Aan het Westeinde van Moordrecht aan de Hollandsche IJssel bevond zich van oudsher een korenmolen. De oudste afbeelding die hiervan bekend is, is omstreeks 1730 gemaakt door A. Rademaker naar de toestand in 1631.
De eerste vermelding van een korenmolen in Moordrecht dateert
uit 1561. In een kohier van de 10e penning is vermeld dat Hendrik
Jansz voor dat jaar is vrijgesteld omdat hij pas in dat jaar zijn
korenmolen aan de IJsselkant van de dijk heeft gebouwd. Op 12 april
1608 krijgt ene Ploon Hendriksz toestemming om zijn korenmolen te
verzetten om meer wind te kunnen vangen. In het jaar 1625 is Dirk
Leenderts de molenaar. Later komen we hem tegen als Dirk de
Molenaar. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Hendrik Dirksz..
Achter zijn naam wordt later Trompert geschreven. Tot 1809 blijft
de molen in het bezit van de familie Trompert.
De molen is in 1661 waarschijnlijk vergroot of uitgebreid. In het
raadhuis van Moordrecht bevindt zich namelijk een ijzeren spil met
het jaartal 1661. Dit onderdeel van de molen is bewaard gebleven
omdat het was hergebruikt in de maalderij die de molen
opvolgde.
In 1745 is er in het rechthuis een geschil tussen de weduwe van
Cornelis Trompert en de broodbakkers van Moordrecht, daar ze 2
schepel (oude inhoudsmaat) van iedere zak meel te veel voor
"stuyff"zou hebben afgehouden.
In 1809 wordt de molen in het dorp door de herbergier Anthony
Trompert verkocht aan Arie den Boer uit Zuidland. Opmerkelijk is
dat hierbij ook een stuk land wordt verkocht met het recht van een
"koornmolen"gelegen in 't Agterland. Dit betreft een tweede
korenmolen van Moordrecht, die vroeger in het veen bij Moordrecht
stond en ook eigendom van de familie Trompert was. Deze molen is
door het steeds dieper uitbaggeren van turf weggespoeld.
De molen in het dorp is vanaf 1813 in handen van Maria Gabry
gekomen, waarschijnlijk door erfopvolging. In 1824 wordt de
korenmolen gekocht door Izaäak Vrijlandt, broodbakker uit Pernis.
Kleinzoon Izaäk breekt in 1868 de molen af en vervangt hemdoor een
stoommolen. Bij de bouw van het daarbij behorende graanpakhuis
werden de wieken van de oude molen daarin verwerkt.
In 1910 is de maalderij met woonhuis door Piet Vrijlandt verkocht aan D.G. Six uit Harmelen. Deze heeft in 1931 de stoommachine met ketel vervangen door een dieselmotor. Aan de maalderij veranderde praktisch niets. Zoon Piet heeft het bedrijf in 1940 overgenomen en nog tot 1977 voortgezet. Inmiddels is het pakhuis verkocht en omgebouwd tot twee woonhuizen.
Auteur: P. Vink
Archieven:
Literatuur:
Websites:
Korenmolens in Moordrecht worden al in 1311 en 1330 genoemd: zie Unger, Regesten Rotterdam en Schieland nrs. 209 en 405