Aan het einde van de 19e eeuw waren er maar liefst vier vruchtensapfabrieken in Alphen. Het leek een goede tijd te worden voor fabricage van vruchtensappen en jams. Ruim vijftig jaar later waren deze fabrieken echter alweer verdwenen. Eén van deze fabrieken was die van Joh. Stokhuijzen aan de Wilhelminalaan, toen nog Wilhelminastraat geheten.
Deze vruchtensapfabriek was aanvankelijk opgericht in 1882 door de heren Stokhuijzen en Van Gulden uit Aarlanderveen. Het grootste deel van de fabriek bestond uit opslagruimte en werkplaats. Daarnaast waren er een woonhuis, een kantoor en een kookhuis aanwezig. In het kookhuis werden de vruchten bereid en gezuiverd en werd het eindproduct in flessen gedaan. Hier stond een stenen kookformuis met drie koperen ketels voor het koken van de vruchten. In navolging van andere fabrieken, ging Stokhuijzen aan het einde van de 19e eeuw over van het stoken met steenkolen op het gebruik van stoom en in 1894 plaatste men de eerste stoomketel in het kookhuis. De stoomketel zou later nog enkele keren vervangen worden door nieuwere exemplaren met meer pk.
In de fabriek werden niet alleen vruchtensappen gemaakt en verkocht, maar ook vruchtenwijnen, jams, siropen en vermouth. Bekend en populair was de zelfgemaakte limonade 'Rhena'. In 1924 adverteerde men met 'kantenklaar', dit was een saus voor huzarensla, haringsla, veldsla en mayonaise of voor over het vlees en de bruine bonen. Stokhuyzen exporteerde zijn producten naar Zuid-Afrika en Nederlands-Indië. De fabriek had een aantal vaste arbeiders in dienst en tijdens de oogsttijd vroeg men extra werkkrachten voor het ontstelen van kersen of het schoonmaken van appels. In 1904 werd een naamloze vennootschap opgericht onder de naam 'stoomvruchtensapfabriek voorheen Joh. Stokhuijzen'.
Alhoewel de fabriek een voortvarende tijd had meegemaakt, dwongen de crisisjaren en toenemende concurrentie de fabriek tot sluiting. De poging om de fabriek te redden door middel van loonsvermindering en reclame mocht niet meer baten. Ook de oprichting van de Bond van Nederlandsche Jamfabrikaten kon het tij niet keren. Jam werd in deze jaren verkocht voor slechts de helft van de prijs! In 1939 was overname door n.v. Taminiau te Elst dan ook onvermijdelijk. Het fabriekspand werd in de oorlog gebruikt voor de stationering van Nederlandse en Duitse soldaten. Hierna vestigden zich de gebroeders Klaverweiden, later bekend onder de naam n.v. verffabriek 'Alpha', in het pand en werd er verf in plaats van jam geproduceerd.
Literatuur:
Archieven: