsbewaarders van
Aarlanderveen bij het Hoogheemraadschap van Rijnland een verzoek in
om in een gedeelte van de Zuid- en Noordeinderpolder aan de
westkant van het dorp turf te mogen baggeren. Op 5 maart 1735 werd
het consent verleend. Het consent gold voor de periode van dertig
jaar, maar werd daarna met twintig jaar verlengd. Na een halve eeuw
was de vervening grotendeels voltooid en in 1784 werden plannen
voor bemaling van de door de vervening ontstane waterplas gemaakt.
Door het turfbaggeren lag de polder zo diep dat drie molens nodig
waren om het water op te voeren zodat het op de Oude Rijn kon
worden uitgemalen. De drie molens werden in de jaren 1785-1786
aanbesteed en gebouwd. De molens zijn grondzeilers op een stenen
voet en voorzien van een achtkante met riet gedekte opbouw.
De eerste molen (Achtermiddenweg 4) werd gebouwd door Arij van der
Straaten uit Boskoop, Willem van der Star uit Nieuwerbrug en
Leendert van der Starre uit Zevenhuizen. De molen brandde op 4
februari 1924 af en werd herbouwd door de Aarlanderveense
molenmaker H.W.C. Vergunst.
De tweede molen (Achtermiddenweg 2) brandde op 28 oktober 1868 ook
af. Herbouw vond een jaar later plaats door de molenmaker Willem
Frederik Looman jr. uit Deventer. Vanwege verzakking van de
fundering werd de bovenbouw van de molen in 1956 rechtgezet. Het
verzakken ging echter door met als gevolg dat in de jaren 1974-1975
de molen werd voorzien van een geheel nieuwe fundering.
De derde molen (Kortsteekterweg 24) werd gebouwd door Gerrit van
Eijk uit Korteraar en Leendert van der Starre uit Zevenhuizen. De
molen brandde op 8 juli 1823 af. De molen werd herbouwd door de
molenmaker Johannis Damen Dz uit Leur.
In de jaren 1789-1791 vielen de gronden droog. Toch verzochten de
ingelanden nogmaals om verlenging van het consent. In een nog niet
geheel uitgeveend gedeelte van het gebied, de zogenaamde 160 morgen
of de "Put", werd de turfwinning voortgezet. Nadat ook hier de
turfwinning ten einde was gekomen, werd aan de huidige
Kerkvaartsweg, molen nummer 4 gebouwd. De bouw van deze molen was
nodig omdat de "Put", ongeveer een meter lager lag dan de rest van
de polder. De molen werd gebouw door Jan de Bruijne uit Gouda en
Leendert van Leeuwen Lz uit Aarlanderveen. Deze molen werd als
vijzelmolen gebouwd. De droogmakerij kreeg de naam "Drooggemaakte
Polder aan de Westzijde van Aarlanderveen".
Door het afbranden van de drie oudste molens is deze jongste molen
uiteindelijk toch de oudste geworden. Het scheelde niet veel of de
vierde molen was hetzelfde lot ondergaan als de drie andere. In het
najaar van 1990 werd de molen door de bliksem getroffen. Gelukkig
werd alleen de kap door de brand vernield. De molen werd het jaar
daarna hersteld. De molens zijn sinds 1963 eigendom van de
Stichting Molenviergang Aarlanderveen.
Literatuur:
Website: