Het ambacht Hazerswoude beschikte al in de zestiende eeuw over een korenmolen aan de Rijndijk. Het was een zogenaamde dwangmolen waarop de inwoners verplicht waren hun koren te laten malen. Na het afschaffen van de ambachtsheerlijke rechten in de Franse tijd kwam de weg vrij voor het bouwen van een tweede korenmolen, nu in Hazerswoude-dorp.
De korenmolen "Nieuw Leven" in Hazerswoude dateert uit 1816. In dat jaar kocht Arij Jongejan Lz voor duizend gulden een bouwmanswoning in Hazerswoude-dorp. Omstreeks hetzelfde jaar kocht Arij van het bestuur van de Boter- of Butterpolder een uit de zeventiende eeuw daterende wipwatermolen, die door de droogmaking van de polder overbodig was geworden. De molen werd door Arij in onderdelen overgebracht naar zijn nieuw gekochte woning en hij bouwde de molen daar weer op een nieuw gemetselde ondertoren op. Op deze manier ontstond een wipstellingmolen die werd ingericht tot korenmolen.
Jongejan, inmiddels aangeduid als meelhandelaar, verkocht de molen met het molenaarshuis, schuur en erf in 1831 voor 5.500 gulden aan de Zoetermeerse korenmolenaarsknecht Theunis de Oude. Drie jaar later werd de molen in het Rechthuis van Hazerswoude in het openbaar geveild. Koper werd Joannes van Rhijn, de eigenaar van de Stenen- of Rembrandtmolen aan de Hazerswoudse Rijndijk. Van Rhijn verkocht de twee molens in april 1835 aan de Delftse broodbakker Bartholomeus Braat. In de periode dat Braat eigenaar was, kreeg de korenmolen de naam "Windlust". Nadat in 1853 een veiling van de molen mislukte - er kwamen geen kopers opdagen - verkochten de erfgenamen van Braat in 1871 de molen aan Simon Vellekoop, die vermoedelijk al vóór dat jaar pachter van de molen was. Hij veranderde de naam "Windlust" in "De Zwaluw". Toen Simon in 1889 overleed, werd het maalbedrijf overgenomen door zijn zoons Johannes en Leendert. Leendert, de jongste zoon, overleed in 1893 tengevolge van een ongeval in de molen. Hij kreeg bij het plaatsen van een ijzeren spil in de pas gebilde molenstenen een blok met een ijzeren haak tegen het achterhoofd, waardoor hij een dag later overleed. Johannes, en later zijn zoon Simon, exploiteerden de molen tot 1932. In dat jaar werd de molen eigendom van de Middenstandsbank in Bleiswijk. De molen werd verpacht aan Hendrik Verheul, die sinds 1900 bij de familie Vellekoop in dienst was als molenaarsknecht. De pachter werd in 1940 eigenaar van de molen. Hij bemaalde de molen samen met zijn zoon Krijn. De molenwieken werden in de jaren veertig "verdekkerd", gestroomlijnd naar een uitvinding van de Leidse, maar in Hazerswoude geboren, molenmaker A.J. Dekker. Bij die gelegenheid veranderde de naam van de molen in "Nieuw Leven".
In 1962 werd de molen (exclusief de grond met het windrecht, maar met het recht van opstal) voor het symbolische bedrag van één gulden eigendom van de gemeente Hazerswoude. Omdat de molen jarenlang niet meer in bedrijf was geweest, verkeerde deze in slechte staat en moest gerestaureerd worden. De restauratie werd in 1964 uitgevoerd door de molenmaker J. de Gelder uit Oegstgeest. Omdat de molen door stilstand in de jaren na de restauratie weer achteruit ging, volgde in 1990 weer een restauratie, nu uitgevoerd door molenmakersbedrijf Van Beek uit Rijnsaterwoude.
leverde korenmolen nieuw leven in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw ook haar producten direct aan de plaaselijke middenstand (bakkers - kruideniers?) Zijn er gegevens beschikbaar over de middenstand van Hazerswoude dorp in de jaren 1950-1965?
Groet, C.Hermsen