Van slotkapel tot parochiekerk
De oorsprong van de huidige Sint-Janskerk ligt in de dertiende
eeuw. Dan staat er op de plaats van het huidige westelijk gedeelte,
een klein bakstenen zaalkerkje. Het is de slotkapel van het
nabijgelegen kasteel dat toebehoort aan de eerste machthebbers over
de stad. Als Gouda in 1272 stadsrechten krijgt ontstaat er behoefte
aan een parochiekerk, de kapel wordt als zodanig in 1278 in gebruik
genomen. Na de stadsbranden van 1361 en 1438 wordt de kerk niet
alleen hersteld maar ook fors uitgebreid. Het koor wordt in 1510
gewijd, daar staat ook het hoofdaltaar van de patroonheilige van de
kerk: Johannes de Doper.
Grote veranderingen
In januari 1552 wordt de kerk voor de derde maal door brand
getroffen, nu door blikseminslag in de toren. Bij de herbouw vinden
enkele ingrepen plaats, die het interieur veranderen ten opzichte
van de oude situatie. Sponsors maken het mogelijk om de kerk weer
te voorzien van gebrandschilderde glazen. Als Gouda in 1572 de
zijde van de Prins van Oranje kiest, wordt de kerk een jaar later
aan de protestanten toegewezen. Van 1590 tot 1593 wordt het
middenschip verhoogd met een lichtbeuk. Ook het plaatsen van
gebrandschilderde glazen wordt voorgezet.
Toren en klokken
Tijdens de uitbreiding van de kerk in 1350 wordt begonnen met de
bouw van een toren, die is later verhoogd tot vier geledingen.
Hoewel hij na de brand van 1552 is hersteld, blijft hij bouwvallig.
Na nog enkele malen in de steigers te hebben gestaan, blijkt de
toestand halverwege de zeventiende eeuw stabiel. Er worden dan 34
klokken geplaatst van de beroemde Pieter Hemony. Het carillon dat
nu in de toren hangt bevat 50 klokken, zestien daarvan zijn nog van
Hemony. Dit carillon is eigendom van de gemeente Gouda. De vier
luiklokken behoren bij de kerk. Die worden nu langs elektrische weg
in werking gezet, vroeger waren daar vijf klokluiders in vaste
dienst voor nodig.
De orgels van de kerk
Om de kerk, die tevens dient als visitekaartje voor de stad nog
meer aanzien te geven, wordt ook aandacht besteed aan de orgels.
Het orgel dat na de brand van 1552 wordt gebouwd, is in 1736
vervangen door het huidige instrument van Jean François Moreau in
de westzijde van de kerk. In 1975 is voor speciale diensten en
concerten een kleiner orgel van Ernst Leeflang Orgelbouw in het
koor geplaatst.
Meubilair
In de achttiende eeuw ontstaat een 'deftig' interieur met een nieuw
koorhek en vijf herenbanken voor de elite van de stad. In het begin
van de negentiende eeuw worden de preekstoel en het doophek
vernieuwd. In 1832 komt aan het begraven in en om de kerk een eind,
het is dan niet meer nodig dat banken en stoelen los staan. In 1853
wordt rondom de preekstoel een 'amfitheater' van banken gebouwd,
dat, zij het in aangepaste vorm nog steeds in gebruik is.
Auteur: H. van Dolder - de Wit
Archieven:
Literatuur:
Websites: