Het slot Ter Goude spreekt bijzonder tot de verbeelding van de
inwoners van de stad en is veelvuldig object van onderzoek geweest.
De hardnekkige mythe dat het gebouw in 1577 spontaan door de
bevolking werd afgebroken (een soort Bastille-aanval) en geruchten
over het bestaan van geheime gangen onder het kasteel zijn daar
mede debet aan. In 1937 haalde Gouda zelfs de landelijke pers toen
een wichelroedeloopster de aanwezigheid van niet één, maar van wel
tientallen onderaardse gangen vaststelde. Deze werden zelfs op zes
meter diepte niet gevonden.
Historici en archeologen hebben zich ingespannen een reconstructie
te geven van de bouwgeschiedenis en de uiterlijke vorm van het
kasteel m.b.v. bestaande afbeeldingen en de veertiende-eeuwse
rekeningen van de Graven van Blois. De zeventiende-eeuwse
afbeeldingen zijn echter onbetrouwbaar. Daarom wordt ook, naast de
Bloise rekeningen - die de gemaakte kosten ten behoeve van de bouw
en reparatie van het kasteel verantwoorden - gebruik gemaakt van
stadsplattegronden en archeologische gegevens.
Het kasteel aan de IJssel (of beter de voorloper ervan) werd
gebouwd rond 1361. Er zijn drie grote bouwfasen te onderscheiden
die doorlopen tot in de jaren negentig van de veertiende eeuw. Er
is dan een min of meer rechthoekig kasteel ontstaan met een
voorhof, een voorburcht en een hoofdburcht.
Uit de rekeningen weten we dat het kasteel niet erg comfortabel
was. Al tijdens de bouw is regelmatig sprake van vocht, houtrot,
schimmel en ongedierte. Het is niet overdreven het bouwwerk als een
somber en bedompt bakstenen gevaarte voor te stellen dat op de hoek
van de Haven en de IJssel dreigend uit het water oprees. Met dit in
het achterhoofd en de meldingen van verzakkingen en zelfs
instortingen die zich al tijdens de bouw voordeden, dringt zich het
beeld op van een bouwwerk dat voortdurend hersteld moest
worden.
Het kasteel werd slechts af en toe bewoond. De eigenaren verbleven
vooral in Schoonhoven, Den Haag en andere bezittingen. Het is
voornamelijk gebruikt als uitvalsbasis voor de valkenjacht. Een
uitzondering is Jacoba van Beieren die met behulp van de Hoekse
steden Gouda, Schoonhoven en Oudewater nog enkele jaren standhield
tegen Philips de Goede. In die periode, van 1425 tot 1428, verbleef
zij regelmatig op het Goudse kasteel.
In 1577 besloot het stadsbestuur over te gaan tot sloop van het
kasteel. Het kasteel was geen eigendom van de stad, maar van de
Staten van Holland en het besluit was dus wederrechtelijk. Gouda
verschool zich achter het argument dat na een onverhoopte
herovering van de stad door de Spanjaarden, de Spaanse soldaten
zich in het onneembare kasteel zouden kunnen verschansen. Maar zo
anti-Spaans was Gouda niet en net als andere steden - Gouda noemt
Gent, Antwerpen en Utrecht - maakte Gouda gebruik van de
oorlogsomstandigheden om verlost te worden van het kasteel en zijn
eigenaar.
Bij een verbouwing van de Grote Volmolen in 1981 stuitte de
eigenaar, de heer J. Smit, op een zware fundering. Hij besloot,
mede op grond van de hardnekkige verhalen over onderaardse gangen
onder zijn huis, een nader onderzoek in te stellen. Dit bescheiden
voornemen liep enigszins uit de hand, vooral nadat hij hulp had
gekregen van zijn buurman, de heer J. van den Bergh. Beiden
ontgroeven de ruimte onder hun huizen net zolang tot ze elkaar
ondergronds de hand konden schudden. Uiteindelijk constateerden de
beide buren voldaan dat hun woningen gefundeerd waren op een zware
muur en een parallel daaraan verlopende overwelfde ruimte. Dankzij
de berichtgeving in de plaatselijke pers kwam ook deze ruimte
bekend te staan als onderaardse gang.
Ook van archeologische zijde had men inmiddels belangstelling
getoond voor de kasteelresten. In de jaren zeventig voerde de
Archeologische Vereniging Golda onderzoek uit in het
Houtmansplantsoen, op De Punt en nabij molen 't Slot. Toen ook van
gemeentelijke zijde meer belangstelling ontstond voor de
archeologische monumentenzorg, werd in 1990 opdracht gegeven de
oudheidkundige waarde van het Houtmansplantsoen in kaart te
brengen.
Auteur: drs.H.M. van der Linde
Archieven:
Literatuur:
Websites:
Zeker op de site van een archief mag niet ontbreken dat een toren van het kasteel vooral bekend stond als de beruchte archiefbewaarplaats van 's-lands privileges e.d. Hoewel Guicciardini beweerde dat de stadsregering jaarlijks een onderzoek deed naar mogelijk bederf van de papieren liet Buchell in zijn dagboek weten in sep. 1589 dat de privileges er door motten en wormen werden opgegeten.