Exterieur Remonstrantse kerk.
De preekstoel in de Remonstrantse kerk.
Bestuur van de Remonstrantse Gereformeerde Gemeente.

De remonstranten in Schoonhoven

De strijd tussen Spanje en de Nederlandse gewesten ging vooral om wie machtspolitiek en kerkelijk-religieus de lakens zou uitdelen. In beide gevallen botste de wens van de vorst (de Habsburgers) naar centralisatie middels dwingende voorschriften met de aloude gewestelijke traditie van lokale autonomie. Zo was er sinds de Reformatie bij de vorst de tendens om geloofsopvattingen af te dwingen t.b.v. het (politieke) eenheidsstreven versus de neiging om ruimte voor gewetensvrijheid te creëren, principieel het streven van Willem van Oranje.
Hoewel in de Republiek `vrijheid van consciëntie' bestond, hadden de calvinisten geleidelijk de rol van officiële kerk overgenomen van de rooms-katholieken. Er ontstond evenwel geen staatskerk zoals in de ons omringende landen, zowel katholiek als luthers, gebruikelijk was. Veel regenten wilden kost wat kost voorkomen om na een Roomse inquisitie met een Geneefs-calvinistische variant daarvan te worden opgezadeld. De structuur en hierarchie van de gereformeerde kerk pasten overigens als gegoten bij het Hollandse politieke systeem, de al eerdere genoemde gewestelijke autonomie voor de basis (steden en adel). De lokale gemeenten werden namelijk bestuurd door een kerkenraad, bestaande uit predikant(en), ouderlingen en diakenen (armenzorg).

Binnen de (in die 17e-eeuwse verhoudingen) nog jonge, naar zijn vaste vorm zoekende kerk, was er sprake van een theologisch conflict tussen twee hoogleraren, namelijk Jacobus Arminius en Franciscus Gomarus, welke betrekking had op de zogenaamde predestinatie of voorbeschikking.
Gomarus wenste vast te houden aan de opvatting van Calvijn dat God had besloten de ene mens uit te verkiezen en de ander te verwerpen, waarbij de mens zelf geen enkele invloed kon hebben op zijn eigen zaligheid. Arminius had grote moeite met het uitschakelen van alle menselijke verantwoordelijkheid en was van mening dat ieder mens de vrijheid zou hebben om het geloof en daarmee Gods genade te aanvaarden of te verwerpen, dus dat de mens beschikte over een vrije wil. Noch geloof en goede werken, noch ongeloof en zonde hadden volgens hem invloed op de goddelijke uitverkiezing.
Dit theologische geschil van`rekkelijken' (= vrijzinnig van opvatting) en `preciezen' (= recht in de leer) groeide uit tot grote verdeeldheid binnen het gewest Holland en zou bekend worden als de strijd tussen respectievelijk Remonstranten en Contra-remonstranten, nadat Arminiaanse predikanten een zogenaamde 'remonstrantie' of bezwaarschrift bij de Staten hadden ingediend.
Deze kwestie - die voor de naar heilszekerheid zoekende zeventiende-eeuwer van levensbelang was - werd een belangrijk onderdeel van de reeds decennia bestaande tegenstelling tussen `kerkelijken' en `politieken' over de verhouding tussen kerk/overheid en het gezag van de Bijbeluitspraken.

Schoonhoven behoorde tot de groep van acht steden, die in de Staten het meest op de hand van de "rekkelijken", later "remonstranten" genoemd, waren. De Staten waren bepaald niet eensgezind. Er was namelijk een oppositiegroep ontstaan bestaande uit voornamelijk Noord-Hollandse steden, die op de hand waren van de contraremonstranten. Prins Maurits, die politiek steeds meer overhoop kwam te liggen met Oldebarnevelt, onder andere wegens diens vredespolitiek en pro-Franse buitenlandse koers, sloeg munt uit het kerkelijke conflict. Hij koos de zijde der contraremonstranten en wist door een staatsgreep Oldebarnevelt en diens remonstrantse medestanders uit te schakelen.
Verreweg de meeste remonstrantse gemeenten van die beginperiode liggen in het Groene Hart van Holland en in wat wij nu de Randstad plegen te noemen. Schoonhoven kan gelden als vooorbeeld. Voor en na 1618 werd het een kat- en muisspel. Voor de ingreep van Maurits is er een duidelijke meerderheid met een remonstrantse voorkeur, hetgeen blijkt uit conflicten tussen magistraat en bevolking en saboteerde de magistraat vooral de 'dolerenden' of afwijkenden, hier de contra-remonstranten. Na 1618 deed het nieuw aangestelde stadsbestuur zijn best zoveel mogelijk prediking van remonstrantse zijde te frustereren.

Auteur: drs. H.M. van der Linde

Archieven:

  • ac 1049 - Remonstrantse gemeente, 1690 - 1844.
  • ac 1051 - Remonstrants-gereformeerde gemeente Schoonhoven en Nieuwpoort, 1833 - 1977.

Literatuur:

  • Ac 200, inv.nr. 7016 - Verdwenen dorpsgemeenten. Artikel van E.H. Coss?e in het Remonstrants Weekblad 38 nr. 15 (1979) over de remonstrantse gemeente Nieuwpoort, later samengevoegd met de remonstrantse gemeente Schoonhoven; fotokopie.
  • G. Bloemendaal, Remonstranten in de Zilverstad. In: Historische Encyclopedie Krimpenerwaard, nr. 2, 1990, 15e jrg.
  • Leen P. Ouweneel, De strijd tussen Remonstranten en Contraremonstranten in Schoonhoven. In: Historische Encyclopedie Krimpenerwaard, nr. 3, 2007, 31e jrg.

Reactie plaatsen






Zoeken

Plaats

Kerken en religieuze gebouwen

Terug naar

Kerken en religieuze gebouwen

Waddinxveense brugVrijhoeven in de negentiende eeuwRussische boerderijen NieuwveenJoodse oorlogsmonumenten Alphen