Na de droogmaking van de Wildevenen in het
midden van de 17e eeuw, was de tijd aangebroken om de kapel "op
moer" (in het veen) te vervangen door een echte kerk. In 1655 werd
Moerkapelle door de Staten van Holland als afzonderlijke kerkelijke
gemeente afgesplitst van de "gereformeerde" gemeente Zevenhuizen;
de nieuwe gemeente kreeg toestemming om een eigen predikant aan te
trekken. De financiering van de kerkbouw was een probleem. Om te
beginnen kregen de landeigenaren in de nieuwe polder toestemming om
achterstallige gewestelijke belasting te benutten voor de kerkbouw.
Aanvullende geldbronnen waren nodig: extra heffingen op bier en
wijn, extra tol- en sluisgelden, susbsidies van het gewestelijk
bestuur en steden in Holland. De bedijkers stonden in 1663 de helft
van hun pachtopbrengsten af.
Omstreeks 1662 zal met de bouw zijn begonnen. Ook na de
gereedkoming van de bouw in 1667 bleven er nog enkele decennia
leningen op de exploitatie drukken.
De dorpskerk van Moerkapelle is een eenbeukige, classicistische zaalkerk, met driezijdig gesloten koor en een ingebouwde geveltoren met kleine naaldspits. De omlijsting van de ingang onder de toren bevat een wapensteen van ambachtsheer Daniel van Hogendorp en zijn vrouw Ida Maria 't Hooft. Het interieur wordt gedekt door een houten gewelf met steekkappen. De oorsrponkelijke 17e-eeuwse preekstoel is nog aanwezig. In 1715 werd het koorhek in renaissancestijl (uit 1593) geplaatst, afkomstig uit de Rotterdamse St.-Laurenskerk. Dit hek bevat nog enkele bijbelteksten.
Uit de toren roofden de Duitsers in 1943 beide klokken. De grote
klok uit 1707 werd omgesmolten; de kleine klok, die mogelijk
dateert van vóór de kerkbouw, keerde met een omweg later
terug.
Een ruimte onder de toren werd gebruikt als bewaarplaats voor
gevangenen.
Geen van de vele pastorieën die sinds 1657 bekend zijn stond direkt
naast de kerk.
Bij groot onderhoud werden in 1831 de 17e-eeuwse
glas-in-loodvensters verwijderd.
In de jaren 1951 - 1955 vond de eerste grootscheepse restauratie
plaats: herstel van het dak , de vensters, het muurwerk en de
toren. Het hoorhek werd verplaatst en aan het kerkgebouw werd een
kerkeraadsruimte gebouwd.
Veertg jaar later was opnieuw een ingrijpende restauratie nodig. In
1994 - 1995 werd het dakbeschot grotendeels vernieuwd, en werd er
een nieuwe leibedekking aangebracht. Ook de fundering werd onder
handen genomen. Voorts werd besloten het orgel uit 1910, dat in
1972 was gerenoveerd, te vervangen.
Literatuur:

Uniek dat Laurenshek in Moerkapelle!
'Is de dam aan de oude Rotte ons als stad voorbijgestreefd, 't houten hek uit de Sint Laurens heeft het koperen overleefd.' Dat schreef Rotterdammer Kees Rijnsdorp tegen 1970 in zijn Lied op Moerkapelle (een opdracht). Het koperen hek van de Sint Laurens uit 1715 werd in 1940 stukgebombardeerd.