In 1630 kocht pastoor Petrus Purmerent aan de Hoge Gouwe 113 een woonhuis en richtte dit in voor gebedsbijeenkomsten. Deze schuilkerk, gewijd aan Johannes de Doper groeide in de loop der jaren uit tot wat nu de Oud-katholieke kerk is. Zolang het complex diende als schuilkerk was het noodgedwongen verborgen achter een rij woonhuizen. Van de eerste kerkzaal die daar werd ingericht zijn nog sporen terug te vinden in de kap van de huidige pastorie. Daarna volgde de aankoop van twee huisjes aan de achterzijde (de Raam) en in 1632 nog twee ter plaatse van Hoge Gouwe111. In de tuin achter deze huisjes werd nog in datzelfde jaar een nieuwe kerkzaal gebouwd. De aankoop van percelen ging door: in 1656 werd nummer 115 aangekocht, in 1661 nummer 109 en in 1684 perceel 107. Toen kon het kerkgebouw aanzienlijk worden verbreed.
Interieur en exterieur van de kerk werden in 1863, toen de kerk al enige tijd geen schuilkerk meer was, ingrijpend gewijzigd. Het hoofdaltaar werd van de oostzijde naar de westkant verplaatst, waardoor een grote uitbouw werd gerealiseerd. De drie huizen op de plaats van de huidige nummers 107 tot 111 stonden werden gesloopt en vervangen door het huidige dubbelhuis. Met uitzondering van de prachtig gebeeldhouwde preekstoel en communiebank, het altaar en nog enkele stukken, dateert het interieur hoofdzakelijk uit 1863.
Het hoofdaltaar kwam tussen 1685 en 1697 tot stand. Tussen dubbele getorste zuilen, die in marmermotief zijn beschilderd, bevindt zich een altaarstuk van Jan Franszoon Verzijl, voorstellende de aanbidding der koningen. De preekstoel en communiebank in Antwerpse barokstijl werden eveneens rond 1685 vervaardigd. De kerk bezit verder nog prachtige schilderijen, kostbaar kerkzilver, liturgische gewaden en paramenten.
Auteur: H. van Dolder - de Wit
Literatuur: