De in 1665 voltooide Oudshoornse kerk werd in de jaren 1666-1671 voorzien van gebrandschilderde glazen. Ze zijn uniek omdat ze als geheel bewaard gebleven zijn. Bovendien zijn ze uit heraldisch en genealogisch oogpunt interessant omdat ze zijn voorzien van 145 stads- en familiewapens.
Langs de Rijn in Alphen aan den Rijn, op het grondgebied van de
voormalige gemeente Oudshoorn, staat de Oudshoornse kerk. Het
ontstaan van het gebouw is te danken aan een ruzie tussen de
ambachtsheer van Oudshoorn en die van Alphen over het
benoemingsrecht van de predikant van de Alphense kerkelijke
gemeente, waartoe ook de inwoners van Oudshoorn behoorden. De ruzie
leidde er toe dat de Oudshoornse ambachtsheer, Cornelis de Vlaming,
een eigen kerk stichtte. Het kerkgebouw werd ontworpen door de
Amsterdamse stadsarchitect Daniël Stalpaert en kostte 42.000
gulden.
Op 18 juni 1663 legde Dirk, de zoon van de ambachtsheer, de eerste
steen. De bouw nam ruim twee jaar in beslag en op 18 oktober 1665
werd de eerste dienst gehouden. Het gebouw was een duidelijk
voorbeeld van kerken die uitdrukkelijk voor de gereformeerde
godsdienst werden gebouwd. Het grondplan kreeg de vorm van een
zogenaamd Grieks kruis, waardoor een vierkante ruimte ontstond.
Door deze vorm werd de kansel het liturgisch middelpunt van het
gebouw.
De kerk werd voorzien van zeventien gebrandschilderde glazen. De
glazen zijn om verschillende redenen bijzonder. In de eerste plaats
omdat ze allemaal in een paar jaar tijd (1666-1671) werden gemaakt
en geplaatst. Tien glazen zijn waarschijnlijk in 1666 en 1667 in
één keer ontworpen en geschilderd. Daardoor bieden ze een redelijk
homogeen beeld. Ze zijn uniek omdat ze als geheel bewaard gebleven
zijn en niet geheel of gedeeltelijk verloren zijn gegaan. De glazen
zijn bovendien uit heraldisch en genealogisch oogpunt interessant
omdat ze zijn voorzien van 145 stads- en familiewapens. De
gebrandschilderde glazen bevinden zich op een hoogte van vier meter
aan alle vier de zijden van de kerk. De glazen zijn ongeveer 1.60
meter breed en 3.80 meter hoog.
De schenkers van de glazen waren relaties van de ambachtsheer,
veelal uit de bestuurskringen waarin hij vertoefde zoals
bijvoorbeeld de burgemeesters van Amsterdam en de admiraliteit van
Amsterdam. Ook de Staten van Holland en het Hoogheemraadschap van
Rijnland schonken een glas. Twee glazen, direct links en rechts van
de ingang, werden geschonken door inwoners van Oudshoorn, leden van
de plaatselijke bestuurscolleges. Eén glas werd niet door
bestuurders geschonken, maar door vier vrouwen, behorende tot de
familie Van Tol. Sinds de plaatsing hebben er vier restauraties
plaatsgevonden; in 1761, 1864-1865, 1907-1908 en 1981-1983. De
laatste was onderdeel van de ingrijpende restauratie van het gehele
kerkgebouw. Voorafgaande aan de restauratie van 1864-1865 dreigde
overigens verkoop van de glazen. In 1863 werd verkoop overwogen om
met de opbrengst van de glazen nieuwe vensterramen te financieren.
Gelukkig werd dit plan niet uitgevoerd en zijn de glazen na bijna 3
1/2 eeuw door ons nog steeds te bewonderen.
Bronnen en literatuur:
Mijn voorouder, Jan Janz van der Boot, aannemer wonende te Veldhuizen, bouwde deze kerk.