Onder toeziend oog van burgemeester C.A. van der Hooft wordt Waddinxveens speelgoed bekeken, ca. 1970. (inv.nr. 125963)
Eerste Waddinxveensche electrische kinderspeelgoed- en trekwagenfabriek W.A. Sliedrecht
Zuidkade 231-232: machinale kinderspeelgoed- en houtwarenfabriek Firma Gebr. Plomp & Zoon

Waddinxveense hout- en speelgoedindustrie

Veel mensen werkten in de 18de eeuw o.a. in de omgeving van Waddinxveen in de verveningen. 's Winters was er voor de turfstekers geen werk en moesten ze op een andere manier de kost verdienen. Al van oudsher hadden de veenarbeiders hier in de werkloze wintermaanden voor de plaatselijke bevolking allerlei eenvoudige houten voorwerpen gemaakt. Zoals klompen, scheppen, stelen voor gereedschap, gedraaide tafel- en stoelpoten, driepotige krukjes en zelfs speelgoed. Het materiaal bestond uit iepen-, essen- en wilgenhout, dat overal te vinden was. De gezamenlijk houthandel floreerde, mede door de zeer gunstige ligging van Waddinxveen ten aanzien van het vervoer van hout over water. De rivier de Gouwe diende in die tijd als een voorname transportroute van houtvlotten tussen Zuid- en Noord-Nederland. Dankzij de Zuidplas was Waddinxveen op het kruispunt van de scheepvaartroute vanuit Rotterdam en vanuit Gouda richting Amsterdam komen te liggen. De wachttijd bij het schutten en het overtomen over de Gouwedijk werd door de schippers gebruikt om inkopen te doen.

Langzaamaan ontstond er een kleinschalige houtindustrie, waar in latere jaren grotere bedrijven uit voortkwamen. Er vestigden zich timmerlieden, klompenmakers, ra-makers, draaiers en molenmakers. Zo groeide de huisindustrie uit tot de "fabricq". De boerderij leverde inspiratie genoeg voor het kinderspeelgoed van toen. Emmertjes, jukjes, kruiwagens, duwpaarden, harkjes, hoepels en beweegbare honden: 't waren allemaal Waddinxveense producten. Ook de jo-jo, die in de jaren '30 van de twintigste eeuw ongekend populair was. Het feit dat het Ministerie van Volksgezondheid in 1911 een onderzoek verrichtte naar de gezondheidstoestand van de werknemers in de speelgoedindustrie van Waddinxveen, zegt ook al iets over de enorme omvang van die industrie. Tot 1997 dacht iedereen dat houten speelgoed hoofdzakelijk in Duitsland gemaakt werd. Door nauwgezet onderzoek van catalogi van speelgoedfabriek Plomp, bleek dat al het houten speelgoed, dat vanaf de achttiende eeuw tot halverwege de twintigste eeuw in Nederland geproduceerd werd, uit Waddinxveense speelgoedfabrieken afkomstig was. Na de Tweede Wereldoorlog groeide de productie explosief. Vele vaklieden maakten in de fabriek tienduizenden stuks speelgoed, die onder andere werden geëxporteerd naar Duitsland. Toch moest in 1974 de zaak worden opgeheven wegens gebrek aan orders. Houten speelgoed was niet meer in zwang. Het werd verdrongen door het plastic en later het elektronische speelgoed.

In een klein bedrijf werken gemiddeld twee knechts en een kind. Kinderarbeid is dan nog heel gebruikelijk. De knechts verdienen het hele jaar door 90 cent per week en het kind 35 cent. Die ontwikkeling tot fabrieken was voor die tijd overigens best indrukwekkend. Het merendeel van de molens is in de 19e eeuw gesloopt en vervangen door stoommachines. Uit de productie van houten karren en rijtuigen zijn de Verheul-carosseriefabrieken (ca. 1920 -1970) ontstaan en uit de houtdraaierijen de latere meubelfabrieken. Een paar namen met daarbij de oprichtingsdatum van het bedrijf: G. Hoogendoorn (1839); J. Bremmer, (1850), in 1908 overgenomen door W.A. Sliedrecht; R en D. van Dulken (1855); Van Stijn (1875); Van Tol (1889); H. Mulder; A. van Pelt; G. Okkerse (1901) en Gebr. Plomp & Zn. (1911). Verder zijn nog bekend A. Kleiweg, met opvolger Hendix en D. Bremmer Jzn.

Maar geleidelijk kwamen andere manieren van transport ook voor grotere producten als boomstammen in zwang. Deze efficiëntere manier van goederenvervoer betekent naast financiële aantrekkelijkheid een aanzienlijke tijdwinst. Dit heeft tot gevolg dat de transportfunctie van de Gouwe gestaag achteruit ging, zodat het belang van Waddinxveen voor de houthandel aanzienlijk verminderde.

Auteur: drs. H.M. van der Linde

Website

  • Foto's van een tentoonstelling van Waddinxveens speelgoed in het Westfries Museum.

Archieven

  • ac 200, inv.nr. 6782 - Houten speelgoed uit eigen land. Catalogus van speelgoed van de machinale speelgoedfabriek Fa. Gebr. Plomp te Waddinxveen, z.d. (ca. 1935); fotokopie van aangevulde herdruk uit ca. 1997. Met begeleidende brief met toelichting van het Westfries Museum te Hoorn, 2001. De catalogus werd herdrukt ter gelegenheid van een expositie in speelgoedmuseum De Kijkdoos te Hoorn, ca. 1997.

Literatuur

  • L. Bas en K. Wester, Speelgoed uit de polder : 200 jaar houten speelgoed uit Waddinxveen, 2005.
  • C. Neven, Toen Waddinxveen nog een dorp was, 1981, p. 106-111.
  • C.J. van Veen, Nog steeds de jo-jo, in: "Het dorp Waddinxveen", 2005, p. 47-49.
  • C.J.Th. de Jong-Steenland, Okkerse speelgoed, in: "Het dorp Waddinxveen", 2003, p. 12-14.
  • OKWA-krant september 1965.

 

 



Reactie plaatsen




bijlage of video toevoegen





Houd mij op de hoogte van reacties op mijn inzending

Ik ga akkoord met de voorwaarden

* Verplicht invullen

Zoeken

Plaats

Handel en nijverheid

Terug naar

Handel en nijverheid

Goudsche Machinale GarenspinnerijKorenmolen De Morgenster AarlanderveenBerkenwoudeRamen hervormde kerk Oudshoorn