Wanneer de eerste kerk in Nieuwkoop werd gebouwd, is niet precies vast te stellen. Voor het eerst wordt in 1131 gesproken over een kerk in Nieuwkoop. Dit kerkgebouw stond waarschijnlijk op de plaats waar nu de Hervormde kerk staat, op het eilandje achter het Reghthuysplein. De opvolger van dit eerste kerkgebouw staat afgebeeld op de schilderijen van J. Beerstraten omstreeks 1663, op dat moment de Hervormde kerk van Nieuwkoop. Na de reformatie van de zestiende eeuw waren de rooms-katholieken aangewezen op een schuilkerk tot in 1852 een nieuwe kerk verrees aan de Dorpsstraat, die in 1935 werd vervangen door het huidige kerkgebouw.
De in 1852 in gebruik genomen rooms-katholieke kerk aan de Dorpsstraat begon al na een halve eeuw gebreken te vertonen. Bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog in 1914 had de parochie al een flink bedrag gespaard voor nieuwbouw, maar als gevolg van geldontwaarding moest de bouw worden uitgesteld. Na de komst van pastoor Th.P. Blom in 1933 werden er bouwplannen ontwikkeld. De kosten van de nieuw te bouwen kerk en pastorie werden geraamd op 100.000 gulden. De kerk zou gebouwd worden op het terrein van het bestaande gebouw. Het bouwterrein werd uitgebreid door de daarop staande drie woningen en het oude schoolgebouw af te breken. Daardoor was de aanleg van een ruim kerkplein mogelijk. In februari 1934 werd door pastoor Blom de eerste spade in de grond gestoken, waarmee het begin van de bouw een feit was. Op 14 juni van hetzelfde jaar werd de eerste steen ingemetseld door J.M. Hellegers, Deken van Alphen. Deze eerste steen, een blok natuursteen naast de sacristiedeur, bevatte het opschrift me posuit reverendus admodum dominus johannes m. hellegers decanus alphensis die XIV mensis juni MDCCCCXXXIV (mij heeft geplaatst de zeereerwaarde heer Johannes M. Hellegers, Deken van Alphen, op 14 juni 1934). De 75-jarige Johanna Gertruida Balvert-van Uum legde in die tijd de eerste baksteen. De pastorie was nog hetzelfde jaar gereed en op 14 februari 1935 vond de consecratie van het kerkgebouw plaats door de bisschop van Haarlem, mgr. J.D.J. Aengenent. Op de zaterdag daarna, 16 februari 1935, werd de geheiligde hostie vanuit de oude kerk, die op het plein vóór het huidige parochiehuis stond, overgebracht naar de nieuwe kerk. Het noodweer op die dag zorgde ervoor dat het overbrengen per auto geschiedde in plaats van in processie. Kort daarop werd het oude kerkgebouw afgebroken.
De huidige kerk is 45 meter lang, 18 ½ meter breed en 16 meter hoog en heeft 2x230 zitplaatsen. De 6.000 kg wegende houten spanten van het middenschip en de gewelven van de zijgangen worden geschraagd door vier gemetselde kolommen met natuurstenen kapitelen. De toren heeft een hoogte van 37 meter en een grondvlak van 5x5 meter. Het kerkgebouw rust op een fundering van 300 m3 beton waarin een wapening van 25.000 kg ijzer is verwerkt. De fundering is onderheid met 450 palen van 12 meter lang. Het verhoogde priesterkoor heeft een dakhoogte van 18 ½ meter.
Uit de oude kerk werden interieurstukken herplaatst in het nieuwe gebouw, zoals het 4 ½ meter hoge hoofdaltaar. Het zij-altaar, in 1885 ontworpen door Jan Hendrik Brom te Utrecht en in 1887 geplaatst in de oude kerk, kreeg ook een plaats in de nieuwe kerk. Het orgel uit de oude kerk dateert van 1854. Het werd door de Utrechtse orgelbouwer Pieter Maarschalkerweerd gebouwd en werd betaald door inzamelingsacties die 4.000 gulden opbrachten. Het orgel werd in 1935 gerestaureerd door de orgelbouwer Joseph Adema en in de nieuwe kerk herplaatst.