Klooster Stein
Klooster Stein, dat officieel klooster Emaus heette, lag tussen Gouda en Haastrecht, in de heerlijkheid Stein. Het klooster is in 1419 gesticht vanuit Gouda. In dat jaar trokken enige Franciscanen uit Gouda naar de polder om daar een klooster van reguliere kanunniken in de orde van Augustinus te stichten. De stad Gouda oefende gezag uit over het klooster vanaf het moment dat de stad de heerlijkheid Stein in erfpacht kreeg van het kapittel van Oudmunster in Utrecht (1438).
In 1549 brandde het klooster af. De kloosterlingen vestigden zich toen binnen de stadsmuren van Gouda. Ze trokken in het Brigittenessenklooster aan de Raam, dat leeg kwam, omdat de zusters te klein in aantal waren om het kloostergebouw te kunnen bevolken en onderhouden. De weinige zusters die er nog waren gingen naar het zusterhuis in Soest.
Het klooster, dat ook binnen de Goudse stadsmuren ‘klooster Stein’ bleef heten, werd grondig verbouwd. Voor de kapel werden nieuwe gebrandschilderde ramen gemaakt, die zich nu in de Van der Vormkapel bevinden, een kapel die in 1934 aan de St.-Janskerk is vastgebouwd.
In 1572 kwam er, door de overgang van de stad naar de Prins, een eind aan het insititutionele katholieke leven. De monniken werden verbannen, de kloostergebouwen en de inventaris geconfisqueerd. De laatste prior van het klootser, Wouter Jacobsz. Maas, is in die tijd naar Amsterdam gevlucht en hield daar een dagboek bij vol wetenswaardigheden en nieuwsberichten die hem ter ore kwamen. De geconfisqueerde bibliotheek van Stein is een van de bibliotheken geweest die aan de basis gelegen hebben van de stadslibrije.
Literatuur:- K. Goudriaan, Het elfde klooster, in: Bijdragen Die Goude 22 (1992), 87-122.
- Henny van Dolder-de Wit, Goudse kloosters in de middeleeuwen (11): de reguliere kanunniken van Stein, in: Tidinge 17 (1999), 93-103.