De Gereformeerde kerk van Aarlanderveen ontstond als kerkelijke gemeente op 1 februari 1887. Op de dag daarvoor besloot de kerkenraad van de Hervormde gemeente de band met de "synodale organisatie" te verbreken. Dat leidde, naar later zou blijken, tot een nieuw kerkverband, eerst aangeduid als Nederduitsch Gereformeerd en vanaf 1892 als Gereformeerde kerken in Nederland. Dit kerkverband is enkele jaren geleden, samen met de Nederlandse Hervormde Kerk opgegaan in de Protestantse kerk in Nederland, kortweg PKN.
Na het ontstaan van de Gereformeerde kerk, was er in eerste
instantie geen noodzaak om een eigen kerkgebouw te laten bouwen. De
gereformeerden hebben van februari 1887 tot september 1888 het
hervormde kerkgebouw gebruikt voor hun kerkdiensten. Pas toen de
gereformeerden door een uitspraak van de rechter dat kerkgebouw
moesten verlaten, werd een eigen gebouw gesticht. Na de
rechterlijke uitspraak, in juni 1888, gingen de gereformeerden in
hoger beroep, echter alleen om tijd te winnen. In juli 1888 werd
van Geerlof Spruijt een perceel grond gekocht voor de bouw van een
eigen kerkgebouw met pastorie. Het bouwterrein werd in september
uitgebreid door de aankoop van een naastgelegen perceel van Pieter
van Leeuwen Dirkszoon. De percelen grond lagen op de hoek van de
Dorpsstraat en de zogenaamde "Muggelaan". De woningen die op de
percelen stonden werden afgebroken en in juli 1888 werd de bouw van
kerk en pastorie aanbesteed voor 7.618 gulden. Zoals in die
verzuilde tijd gebruikelijk was, werd het werk uitgevoerd door
aannemers die ook met de doleantie waren meegegaan. Het waren de
timmerlieden Janszen en Van Vliet, de metselaar Barreveld, de smid
Schuller en de schilders Ziegelaar en Meijers. Alle aannemers
woonden in Aarlanderveen. In een recordtijd werd het kerkgebouw
neergezet. Al in november van hetzelfde jaar werd het in gebruik
genomen. De pastorie werd later voltooid.
In de loop der jaren onderging het kerkgebouw aan de buitenzijde
een aantal veranderingen. In de jaren twintig van de twintigste
eeuw werd een vergaderlokaal achter de kerk gebouwd. De voorzijde
veranderde echter niet gedurende het bestaan van het gebouw. Wel
had het kerkgebouw al vanaf de jaren dertig of veertig te lijden
van verzakking van de fundering. In maart 1946 werd in verband met
dit zakken en scheuren gesproken over afbraak en nieuwbouw. Het zou
echter nog twintig jaar duren voordat deze plannen werkelijkheid
werden. Een in 1962 ingestelde bouwcommissie kreeg opdracht de
mogelijkheden van restauratie van het kerkgebouw of nieuwbouw te
onderzoeken. Nadat verschillende deskundigen waren geraadpleegd,
werd besloten een nieuw kerkgebouw te laten bouwen. Op 9 maart 1967
werd de laatst dienst in het gebouw gehouden en op 11 maart begon
de sloop van het kerkgebouw. Nadat op 5 mei 1967 de eerste paal
werd geslagen, vorderde de bouw snel zodat het kerkgebouw op 20
december 1967 in gebruik kon worden genomen. Het nieuwe kerkgebouw
is een ontwerp van de architect D. Dondorp te Heemstede.
Hoofdaannemer was de firma Jac. van Vliet uit Aarlanderveen.
Het interieur van het oude kerkgebouw was grotendeels gevuld met
vaste banken. Twee bankenrijen langs de muren en één in het
middenvak. Voor de banken in het middenvak waren nog enkele rijen
losse stoelen geplaatst. De in 1888 nieuw geplaatste kansel werd in
1949 of 1950 vervangen door een zogenaamd "plateau", afkomstig uit
een ander kerkgebouw. Vanaf 1902 werd het kerkgebouw verwarmd door
middel van een kolenkachel. Voor die tijd zullen de kerkgangers
zich tegen de kou hebben moeten wapenen met behulp van stoven, die
overigens ook na de aanschaf van de kachel in gebruik bleven.
Na de bouw van de kerk werd in maart 1889 een orgel geplaatst. Dit
orgel heeft dienst gedaan tot 1891. Toen werd een ander orgel
geplaatst door de orgelbouwer A. van de Haspel uit Rotterdam. Het
orgel is waarschijnlijk op 7 mei van dat jaar in gebruik genomen.
De oorspronkelijke herkomst van het orgel is niet bekend. Na een
kleinschalige restauratie in 1954 werd het in 1967 geheel
gerestaureerd door de firma Verschueren uit Heythuyzen en in 1984
uitgebreid met een tweede klavier door de orgelmaker L. Kramer uit
Boskoop.
Archief: