De Brugkerk te Waddinxveen
De oorspronkelijke (hervormde) dorpskerk van Waddinxveen, die door de ambachten Noord- en Zuid-Waddinxveen met Bloemendaal werd gedeeld, stond aan de Kerkstraat ter plaatse van de huidige oude begraafplaats. Deze middeleeuwse kerk, die in aanzet dateerde uit de 13e eeuw en begin 16e eeuw werd uitgebreid, was in het begin van de 19e eeuw dermate bouwvallig geworden, dat in 1828 werd besloten tot nieuwbouw in de nabijheid van de brug over de Gouwe. In de jaren daarna werden voorstellen om de bestaande kerk gedeeltelijk te slopen en uit te breiden door de kerkvoogden afgewezen. Het verkrijgen van voldoende subsidie van het rijk - alleen mogelijk bij de geplande nieuwbouw - was doorslaggevend. Zoals op dat moment gebruikelijk was, kreeg Rijkswaterstaat opdracht om een kerkgebouw te ontwerpen.
In 1835 kwam ir. A. Blaauw JHzn met zijn ontwerp. De bouwcommissie was met name over de toren niet erg te spreken. Er werd zelfs vanwege de krappe financiën overwogen een kerk zonder toren te bouwen, maar dat plan liet men varen. In de ontwerpfase werd ook de bekende Rotterdamse stadsbouwmeester Pieter Adams geraadpleegd. Of dit gevolgen heeft gehad, is niet duidelijk. Wel is het opvallend dat de toren gelijkenis vertoont met die in Lekkerkerk, ontworpen door Adams.
De bouw werd in 1836 gegund aan de Waddinxveense aannemer Gerrit van den Honaard en duurde tot eind 1838. In dat jaar werd de oude kerk voor afbraak verkocht. De geraamde bouwkosten werden ver overschreden, onder andere doordat de grondslag slapper bleek te zijn dan verwacht. Dit leidde nog tot grote moeilijkheden met de aannemer en zware financiële lasten voor de gemeenteleden.
De nieuwe Brugkerk aan de Kerkweg-Oost - tot ver in de 19e eeuw een smalle, moeilijk begaanbare weg vanuit het oude dorp gezien, is dus een echte "waterstaatskerk". Het is een neo-classicistische, T-vormige kruiskerk met dorisch zuilenportiek en een klokkentoren met ionisch front en twee houten geledingen. Het interieur wordt gedekt door een houten koofplafond.
Van het interieur van de oude kerk is weinig bewaard gebleven.
Het kerkorgel stamt nog wel uit die tijd. Het werd in 1807-1808 gebouwd door Jan Pieter Schmidt, compagnon van de Goudse orgelmaker Hess, en afgebouwd door zijn zoon Jan Christoffel. In 1994 vond een klankaanpassing plaats, om de oorspronkelijke klank weer te benaderen.
Aanvankelijk was de kerkvloer belegd met zerken uit de oude kerk. Door de druk die ze op de muren uitoefenden, werd in 1859 in plaats daarvan een houten vloer aangebracht. Onder deze vloer werden in 1973 twee 17e-eeuwse psalmborden aangetroffen, die na restauratie in 1982- 1983 in de kerk werden opgehangen. Uit de oude kerktoren kwam de klok over naar de nieuwe toren, maar die werd tijdens de tweede wereldoorlog door de Duitsers gevorderd.
Vanaf het begin heeft het kerkgebouw te kampen gehad met bouwkundige problemen. Naast talloze reparaties, werden ook wijzigingen aangebracht, zoals portalen voor de beide ingangen in 1859. In 1882 was herstel van de toren nodig. Na uitbreiding van het bankenplan werden in 1902 galerijen toegevoegd. In de jaren 1920 werd funderingsherstel uitgevoerd. In 1927 werd de oorspronkelijke consistoriekamer vervangen door een verenigingsgebouw met consistorie. Inmiddels bleek de toren geleidelijk los te scheuren van de kerk; dit probleem werd pas in 1956 aangepakt.
In 1978 - 1979 vond een grondige restauratie plaats, met een aanvullende verbetering van het pleisterwerk in 1982.
Literatuur:- C. Neven, De Brugkerk van Waddinxveen. - In: De Hoeksteen 8 (1979) 199-205.
- C. Neven, Het Schmidtorgel in de Brugkerk. - In: Het dorp Waddinxveen 2 (1994) 66-75, 140 (rectif.)
- Monumenten in Nederland : Zuid-Holland / R. Stenvert, Chr. Kolman, S. van Ginkel-Meester e.a. (Zeist / Zwolle, 2004).
- C. Neven, Archiefsprokkelingen : (bemoeienis van de Rotterdamse stadsbouwmeester P. Adams met de bouw van de Brugkerk te Waddinxveen). - In: De Schatkamer 4 (1990) 68-69.
- C. Neven, Twee 17e eeuwse psalmborden in de Brugkerk te Waddinxveen. - In: De Hoeksteen 13 (1984) 203-211.