In het eerste kwart van de 11e eeuw wordt al melding gemaakt van een kerk (of kapel) in Zevenhuizen, als dochterkerk van de kerk van Hillegersberg. Het collatierecht van deze kerken - het recht om een pastoor of kapelaan te benoemen - werd toen door het bisdom Utrecht geschonken aan het klooster Hohorst bij Amersfoort; later bezat de St.-Paulusabdij dit benoemingsrecht als rechtsopvolger van dat klooster. In 1276 treffen we een volgende vermelding van de parochiekerk aan. Door de verschuiving van het dorpscentrum van de oorspronkelijk plek bij de Rotte naar de huidige situering, ontstond behoefte aan een nieuw kerkgebouw. Keizer Karel V gaf in 1526 toestemming voor de financiering via leningen; korte tijd later zullen kerk en toren gereedgekomen zijn. In de periode 1574 - 1580 is het gebruik van de kerk door de "gereformeerden" overgenomen; de eerste predikant wordt in 1580 vermeld.
De met het koor naar het
oosten gebouwde Hervormde kerk staat ongeveer halverwege
de Dorpsstraat (oostzijde). Het gebouw heeft een lage toren van
drie geledingen en een hoge spits, waarvan de huidige onderbouw
dateert uit de oorspronkelijke bouwperiode. De grote klok dateert
uit 1709. In 1943 werden beide torenklokken door de Duitsers
gevorderd; de kleine klok, uit 1711, werd omgesmolten, de grote
leed in 1944 onderweg naar Duitsland schipbreuk en keerde in 1946
terug in de toren.
Het schip van de kerk is - na brand in 1699 - herbouwd in de jaren
1699 - 1701, waarbij de beide koorsluitingen zijn samengetrokken.
Bij die gelegenheid werd en steunberen aan de onderbouw van de
toren toegevoegd. De tweebeukige hallenkerk met een lagere, smalle
zijbeuk naast de zuidbeuk, is voorzien van een aangebouwde
consistoriekamer.
Het interieur wordt gekenmerkt door houten tongewelven op een
houten jukconstructie. In de 19e eeuw zijn de stijlen omkleed met
gestuct metselwerk.
De zeskantige preekstoel uit ca. 1600 heeft twee lessenaars, en op
de hoeken zuiltjes met gesneden evangelistenfiguren; de
klankbordversiering is uit 1702. Uit de eerste helft van de 18e
eeuw zijn nog het koorhek, drie herenbanken met wapens en een
deuromlijsting met tiengebodenbord aanwezig.
Het orgel werd in 1901 gekocht van de Goudse RK-parochie O.L.V.
Hemelvaart. Het was afkomstig van de Gasthuiskapel aan de Haven en
in 1879 verplaatst naar de Kleiwegkerk daar. Het was al een
combinatie van twee orgels: het bovenste moet van rond 1770 dateren
en het onderste moet van een 19de eeuwse Friese bouwer zijn, aldus
de musicoloog dr. G. Oost na de restauratie in 1977. (Afgezien
van de kleur verf lijkt het orgel nog precies op dat op een
aquarel van Van Vreumingen van het interieur van de Gasthuiskapel
uit 1845.)
In 1867 zijn de gebrandschilderde ramen verkocht aan een
antiquair en het jaar daarop in Parijs geveild om de bouw van een
pastorie te financieren. (Fragmentjes bevinden zich nu in een
restaurant in Amsterdam, in een woonhuis in Amstelveen en in het
Historisch Centrum in Zevenhuizen.) Twee jaar later volgde de
verkoop van zes koperen kronen, waarvan er twee in het Historisch
museum te Rotterdam terechtkwamen. Wel bewaard is het zilveren
avondmaalsstel, geschonken door enkele inwoners van het dorp in
1671 en 1686.
In 1824 vond een eerste, beperkte restauratie plaats, waarbij de
consistorie op een andere plek werd gebouwd. Bij de grote
restauratie in 1966 / 1968 - 1971 werd de toren onder handen
genomen en de consistorie op de oorspronkelijke plaats
herbouwd.
Literatuur: